Containerbouw kan brandgevaarlijk zijn

In de constructie van zogenoemde unitbouw kunnen gevaarlijke onvolkomenheden zitten. Daarvoor waarschuwt Minister Dekker (Volkshuisvesting, VVD) vandaag. Aanleiding is het onderzoek van onder meer de VROM-inspectie na de brand in het cellencomplex van Schiphol-Oost op 26 oktober, waarbij elf doden vielen.

De waarschuwing van Dekker betreft soortgelijke complexen. Die staan op allerlei plaatsen in het land: bij penitentiaire inrichtingen, bij scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen of universiteiten. Volgens de minister hoeft er geen sprake te zijn van een onveilige situatie. Bij de bouw moeten dan wel de holle ruimtes tussen de containers die voorzien zijn van een zogenoemde schil (zoals een gevelwand of dakbedekking), worden afgedicht met brandwerend materiaal of opgedeeld in kleinere compartimenten. Dat is niet wettelijk verplicht. Voor de eigenaren en beheerders van dergelijke complexen bestaat een ‘handreiking’ om de nodige aanpassingen te doen.

Uit het onderzoek van drie inspectiediensten (VROM, Arbeidsinspectie en de Inspectie Openbare Orde van Binnenlandse Zaken) is gebleken dat extra aandacht nodig is voor de holle ruimtes tussen de containers die als trekgat werken. Bij een brand kan de rook zich hierlangs razendsnel verspreiden.

Dit onderzoek is gedaan voor het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid van Pieter van Vollenhoven, die zich richt op de brand in het cellencomplex voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Dit rapport wordt eind september verwacht. Op 9 december 2005 bracht Van Vollenhoven al een ‘tussentijdse waarschuwing’ uit. Volgens zijn onderzoekers was de constructie van de K-vleugel van het cellencomplex op Schiphol mede debet aan het snelle verloop van de brand, omdat hete lucht en rook vrij konden circuleren. Voor complexen met soortgelijke constructie gold hetzelfde risico, zo waarschuwde Van Vollenhoven.

De gemeente Haarlemmermeer heeft er in het verleden meermalen op gewezen dat het cellencomplex op Schiphol niet voldoende brandveilig was. Een woordvoerder van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ziet een „relatie” tussen de brief van Dekker en de tussentijdse waarschuwing van enkele maanden geleden. Volgens de woordvoerder is het echter „niet uitgesloten’’ dat het eindrapport van de Onderzoeksraad op belangrijke punten zal verschillen.