Pearl Jam rockt nog fundamenteel

Concert: Pearl Jam. Gehoord: 29/8, Gelredome Arnhem.

Pearl Jam werd door Kurt Cobain, tijd- en scenegenoot in de grunge, nog uitgemaakt voor rotte vis vanwege veronderstelde commerciële neigingen – al passen een langdurig proces tegen het Amerikaanse concertbedrijf Ticketmaster en het uitbrengen van tientallen live-cd’s niet direct in een gelikt marketingplan. Daarmee vestigde de rockgroep uit Seattle dan weer wel zijn reputatie als band met hart voor de zaak. Dat zo’n integere houding uiteindelijk vruchten afwerpt, bleek wel uit de forse opkomst bij het concert gisteravond, die ook de band zelf verraste: een bijna volle Gelredome.

Het voordeel van zulke trouwe fans is dat een optreden haast per definitie een greatest hits-set wordt: bekende krakers of obscure albumnummers, ze worden vrijwel stuk voor stuk uit volle borst meegezongen. Het was een welkom weerzien, want Pearl Jam trad in geen jaren hier op. Afgelopen weekeinde deed de band in Engeland de eerste festival-optredens sinds het rampzalige Roskilde-festival in 2000, waarbij negen doden vielen. Zanger Eddie Vedder had het er gisteravond niet meer over, maar riep het publiek wel op om voorzichtig te zijn, op elkaar te letten en goed naar de beveiliging te luisteren.

Qua uiterlijk is de charismatische Vedder met zijn lange, krullende manen en uitgekiende T-shirtkeuze (een heftig verwassen shirt van punkband The Misfits in de tweede helft van de show) de meest onversneden rocker van de band. Gitaristen Stone Gossard en Mike McCready zijn kortharige, bebrilde types, maar ze kunnen hun instrumenten wel degelijk laten rocken. Zeker als ook Vedder op de gitaar te keer ging, was het effect een stuwende cadans: rock op zijn fundamenteels.

Dat was goed om te horen, want achteraf valt aan hun vijftien jaar oude debuut Ten pas echt op hoezeer de grunge, en vooral Pearl Jam, geworteld waren in de klassieke rock. Ten is nog steeds de toetssteen voor Pearl Jam: de officiële fanclubsite is ernaar vernoemd, en die plaat leverde het grootste deel van de setlist. Jeff Ament schitterde in Jeremy met zijn zeldzame, twaalfsnarige basgitaar en McCready trachtte de show te stelen met koddige danspasjes in het verder toch vrij serieuze World Wide Suicide.

Maar hoezeer Pearl Jam ook opereert als collectief, het is toch Eddie Vedder die de show steelt. Als hij uithaalt naar de regering-Bush; als hij herinneringen ophaalt aan oude optredens in het Amsterdamse popcentrum Melkweg en het Groningse Vera; maar bovenal als hij zingt. Zijn strot glimt van de expressie die een uitweg vindt in soms wat gezwollen, maar altijd wel gloedvolle melodielijnen – ook als ze geleend waren, zoals een flard No Woman No Cry (Bob Marley) of Neil Youngs Rocking in a Free World in de royale serie toegiften.

Meteen al in het openingsnummer Release kwam bij Vedder zelfs enig Messiaans potentieel bovendrijven. Dat wordt nog dringen op die markt, als Pearl Jam straks op Hawaï in het voorprogramma van U2 staat.