Wel kindsoldaten, geen moord of marteling

Het Internationale Strafhof beschuldigt in zijn eerste aanklacht de Congolees Thomas Lubanga van de inzet van kindsoldaten. Mensenrechtenorganisaties hadden meer gewild.

De aanklager van het Internationale Strafhof in Den Haag heeft gisteren zijn eerste tenlastelegging ingediend bij de rechters van het hof. De Congolees Thomas Dyilo Lubanga wordt aangeklaagd voor het rekruteren en registreren van kindsoldaten en hun inzet in gewapende strijd. Lubanga (45) zou deze oorlogsmisdaden als leider van de Hema-rebellenbeweging Union des Patriotes Congolais hebben begaan in de Oost-Congolese regio Ituri.

Plaatsvervangend hoofdaanklaagster Fatou Bensouda noemde de aanklacht tijdens een persconferentie „een belangrijke stap” in het werk van het Strafhof, dat in 2002 werd opgericht om de grootste oorlogsmisdadigers te vervolgen als landen dat zelf niet kunnen of willen. Volgens Bensouda is de inzet van kindsoldaten „een van de meest brute en meest zorgwekkende uitwassen van oorlog”, en waren er op het hoogtepunt van de recente oorlog in Congo (1998-2003) zeker 30.000 kindsoldaten – dat wil zeggen kinderen jonger dan vijftien jaar – actief.

Aan de hand van zes individuele gevallen wil hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo aantonen dat Lubanga als leider van de UPC en de daaraan verbonden militie FPLC „moedwillig zeer grote aantallen kindsoldaten”, zowel jongens als meisjes, rekruteerde en in kampen liet opleiden. Hij droeg zorg voor de financiering van die kampen, moedigde ouders aan hun kinderen aan hem over te dragen en gebruikte kinderen als zijn persoonlijke lijfwachten. De kindsoldaten moesten vechten tegen met name de Lendu, een stam waarmee de Hema in vrijwel constant conflict verwikkeld zijn. Zowel de Lendu-burgerbevolking als de Lendu-militie FNI was doelwit, aldus de aanklacht.

„Lachwekkend”, noemde Lubanga’s raadsman, de Vlaming Jean Flamme, de aanklacht vandaag. „Lubanga heeft de UPC alleen opgericht voor verzoening tussen de etnische stammen.” Ook heeft Lubanga „actief gewerkt aan de demobilisering van de door het FPCL gerekruteerde kindsoldaten.” De FPCL is bovendien niet door Lubanga opgericht, vervolgde Flamme, maar is een afsplitsing van muitende leden van een andere militie. Lubanga zat in die periode in 2002 in de gevangenis in de Oegandese hoofdstad Kampala, en later in Kinshasa.

En waarom alleen Lubanga, vroeg Flamme zich af. „De inzet van kindsoldaten is een algemeen probleem in Congo sinds het bewind van Kabila-vader [Laurent Kabila, president van 1997 tot zijn dood in 2001, red.]” „Toen ik vorige week in Kinshasa was zag ik aanhangers van presidentskandidaat Bemba kindsoldaten gebruiken tegen aanhangers van Kabila-zoon [de huidige president Joseph Kabila].” Volgens Flamme is Lubanga, die alle beschuldigingen ontkent, nooit militair geweest.

Mensenrechtenorganisaties zijn teleurgesteld over de aanklacht. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn er in de laatste zes jaar zeker 60.000 mensen afgeslacht in Ituri alleen al. In een brief aan Ocampo pleitten organisaties als Human Rights Watch en Avocats sans Frontières ervoor uitgebreider onderzoek in Congo te doen. Zij stellen dat Lubanga ook schuldig is aan moord, marteling en seksueel geweld. Ze geven het voorbeeld van de aanval door UPC-milities in de regio tussen Lipri en Nyangaraye, waarbij zeker 350 personen zijn gedood en 26 dorpen verwoest. Als de aanklacht niet wordt uitgebreid, „kan dat de geloofwaardigheid van het Strafhof in Congo schaden”, schrijven de organisaties.

Ocampo had de zaak graag groter gemaakt, schrijft de aanklager in het begeleidende document. Hij zou beschikken over informatie die aantoont dat Lubanga steun kreeg van „buitenlanders”, maar die niet sterk genoeg is voor een zaak. Raadsman Flamme: „Als íets bewezen kan worden in deze oorlog, is het wel de verantwoordelijkheid van Oegandese en Rwandese autoriteiten.”

De aanklacht is gebaseerd op documenten en verklaringen die twintig onderzoekers tijdens zeventig missies in Congo hebben verzameld, daarbij gehinderd door de aanhoudende onveiligheid in Ituri. Ocampo sluit niet uit dat er meer zaken volgen tegen Lubanga en andere Congolezen.