Afstand tussen kabinet en kiezer wordt nóg groter

Enkel topbestuurders in een kabinet leidt tot een club van technocraten.

Het zal de invloed van Tweede-Kamerleden en kiezers niet vergroten.

Het is een drukke tijd voor iedereen die de democratie wil verbeteren. Met de verkiezingen voor de deur komen er allerhande ideeën om ons politieke bestel beter te laten werken. De Nationale Conventie heeft vorige week een aantal doorwrochte plannen gepresenteerd. En ook het Burgerforum komt binnenkort met zijn plan voor het verbeteren van ons kiesstelsel. En dan natuurlijk de politieke partijen zelf, die met verschillende suggesties komen om de democratie te moderniseren. Met uitzondering van het CDA; dat vindt het genoeg dat de Nederlandse kiezer eens in de vier jaar mag stemmen.

Mijn eigen partij, de Partij van de Arbeid, vindt het belangrijk dat mensen hun invloed kunnen laten gelden, ook op momenten dat het voor de politiek ongemakkelijk is. Langs die lijn, de mate van invloed die burgers hebben op de politieke macht, bekijk ik de ideeën van Rustema.

Interessant punt is dat hij vindt dat niet alleen coalitiepartijen hun wensen moeten kunnen realiseren. Met een a-politiek kabinet, dat steeds steun moet verwerven voor afzonderlijke onderwerpen, hebben partijen die anders in de oppositie zitten meer kans om hun punten te realiseren.

Maar anderzijds vergroot het plan van Rustema een wezenlijk probleem van de Nederlandse democratie. De afstand tussen de kiezer en de uiteindelijke macht is te groot. In Nederland kiezen we niet de dragers van de macht, maar altijd de controleurs van de macht. Rustema pleit er eigenlijk voor om ministers, de dragers van de macht, nog verder op afstand te zetten door het kabinet uit bestuurlijke, a-politieke topmensen te laten bestaan. De Tweede Kamer mag de profielschets schrijven, maar mag niemand uit haar eigen gelederen rekruteren. Maar mensen zien nu juist graag politieke bestuurders van vlees en bloed. Ik vind het dus raar dat Rustema het spijtig vindt dat kiezers graag zien dat degene op wie ze stemmen ook de macht gaat uitoefenen. Wouter Bos kan toch niet verweten worden dat, wanneer de PvdA de grootste partij wordt, we ook zullen proberen om zoveel mogelijk van onze wensen te realiseren?

Rustema wil een kabinet met enkel topbestuurders, maar ik vrees voor een technocratenclub, op grote afstand van de kiezer.

Misschien is er een tussenoplossing. De vervlechting tussen de Tweede Kamer als controleur en het kabinet als uitvoerder kan ook op een andere manier worden aangepakt. Zo kan de winnende lijsttrekker van de grootste partij eerst een team van politiek uitgesproken ministers formeren om samen met deze club een politiek programma op hoofdlijnen te schrijven. Omdat het geen gedetailleerd regeerakkoord is, blijft er ruimte voor nieuwe plannen vanuit de Kamer en is er ook ruimte voor oppositiepartijen om te proberen hun wensen via een ad-hoc-meerderheid te realiseren.

Als kiezers zich niet meer in herkennen in de voorgestelde plannen, is het veel beter om kiezers rechtstreeks de macht te geven om dat te corrigeren. De beste manier om de ‘wil van het volk’ tot uiting te laten komen, is immers om ‘het volk’ zelf daarover aan het woord te laten. Dat gaat bij verkiezingen om het algemene beleid, maar het kan ook via referenda als het gaat om concrete politieke onderwerpen.

Een club a-politieke bestuurders aan het hoofd zetten van als ware de Nederland BV zal de invloed van Tweede-Kamerleden en kiezers niet vergroten.

Niesco Dubbelboer is woordvoerder Bestuurlijke Vernieuwing en Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid.