Lastig kind moet langer in gewone klas

De groei van het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat, moet worden beperkt. Dat staat in een brief die minister Van der Hoeven (Onderwijs) begin deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

De minister wil dat er meer leerlingen naar gewone scholen gaan dan nu het geval is.

Het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat is sinds 2000 met meer dan dertig procent gestegen tot bijna zestigduizend, zo blijkt uit onderzoek van het ministerie en het onderzoeksinstituut Centerdata van de Universiteit van Tilburg. Dit aantal bestaat zowel uit basisschoolleerlingen als uit middelbare scholieren en bedraagt bijna twee procent van alle schoolgaande kinderen.

Leerlingen gaan naar het speciaal onderwijs als ze visueel gehandicapt, doof, verstandelijk of lichamelijk gehandicapt zijn, of als ze gedragsproblemen hebben. Vooral de toegenomen gang van die laatste groep naar het speciaal onderwijs moet volgens Van der Hoeven worden verminderd.

De minister spreekt in haar brief de ambitie uit om meer leerlingen met gedragsproblemen een plek te geven op gewone scholen. Op die manier worden het ‘rugzakleerlingen’: kinderen voor wie een reguliere school extra geld krijgt omdat ze extra aandacht nodig hebben. Sinds 2000 is het aantal rugzakleerlingen al meer dan verdubbeld.

Van der Hoeven vraagt zich volgens een woordvoerster bovendien af of het bij veel leerlingen vastgestelde gedragsprobleem wel zo zwaar is als wordt voorgesteld. Daarom wil de minister dat de vaststelling van een gedragsprobleem aan strengere criteria wordt onderworpen. Op die manier zouden minder kinderen naar het speciaal onderwijs hoeven gaan, of minder lang. „Gedragsproblemen zijn in hoge mate een subjectief gegeven”, aldus Van der Hoeven in haar brief. Om die reden ziet de minister volgens de woordvoerster heil in een beperktere definitie van ‘gedragsprobleem’.

De door Van der Hoeven voorgestelde maatregelen worden niet meer door het huidige kabinet uitgevoerd. De minister hoopt dat een volgend kabinet een keuze uit deze maatregelen zal maken. De woordvoerster van de minister hoopt dat het voor het eind van het jaar duidelijk wordt welke maatregelen kunnen rekenen op politieke steun.