Spanning Hongarije, Slowakije

De Slowaakse regering heeft gisteren incidenten in het land tegen de Hongaarse minderheid veroordeeld, en tegelijkertijd de Hongaarse regering gevraagd haar retoriek te matigen en met Bratislava samen te werken om de spanningen tussen de twee landen te verminderen.

Het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken ontbood gisteren de Slowaakse ambassadeur in Boedapest om te protesteren tegen het jongste incident, dat zich vrijdag in de Slowaakse stad Nitra afspeelde. Daar werd een Hongaarse vrouw – lid van de 500.000 zielen tellende minderheid – aangevallen door twee mannen met T-shirts met de tekst ‘Hongaren, keer terug naar de andere kant van de Donau’. De Hongaarse regering zei gisteren dat de incidenten tegen Hongaren en Roma in Slowakije het resultaat zijn van de toetreding van de extreemnationalistische Slowaakse Nationale Partij (SNS) tot de onlangs aangetreden regering van premier Róbert Fico.

De Hongaarse premier, Ferenc Gyurcsány, riep Fico zaterdag op „de stilte te doorbreken” en openlijk stelling te nemen over de „xenofobe incidenten. Fico veroordeelde daarop zondag alle uitingen van etnische haat. Gisteren volgde de Slowaakse regering met een verklaring waarin „daden van extremisme en intolerantie die zich de afgelopen dagen in Slowakije hebben voorgedaan, strikt en compromisloos worden veroordeeld”.

Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Bratislava liet ook weten dat de Hongaarse regering „overdreven reageert”. „Excessieve publiciteit, talrijke verklaringen en ongepaste reacties van de Hongaarse zijde hebben bijgedragen tot een atmosfeer van spanning”, zo heette het in een verklaring. Het ministerie riep op tot een dialoog om een oplossing te vinden. (Reuters, AFP)