De eland als de koe van de Russische taiga

In de Russische deelrepubliek Komi temt men elanden. Dat is haast niet te doen, maar het werk gaat door, omdat het ‘leuk’ is, en omdat het werk van vorige generaties verloren is als het project wordt gestaakt.

Een Finse delegatie overlegt deze maand in het dorpje Jaksja over de bouw van een ‘natuurhotel’. Daar kunnen Finnen in de frisse lucht genieten van elandenmelk en elandenkaas.

De ondervoorzitter van het rayon heeft een ander marketingconcept: balsam (kruidenbitter) van elandenmelk. In een klooster dook hij een recept op: een lichtgroene roomlikeur met kruiden en vijftig procent alcohol. „Hooguit zeventig gram per dag drinken, het werkt als Viagra”, grinnikt hij ondeugend.

Het dorpje Jaksja, in het zuiden van de Noord-Russische deelrepubliek Komi, heeft een probleem. Wat te doen met ’s werelds eerste experimentele elandenboerderij? Elandenmelk is goud waard, denken ze hier. Moskovieten geloven dat de melk de potentie verhoogt en zouden grif veertig euro voor een liter betalen. Maar hoe die markt aan te boren op twee dagreizen met vliegtuig, trein en bus? Je moet koeling hebben en robuuste melkwagens. En dan is er de concurrentie van die nieuwkomers in Kostroma, waar ze jaarlijks 2,5 ton melk produceren.

Eind jaren dertig ontstond in de Sovjet-Unie het plan de eland te domesticeren. Jaksja was het hoofddorp van natuurreservaat Petsjora, de directie wilde iets aan de zege van het socialisme bijdragen. Dus waarom de eland niet ombouwen tot de koe van de taiga? Voor hun eigen bestwil, de stalinistische ideoloog Kasjtsjenko schreef immers: „Alle wilde diersoorten zijn gedoemd tot uitsterven. Sommigen roeien wij uit, andere temmen we. Natuur ontstaat, leeft en sterft slechts als de mens dat wil.”

Met hun gespierde lichamen op spinachtige poten hadden elanden potentieel als het trek-, last- en rijdier van de besneeuwde taiga, dacht bioloog Jevgeni Knorre. Ook leverden de kolossen melk en vlees op. Inheemse stammen gebruikten de rustige, nieuwsgierige eland incidenteel, het Zweedse leger in een grijs verleden eveneens. Voor veldslagen bleken ze ongeschikt: dan galoppeerden ze meteen het bos in.

In 1949 mocht Knorre in het dorp Jaksja een ambitieus fok- en researchproject opzetten. In de praktijk bleek de eland echter een weerbarstig boerderijdier. Hij kon vrachten van 1900 kilo torsen, maar was eerder een sprinter dan een marathonloper. Alleen mannetjes die voor hun vijfde maand werden gecastreerd, waren geschikt als lastdier. Hun trotse gewei schrompelde dan wel in tot een zielig stompje knobbeltjes en zonder hulp van mensen konden de castraten zich nauwelijks voeden.

Tamme elanden vergen veel onderhoud, erkent Andrej Satsoek, de huidige directeur van de boerderij. Hij voert deze ochtend twee vrouwtjes, de rest van zijn kudde dwaalt door het bos. Pas wanneer ze de bladeren als sjasliek van de takken hebben geritst mogen wij de omheining binnen. „Zijn ze nerveus, dan trappen ze jullie zo doormidden”, zegt Satsoek.

Zo valt er meer af te dingen op het concept ‘tamme eland’. Solitaire elanden krijg je niet in een kudde, bizarre experimenten om ze middels een koeienextract te ‘inoculeren met de kuddegeest’ of sondes met afstandsbediening in hun hersenen te planten ten spijt. Ze hebben een groot territorium nodig dat door zijn omvang niet valt te omheinen. En ze verwilderen heel snel. Satsoek loopt dagelijks loeiend de taiga op om contact te houden met zijn elanden.

En wat je al niet moet doen om ze te melken. Elandvrouwtjes geven vier tot vijf liter per dag, maar een melkmeisje moet van jongs af aan vertrouwd met de dieren zijn en haar kleren met de geur van hun kalfjes impregneren. Ook moet ze verdomd sterke handen hebben, want elandtepels liggen diep in de buik. In Jaksja ontwierpen ze een melkkooi om ze onder dwang te melken, maar vrouwkracht ontbreekt en het melken is daarom voorlopig gestaakt.

Satsoek trof zijn boerderij in 2001 in miserabele toestand aan: er resteerden nog maar drie elanden. De rest was weggelopen, door stropers afgeschoten of door beren en wolven opgesmikkeld. Nu is de kudde aangesterkt tot twaalf. Satsoek: „Op eigen kracht. We hebben de elandenboerderij in Kostroma gevraagd ons mannetjes te sturen. Maar ze weigerden, terwijl ze daar ooit begonnen met zes paren van ons.”

De boerderij van Kostroma vormde de tweede fase in de domesticatie van de eland. Begin jaren zestig besloot partijleider Chroesjtsjov dat het project een succes was: het Westen was weer afgetroefd. Elandenmelk, zo bleek, had medicinale kracht. Drie keer zo vet als koeienmelk en vol vitamines, zou het gastritis en maagzweren genezen, het immuunsysteem versterken en de potentie bevorderen.

In de regio Kostroma, ten noorden van Moskou, werd in 1963 een kudde van achthonderd tamme elanden gepland. Daar konden kolchozen uit de hele Sovjet-Unie last- en melkdieren bestellen, zo was de bedoeling. Directeur Nikolai Gratsjov heeft nu nog zo’n veertig elanden in het bos rondlopen, zijn boerderij is vooral een toeristenattractie. „Dat we veertig euro voor een liter melk vangen, is nonsens. We leveren melk aan een sanatorium en elke toerist krijgt vijftig gram om te proeven. Maar we zijn en blijven een staatsboerderij.”

Waarom hij Jaksja, zijn alma mater, in 2001 niet aan fokelanden hielp toen men daar aan de grond zat? Gratsjov, woedend: „Ze hadden ons niet op hoge toon moeten bellen om elanden op te eisen. We zijn hun niets schuldig.”

Een harde wereld, de tamme elandenfok. Maar zowel in Jaksja als in Kostroma kunnen ze niet goed uitleggen waarom Rusland tamme elanden blijft subsidiëren. „Waarom niet?”, buldert Gratsjov. „Het is toch leuk?”

Rivaal Satsoek, filosofisch: „Eens waren wij een wereldrijk en was domesticatie van de eland ons prestigeproject. Het nut is nu niet duidelijk, maar stoppen we dan is al het werk van vorige generaties voor niets geweest.”