Het verlangen om de branding te bedwingen

Menno de Galan wil een ‘surfer bum’ worden, een ‘dude’ op een plank, en schrijft zich in voor een ‘succes verzekerd’-cursus bij de Surf Shop in Ocean City, New Jersey.

Zo is het begonnen. Elke ochtend, vlak na zonsopgang, parkeert een jeep in de straat voor ons strandhuis. De inzittenden springen er uit en rennen naar de boardwalk, de strandpromenade. Daar klimmen ze op de railing en staren naar de golven.

Surfers.

Luttele minuten later lopen ze in hun wetsuits en met hun planken over het strand. Ocean City, New Jersey, is geen Oahu Beach of Teahupoo, maar heeft niettemin een giftige branding vanwege de zandplaten voor de kust, die een trechter vormen voor het zeewater.

Sinds ik de surfers van een afstand over de golven heb zien scheren, ben ik in de ban van het verlangen zelf de branding te bedwingen; een verlangen naar riding, ripping en killing van golven. Ik wil een surfer bum worden, een dude op een plank, en wel per direct.

Het treft dat ik mij bevind in het land waar de instant-bevrediging van behoeften is uitgevonden. De Surf Shop op 654 Asbury Avenue biedt voor dertig dollar een cursus aan waarbij succes wordt verzekerd. Ik schrijf mij in.

„Dit is een ervaring die je leven op z’n kop zal zetten”, zegt cursusleider Mat tegen de aspirant surfers. De belangstelling kan niet anders dan overweldigend worden genoemd: vijfentwintig mensen hebben zich ingeschreven, van jong tot oud, een volle bak. Mat, een kalende dertiger met een beginnend buikje en een tatoeage van golven en dolfijnen over de rechterhelft van z’n bovenlichaam, stelt zijn assistenten voor: Todd alias Rockstar en Megan. Todd is een kunstenaar met een woeste haarbos, Megan een modeontwerpster. Ze hebben elkaar hier ontmoet, op het strand voor de Surf Shop, toen hij acht jaar oud was en zij tien. Ze zijn hier getrouwd. Om hun liefde te bezegelen heeft Megan een tatoeage van vissen en een kreeft rechts van haar navel; hun sterrenbeelden.

„Ladies and gentlemen, this is an extreme sport”, brult Mat op het strand. We hebben ons in een wetsuit gewurmd en staan opgesteld in rijen van vijf, naast onze surfboard. Mijn buurvrouw, Sarah uit Philadelphia, ziet er oergezond uit. Ze heeft geen grammetje vet op haar lichaam, een puntgaaf gebit en twee diamanten oorbellen in haar rechteroor. Gevraagd naar de reden om aan de cursus deel te nemen zegt ze: „Mijn vriend is veel beter in surfen dan ik. Dat kan ik niet uitstaan. I want to kick his ass.” Mijn buurman aan de andere kant heet Michael. Michael is vijftig en wil al dertig jaar surfen. Maar midden jaren zeventig kon dat niet, want toen was hij marinier. „Mijn eenheid was in 1975 betrokken bij het incident met de Mayaguez”, zegt hij. Daarbij zijn veel buddies omgekomen. Zoek maar op, op het web.”

Veiligheid voor alles. Mat zegt eerst wat we vooral niet moeten doen: van de plank springen, in paniek raken of gespannen zijn. Dan legt hij de basics van surfen uit: op de plank liggen met de tenen op de rand, peddelen met je handen, snelheid maken, en vlak achter de krul van de golf in een vloeiende beweging opdrukken, opstaan en je balans vinden.

We oefenen eerst droog en gaan dan het water in. De branding ziet er van dichtbij heel wat minder betoverend uit dan vanaf de promenade. Ik lig op m’n plank, een beetje als een aangespoelde walvis, kies een golf uit, peddel, en schiet naar voren. Het opdrukken gaat niet. Of beter: m’n linker lichaamshelft wil wel, maar m’n rechter weigert dienst. Mijn rechterbeen blijft half in het water hangen. Er is niets dat vloeit. Sarah en Michael scheren intussen voorbij. They are having a blast, ik niet. „Blijven proberen”, brult Mat. Dat doe ik, maar bij elke poging ben ik minder ontspannen. Na een uur raak ik vermoeid. Het navigeren van de golven, peddelen, opdrukken; alles kost kracht. Als ik even later het water uit strompel, heb ik zelfs moeite m’n plank af te leveren. M’n rechter lichaamshelft voelt tot op de draad versleten.

Bij de Surf Shop vraagt eigenaar Larry hoe het was. „Gezakt”, antwoord ik. „The waves were closing out on you”, zegt Larry. Die zoek ik op. Closing out: niet te surfen. Aardig van Larry: de golven hebben het gedaan.