Jonge meestertjes in de klas

Beginnende advocaten krijgen op grote kantoren nauwelijks de kans om de kneepjes van het vak te leren. Daarvoor moeten ze naar een ‘startersklasje’.

Interessante zaken voor grote cliënten en kansen op een internationale carrière. Daarom kiezen veel rechtenstudenten voor een groot advocatenkantoor bij het begin van hun carrière. Maar de praktijk is weerbarstiger. Zaken op grote kantoren zijn vaak zo complex dat beginnende advocaten slechts een klein radertje vormen in het grote geheel. Pleiten in de rechtbank is er vaak ook niet bij. Veel advocaten hebben een adviserende rol – ook in de procespraktijk, waar veel zaken worden geschikt. En als het op een kort geding aankomt, is het zelden de eerstejaars advocaat die de zaak van een multinational mag verdedigen.

„Ons kantoor richt zich steeds meer op grote cliënten”, zegt Anne-Marie Dijkhorst, hoofd recruitment van advocaten-, notarissen- en belastingadvieskantoor Loyens & Loeff. „Beginnende advocaten hebben vaak niet het overzicht over de hele zaak.” Vrijdag start het kantoor daarom de Loyens & Loeff Academy. Beginnende advocaten voeren hier, onder begeleiding van twee ervaren advocaten, een half jaar lang hun eigen praktijk. Met kleinere, overzichtelijke zaken, die normaal gesproken niet door Loyens & Loeff zouden worden behandeld. Pas daarna stromen ze door naar de ‘echte’ praktijk.

Het programma lijkt sterk op De Brauwerij, de opleiding van concurrent De Brauw Blackstone Westbroek. Sinds maart 2005 organiseert dit kantoor een halfjaarlijks programma voor advocaten, kandidaat-notarissen en belastingadviseurs, waarbij, net als bij Loyens & Loeff, starters zelf verantwoordelijk zijn voor overzichtelijke zaken. Ook hier worden zaken aangeleverd door een rechtsbijstandsverzekeraar, en begeleid door in dit geval drie compagnons en een aantal ervaren medewerkers. „Wij kunnen inmiddels zeggen dat het concept zich heeft bewezen”, zegt Patricia Utermark, manager recruitment en training. „Wij waren niet verbaasd dat andere kantoren ons hierin volgen.”

De Brauw verzorgt een groot deel van de beroepsopleiding, die advocaten de eerste negen maanden van hun carrière moeten doorlopen, intern. Loyens & Loeff begint hiermee in 2007. Beide kantoren bieden een flink aantal praktische trainingen aan, zoals presentatietechnieken, onderhandelen en communicatie. Het voornaamste doel: de kloof verkleinen tussen studie en werk. „Nu studenten steeds korter studeren, nemen ze vaak minder de tijd andere vaardigheden te ontwikkelen”, zegt Anne-Marie Dijkhorst van Loyens & Loeff. „Je moet als advocaat bijvoorbeeld niet bang zijn om een telefoongesprek te voeren.”

„Die studenten moeten dan maar naar Loyens & Loeff gaan”, reageert human recources-manager Berend Broerse van Freshfields, een Amsterdams kantoor. „Wij zoeken juist studenten die wél de tijd hebben genomen zich te ontwikkelen tijdens de studie. Ons kantoor is kleiner, dus we kunnen selectiever zijn.”

Volgens Freshfields trekken deze programma’s studenten aan die graag aan het handje willen worden genomen. Begeleiding staat inderdaad zowel bij De Brauw als Loyens & Loeff hoog in het vaandel. „We hadden het gevoel dat de interne begeleiding beter kon”, zegt Anne-Marie Dijkhorst. „Die komt nu nog te vaak op de schouders van de medewerker bij wie een starter op de kamer komt.”

In de Academy doen kandidaat-notarissen en belastingadviseurs mee aan een deel van het programma, bij De Brauw draaien zij volwaardig mee: goed voor de integratie tussen de verschillende beroepsgroepen, en voor een hecht netwerk binnen het kantoor. Maar het belangrijkste voordeel van deze twee opleidingen is dat advocaten vaker de kans krijgen te pleiten in de rechtszaal. De beroepsopleiding vereist dat zij dit in de eerste drie jaar van hun loopbaan minstens vijf keer doen.

Ook Houthoff Buruma, een kantoor van advocaten, notarissen en belastingadviseurs, wil een brug slaan tussen universiteit en praktijk. Dit kantoor doet het net even anders. In oktober begint dit het Talent Programme, waarbij starters in drie maanden door praktijkgerichte cursussen en case studies worden klaargestoomd voor het echte werk.

Deelnemers krijgen geen eigen zaken. Dat is niet het belangrijkste, zegt Imke Soesbeek-Blatter, hoofd recruitment. „Door de grote procespraktijk komen de meeste advocaten bij Houthoff voldoende in de rechtbank. Ons doel is starters op een hoger niveau te laten instromen. Maar als het opdoen van proceservaring een nevendoel wordt, zullen we erover nadenken voor het Talent Programme ook kleinere zaken in huis te halen.”

De programma’s zijn niet goedkoop. Een aantal duurbetaalde juristen werkt fulltime als begeleider, en de zaken worden behandeld tegen een veel lager tarief dan gebruikelijk is op deze kantoren. „Dat het ons geld gaat kosten, is duidelijk”, zegt Anne- Marie Dijkhorst. „Maar de investering betaalt zich vanzelf terug.” De Brauw bevestig dit. Utermark: „Na een half jaar zijn De Brauwerij-deelnemers klaar voor het specialistische werk, en maken ze een vliegende start op hun nieuwe afdeling.”