Modern Italië kandidaat voor eredivisie

Italië heeft Europa direct en diepgaand betrokken bij het streven naar vrede in het Midden-Oosten en het zo een waardige partner van de Verenigde Staten in dit gebied gemaakt, meent Roger Cohen.

Italië is de grote Europese mogendheid die altijd heeft geploeterd om een plaats aan dezelfde tafel te krijgen als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. Zijn schoonheid was verleidelijk, maar zijn spierballen waren nooit zo overtuigend. Fiats, mode, vormgeving en olijfolie maken samen nog geen serieus land -- zo wil althans het onuitgesproken vooroordeel.

Na de instelling van de Groep van Vijf – de G5, het forum van de belangrijkste economieën – in 1973 heeft het land dertien jaar moeten wachten voordat het, samen met Canada, werd toegelaten tot een uitgebreide groep van zeven. En meer recentelijk zag het zich tot zijn ergernis uitgesloten van de Brits-Frans-Duitse trojka die de onderhandelingen over het nucleaire programma van Iran leidt.

Die mindere status wortelde in een paar karakteristieke trekken van het naoorlogse Italië: tientallen jaren van draaideurkabinetten, chronische inefficiëntie, gebrek aan zelfvertrouwen, gecombineerd met de hardnekkige economische kloof tussen het noorden en het zuiden van het land, en de corruptie die inherent was aan een bestuurlijk bestel op basis van cliëntelisme. De Italianen waren dol op hun land, maar voelden zich niet of nauwelijks betrokken bij hun staat. Wil een land iets groots ondernemen, dan vereist dat doorgaans een sterk nationaal bewustzijn. En zo raakte de wereld gewend aan een Italië dat presteerde onder zijn niveau.

Misschien moet dat beeld worden herzien. De hoofdrol van Italië bij de vorming van een uitgebreide VN-vredesmacht voor Zuid-Libanon is een stoutmoedige diplomatieke actie met potentieel verreikende gevolgen. Het leiderschap dat de centrum-linkse regering van premier Prodi laat zien, heeft niets tweederangs.

De VN-macht, die zal worden gebaseerd op een Italiaans contingent van misschien wel drieduizend man en ongeveer tweeduizend Fransen, is nog in opbouw. Naar de Fransen – die bij een terroristische aanslag in Beiroet in 1983 58 vredehandhavers hebben verloren – maar al te goed weten, loeren er nog duizend gevaren. Maar met de vorming van een groot Europees militair contingent in het Midden-Oosten zijn nieuwe verhoudingen geschapen.

Door zich in te zetten voor deze troepenmacht, die is gebaseerd op resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad, heeft Italië de Fransen geholpen hun aarzelingen te overwinnen. Belangrijker nog: het heeft Europa net zo direct en diepgaand bij het streven naar vrede in het Midden-Oosten betrokken als de Verenigde Staten al waren. Voor het eerst sinds de door Amerika geleide inval in Irak in 2003 zullen Amerikanen en Europeanen in grote aantallen op slechts enkele honderden kilometers van elkaar in het Midden-Oosten te velde actief zijn in afzonderlijke, maar met elkaar verband houdende missies. Dat kan er alleen maar toe bijdragen dat de partijen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan meer begrip voor elkaar krijgen.

Er zijn de afgelopen jaren veel woorden vuil gemaakt aan de vraag of de weg naar Jeruzalem via Bagdad loopt of andersom. Was een vrede tussen Israël en de Palestijnen noodzakelijk voor rust in Irak, of was zo’n vrede alleen mogelijk als eerst Saddam Hussein aan de kant geschoven werd? De argumenten waren merendeels niet steekhoudend, want het is nu eenmaal een feit dat vooruitgang alleen mogelijk is door een geïntegreerde aanpak van de problemen van de regio.

Uiteraard is er een groot verschil tussen de missie in Libanon en die in Irak. Al was het maar omdat de eerste gesteund wordt door een resolutie van de Veiligheidsraad, terwijl de laatste in brede kring geldt als een overmoedig Amerikaans militair avontuur van George W. Bush.

Dat heeft Prodi benadrukt in een interview met het Italiaanse dagblad La Repubblica: „In deze slepende kwestie zien wij nu de terugkeer van twee hoofdrolspelers waar de hele wereld op heeft gewacht: Europa als krachtige politieke eenheid en de Verenigde Naties als gezaghebbende multilaterale waarborg voor de vrede.” Die taal zal de linkervleugel van Prodi’s coalitie aanspreken, die afkerig is van het Amerikaanse wereldleiderschap, gehecht aan het idee van de EU als tegenwicht van de Amerikaanse macht, en erop gebrand om zo snel mogelijk een einde te maken aan wat hij ziet als de Italiaanse vazalstatus jegens Bush onder ex-premier Berlusconi.

Maar zoals Prodi heel goed weet is de werkelijkheid ingewikkelder. Hij heeft feitelijk de angel uit de dreigende wrijving met de regering-Bush over de terugtrekking van Italiaanse troepen uit Irak gehaald door zich vast te leggen op een hoofdrol in de Libanese missie, die niet los te zien valt van de Amerikaanse belangen in het Midden-Oosten. „Het probleem van de Italiaanse terugtrekking uit Irak is met één klap van tafel’’, zegt Cesare Merlini, de vice-voorzitter van de Raad voor de Verenigde Staten en Italië, een forum dat zich inzet voor de versterking van de onderlinge betrekkingen. Zo’n goocheltoer is Spanje niet gelukt toen dat land zich terugtrok uit Irak.

In feite heeft Prodi, terwijl hij zich leek te distantiëren van Berlusconi’s trouw aan Washington, de Amerikaanse en Europese belangen juist nauwer op elkaar afgestemd. Zoals de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken D’Alema, heeft gezegd in een interview met het Italiaanse financiële dagblad Il Sole 24 Ore: ,,De Amerikanen en de Europeanen kunnen samen een rol spelen, ook al omdat terwijl de VS meer invloed hebben op Israël, de Europeanen, als zij hun best doen, invloed kunnen hebben op de Arabische wereld. De combinatie van een en ander zou een vredesproces kunnen inluiden.”

Dat soort overwegingen waren altijd ijdele wensen, want Europa had niets in te brengen en Israël trok zich niets aan van de Europese diplomatie. Maar nu Italië in Europa een hoofdrol op zich heeft genomen, heeft het ontnuchterende effect van de oorlog in Libanon op Israël, gevoegd bij het niet minder ontnuchterende effect van de oorlog in Irak op Washington, vooralsnog de verhoudingen veranderd.

Italië waagt zich in een gevaarlijk gebied. Oud-president Cossiga zegt dat het „de ernstige fout heeft begaan zich als een grote mogendheid te beschouwen”. Het risico van een vernedering is reëel. Maar Italië heeft zich de afgelopen jaren standvastig betoond. Het is ondanks ernstige verliezen en tegenslagen in Irak gebleven. Het levert een belangrijke militaire bijdrage in Afghanistan. Het heeft bij zowel de Arabieren als Israël een zekere mate van vertrouwen weten te wekken, in tegenstelling tot andere Europese mogendheden, die een voorkeur voor een van beide partijen lijken te hebben. En nu het erop aankomt blijkt het een betere brug tussen Amerika en Europa te kunnen slaan dan het Groot-Brittannië van Blair.

Dat moet voldoende zijn om Italië te kunnen laten toetreden tot de Brits-Frans-Duitse club. Een Italiaans aandeel in het lopende overleg met Iran zou nuttig zijn nu Italië een cruciale rol op zich neemt bij het intomen van een Iraanse cliënt, Hezbollah, in Libanon.

Roger Cohen is columnist. © International Herald Tribune