Vijfling

Na de wedstrijd is het druk in de gang voor de kleedkamer van de Orioles in Baltimore. Vijf kinderen in gifgroene T-shirts wachten even voor middernacht op hun vader, Melvin Mora. Mora is de houder van een trots record: de enige honkballer met een vijfling. Genesis, Matthew, Jada, Rebekah en Christian werden op 18 juli 2001 geboren. Veel tijd voor z’n gezin heeft Mora niet tijdens het seizoen. Maar hij klaagt niet: „God weet wat hij doet”, zegt hij. „Hij geeft geen vijf kinderen aan de eerste de beste.”

Mora, uit Venezuela, is een opvallende verschijning bij de Orioles. Zijn gezicht lijkt sprekend op dat van Nelson Mandela. Hij heeft het afgetrainde lichaam van de bokser die hij ooit was. En hij is een spraakwaterval. In de kleedkamer praat en zingt hij in het Spaans, om even later blanke teamgenoten in het Engels speels terecht te wijzen: „Hey, white boy, turn that music down!”

Twee Latino’s vormen het hart van de Orioles. Miguel Tejada uit de Dominicaanse Republiek is de teamleider, Mora de dominante persoonlijkheid. Daarnaast spelen werper Daniel Cabrera en catcher Ramón Hernandez een belangrijke rol in het team. Tejada, Cabrera en Hernandez wonen van oktober tot en met maart in hun vaderland, Mora blijft in de Verenigde Staten. Hij is getrouwd met een Amerikaanse, uit New York.

Een halve eeuw geleden, toen de eerste Latino-honkballers in Amerika doorbraken, ging het er anders aan toe. Roberto Clemente uit Puerto Rico, een superster, werd volgens zijn biograaf David Maraniss vijf jaar lang genegeerd door de pers en zijn medespelers in Pittsburgh. Hij sprak geen Engels, zij geen Spaans. Na wedstrijden dook hij weg in een hoek van de kleedkamer.

Van Clemente tot Mora – het zou een mooie titel zijn voor een boek over de emancipatie van Spaanstalige spelers in het Amerikaanse honkbal.

Menno de Galan