‘Asielkind verhuist meestal één keer’

Ruim 6.300 schoolgaande kinderen van asielzoekers in Nederland zijn in de afgelopen tweeënhalf jaar verhuisd. Meer dan 4.100 van hen verhuisden omdat het asielzoekerscentrum (azc) waarin ze verbleven, dichtging. De meesten verhuisden één keer. Enkele tientallen kinderen moesten in een jaar twee keer van azc en school veranderen.

Dit blijkt uit cijfers die minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Verdonk schrijft dat ze de zorg deelt van GGD Nederland (waar de artsen en verpleegkundigen die in de centra werken, onder vallen) dat kinderen daardoor het risico lopen in een isolement te raken. Haar beleid is er op gericht dat risico zo klein mogelijk te maken.

Een kind moest in de afgelopen tweeënhalf jaar vier keer verhuizen wegens sluiting van een azc, aldus Verdonk. De minister weet niet hoe lang kinderen gemiddeld in een centrum verblijven, omdat dat niet wordt bijgehouden.

De fracties van GroenLinks en de PvdA hadden Verdonk vragen gesteld over het toenemend aantal verhuizingen van kinderen door het sluiten van azc’s naar aanleiding van berichten daarover in de media.

De verhuizingen van de asielzoekers zijn nodig omdat de afgelopen jaren veel asielzoekerscentra sloten. Een locatie moet dicht als de landelijke bezetting minder is dan 95 procent. In drie jaar tijd kromp het aantal locaties van 300 naar 60. Dat is gevolg van het strengere asielbeleid.

Het aantal locaties zal in de toekomst nog verder afnemen, maar het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) probeert daarbij het aantal verhuizingen zoveel mogelijk te beperken. „De grens van de krimp is wat ons betreft wel bereikt”, zegt de woordvoerder van het COA. Maarten van Beek, directeur Opvang van het COA, liet eerder al weten dat hij één keer verhuizing per jaar het maximaal haalbare vindt. Het COA probeert gezinnen met schoolgaande kinderen waar mogelijk tijdens de schoolvakanties te laten verhuizen, maar dat is niet altijd mogelijk. Het COA plaatst hen over het algemeen in azc’s die niet op de lijst staan om te worden gesloten, aldus Verdonk.