Irans president krijgt gedicht en kritische vragen

Gisteren gaf de Iraanse president Ahmadinejad een persconferentie. Het bood hem weer de kans uit te halen naar de VS, en de lokale pers om kritische vragen te stellen.

De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad houdt van stellingen en ideeën. Gisteren, tijdens zijn vierde persconferentie sinds hij een jaar geleden aantrad, vroeg hij zich af: „Waarom moet de wereld nog steeds onder het juk van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog leven?” De circa 150 aanwezige journalisten uit binnen- en buitenland pennen alles braaf op. Maar wie denkt dat de Iraanse president geen kritische vragen krijgt, heeft het mis.

Verborgen achter een woud van microfoons somt Ahmadinejad alle problemen in de wereld op die volgens hem veroorzaakt zijn door de wereldhegemonie van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. „Wapenwedlopen, onderdrukking, oorlogen, ondermijning van het gezin. De installatie van het zionistische regime in Palestina. Er is een grote culturele invasie, gericht op het onderwerpen van alle landen”, zegt hij.

De Iraanse president behandelt graag grote thema’s. Een jaar geleden sprak hij over Israël, dat „van de kaart geveegd moet worden” (al betwisten diverse bronnen tegenwoordig de juiste vertaling van die uitspraak). Steeds weer komt alles terug op het centrale thema: waarom moet een regio (het Midden-Oosten) die niets van doen had met de Tweede Wereldoorlog, boeten voor de gevolgen ervan, waarmee hij doelt op zijn stelling dat Europa zijn joden heeft geëxporteerd uit schuldgevoel. „Israël is een illegale staat die wij niet erkennen”, benadrukt hij.

Vervolgens gooit Ahmadinejad zijn plan-van-de-dag in de strijd. Hij wil een live debat met de Amerikaanse president Bush. Een Amerikaanse woordvoerder wijst dat een paar uur later van de hand. Morgen loopt een VN-deadline af gericht op het Iraanse nucleaire programma, en Ahmadinejad hoopt te laten zien dat Iran bereid is tot praten en de VS niet.

Dan is het tijd voor vragen van vooral de lokale pers. Een bonte verzameling Iraanse verslaggevers richt zich tot de president. De zwaar bebrilde nestor van het perscorps vraagt waarom „de revolutionaire rechters geen einde maken aan de decadente corruptie.” Daarna draagt hij twee gedichten voor over het Iraanse volk „dat als brullende leeuwen de vijand tegemoet treedt”.

Dat vindt Ahmadinejad erg mooi. „Precies”, zegt hij. Een andere journalist neemt de microfoon om alleen even te zeggen hoe blij hij is om de president te zien.

Maar dat zijn uitzonderingen. De rest van de vragen is kritisch. „Ik ben een arme journalist”, zegt Naser Alaghbandam van de conservatieve krant Jam e Jam. „Vooral de prijzen van voedsel zijn enorm gestegen. Als we uw woordvoerder vragen geeft hij steeds de richtprijzen van de overheid.” „Misschien moet u naar zijn supermarkt gaan”, grapt Ahmadinejad. Maar vervolgens legt hij toch uit hoe volgens zijn berekening de inflatie onder zijn bewind is gedaald.

Er zijn veel scherpe vragen over de economie, stijgende huizenprijzen, Irans positie in de wereld, de miljarden die aan benzinesubsidies worden besteed in Iran en de dreiging van sancties. Slechts één journalist gaat in op Ahmadinejads proefballonnen over wereldmachten, gesprekken met Bush en het falen van de Verenigde Naties.

Een ander vraagt hoe het kan dat Ahmadinejad heeft beloofd de pers te steunen, maar zijn woordvoerder de rechterlijke macht heeft gevraagd kritische journalisten te onderzoeken. „Is dat gebeurd?”, vraagt Ahmadinejad.

Na twee uur moet de president echt gaan, maar niet voordat bijna iedereen zijn vraag heeft kunnen stellen. Ook de persoonlijke. „Meneer de president, klopt het dat u maar twee uur per nacht slaapt?”, vraagt een journalist net voordat Ahmadinejad door een deur verdwijnt. „Natuurlijk niet. Ik slaap wel vijf uur”, zegt Ahmadinejad. „Ik ben ook maar een mens.”