Prodi trots op ‘delicate missie’

Premier Prodi heeft gister-en de Italiaanse soldaten voor de VN-troepenmacht in Libanon uitgezwaaid. ‘Het moet afgelopen zijn met de cynische grappen over ons land.’

Ze zijn vertrokken naar Libanon, de Italianen. Voor een „delicate missie van enorm historisch belang”, aldus de Italiaanse premier Romano Prodi gisteren op de startbaan van het vliegdekschip de Garibaldi.

Tegen een decor van Sea Harrier-jachtvliegtuigen en Italiaanse Augusta-helikopters zei Prodi: „Eindelijk heeft Italië weer een belangrijke rol in de diplomatie en dat in een context waarin Europa terugkeert als een belangrijke politieke speler”.

Met het vertrek van de vloot van vijf schepen levert Italië als eerste een significant aantal soldaten aan de VN-troepenmacht in Libanon van maximaal 15.000 soldaten. Vrijdag gaan 806 van de 2.153 vertrokken soldaten met amfibievoertuigen en pantserwagens aan land. In november zullen alle toegezegde 2.500 manschappen actief zijn. Dit jaar kost de missie Italië 189 miljoen euro en in 2007 naar schatting 600 miljoen.

Een dure actie voor een land dat zich deze week ook buigt over een bezuiniging van 30 tot 35 miljard euro in 2007, zodat het begrotingstekort weer kan dalen tot onder de Europese norm van 3 procent van het bruto nationaal product. „Het zal een lange, kostbare, gevaarlijke en moeilijke missie worden. Zonder twijfel een van de meest delicate sinds de Tweede Wereldoorlog, maar het is een noodzakelijke missie”, zei minister Arturo Parisi van Defensie ten overstaan van de manschappen op ’s werelds kleinste vliegdekschip de Garibaldi.

De risico’s en de kosten zijn verantwoord, zo meent ook Prodi. Volgens de Italiaanse premier en ex-voorzitter van de Europese Commissie gaat het zelfs „slechts om het begin”. „Italië keert terug onder de groten der aarden.”

Italië is echter geen nieuwkomer als het gaat om deelname aan internationale militaire missies. Het land doet mee aan twintig vredesoperaties onder meer in Irak (waar het zich uit zal terugtrekken), Afghanistan, Bosnië, Kosovo, Albanië en Macedonië. Het heeft straks inclusief de nu vertrokken troepen 8.500 soldaten en 3.500 hulpverleners uitgezonden. Het hele Italiaanse leger bestaat uit 191.000 soldaten en kost jaarlijks 12 miljard euro.

Nog nooit sinds de Tweede Wereldoorlog nam dit leger echter zo’n prominente taak op zich als nu in Libanon, waar vanaf februari ook een Italiaan de leiding krijgt. Waar de Fransen de leiding direct opeisten, terwijl ze aanvankelijk ‘slechts’ 200 extra soldaten toezegden, bood Italië meteen 3.000 manschappen.

Het maakt allemaal deel uit van Romano Prodi’s droom om Italië, Europa en de VN weer op te waarderen in de wereld. Hij haalde met dat doel in juli de (mislukte) vredesconferentie voor Libanon naar Rome en zei onlangs: „Het moet afgelopen zijn met de cynische grappen over ons land.” Grappen over onbetrouwbare Italianen en over Italië dat in vorige oorlogen bij een naderende nederlaag altijd overliep naar de winnaar.

Dit nieuwe aanzien in het buitenland, zo hoopt Prodi, zal bijdragen aan het zelfvertrouwen en de eendracht in het binnenland. Tegen de soldaten op de Garibaldi zei hij: „Jullie zijn het bewijs van de diepgaande cohesie van het land.” De verdeeldheid tijdens de verkiezingen van april behoort, wat Prodi betreft, tot het verleden.

Voor zover terug van vakantie en geïnformeerd, staan de Italianen gematigd positief tegenover de missie naar Libanon. Maar er is ook scepsis. Oud-premier en huidig oppositieleider Silvio Berlusconi waarschuwt voor „gevaarlijk triomfalisme”. Volgens hem is de opdracht die de soldaten hebben meegekregen niet helder.

Wat als Italianen stuiten op een vrachtwagen vol wapens voor Hezbollah, zo vragen Berlusconi en andere critici zich af. „Dat beslissen de commandanten ter plaatse”, antwoordde minister Parisi. „We zullen de vrachtwagen stoppen en de Libanese soldaten bellen om ze te ontwapenen”, zo liet generaal Fabrizio Castagnetti weten, de man die in New York als „supervisor” van de VN-missie is aangesteld. Het grootste gevaar voor de Italianen is volgens hem dat het staakt-het-vuren niet wordt gerespecteerd en dat er terroristische acties zullen plaatsvinden. De vrees is dat Rome of Milaan het doelwit worden van wraakacties als de Italianen Hezbollah-strijders ombrengen.

„Hopelijk gaat het om een beredeneerd risico”, schrijft de krant La Stampa vandaag in een kritisch commentaar. „Onze leiders zeggen dat een groot land zich niet kan onttrekken aan de plicht om de vrede te redden […] maar wij zijn geen groot land, we zijn een gemiddeld en twistziek land. […] Onze soldaten gaan aan land in Libanon. Dat is geen mooie plek, waar ze heengaan.”

Prodi straalt echter vol vertrouwen. Enkele uren nadat hij de troepen heeft uitgezwaaid, ontvangt hij een grote taart omdat hij honderd dagen premier is. Hij presenteert zich als een heuse wereldleider: „Zoals Blair me zei” […] „Ik denk Koffi Annan te hebben geholpen” […] „Bush zei me: bedankt voor je leiderschap’’

Dagblad Corriere della Sera vatte het geheel eerder deze week samen in een spotprent van Prodi met de tekst: ‘En op de achtste dag bracht hij de wereld de vrede.’