Park vol sprookjes

Je bent voor je carrièreswitch bij hetzelfde bedrijf gebleven. Waarom?

„Ik vind de Efteling een uniek bedrijf om voor te werken. Het is toch een park vol sprookjes. In ’85 heb ik meegewerkt aan de bouw van de Fata Morgana. Dat was een van de leukste periodes uit mijn carrière. De gouden pieken aan de buitenkant heb ik belegd met bladgoud. Ik had zoveel kennis van het park, dat ik er niet weg wilde om ergens anders vanaf nul te beginnen.”

Heb je nooit spijt van de stap van decoratie naar een kantoorfunctie?

„Nee. Ik ben nog regelmatig in de werkplaats en dat is altijd leuk, maar het werk dat ik nu doe, is ook erg creatief. Ik maak pr-campagnes met persteksten en beleg persconferenties en heb veel contact met buitenlandse journalisten. Ook bedenk ik mee hoe de presentatie van nieuwe attracties eruit moet zien. Toen mijn favoriete sprookje, het meisje met de zwavelstokjes, in het sprookjesbos opende, was dat best een lastige klus. Het meisje in het sprookje gaat namelijk dood. Maar het is heel mooi en ingetogen geworden.”

Hoe zijn je secundaire arbeidsvoorwaarden? Je mag vast gratis het park in?

„Ja, ik krijg een abonnement en mijn gezin ook, maar dat is niet zo belangrijk voor me. Het is fijn dat het park opleidingen betaalt, zoals de communicatieopleiding en een cursus voor directiesecretaresse die ik heb gevolgd. Als ze die niet zouden vergoeden, had ik die trouwens ook gedaan. Je moet niet wachten op kansen, maar ze zelf creëren, vind ik.”

Wat zijn je plannen voor de toekomst?

„Ik heb nu een stabiele functie en dat is prettig omdat mijn kinderen nog klein zijn. Een andere baan zou ik niet willen. De enige droom die ik heb, is om misschien ooit terug te keren naar een klein reclamebureau. Oorspronkelijk ben ik opgeleid als meesterschilder aan de mts. Ik heb tijdens mijn studie stage gelopen in de reclame, waar ik ook mocht ontwerpen. Dat beviel goed. Het lijkt me mooi om het ontwerpen met de communicatie te combineren. Maar het zou me moeilijk vallen de Efteling achter te laten. De meeste mensen werken hier heel lang. Een diensttijd van 12,5 jaar wordt niet eens gevierd, omdat het te vaak voorkomt. Of je loopt na drie maanden gillend weg door de familiecultuur die hier heerst, of je raakt er verslaafd aan.”

Janna Laeven