Rijksconsumptiebon

Voor vijftien euro kan een jongere anderhalve keer naar de bioscoop of naar het museum. Het voorstel van minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) om middelbare scholieren een culturele chippas met vijftien euro te geven, is dus geen passend alternatief voor uitvoering van de motie van een Kamermeerderheid om de vaste collecties van musea gratis te maken. Van der Hoeven heeft goede reden om die motie niet uit te voeren, maar het vergt meer dan een technisch snufje om de belangstelling van jongeren te wekken voor kunst.

Het chippasje, dat over twee jaar moet worden uitgedeeld, is een symptoom van de stuurloosheid van het cultuurbeleid voor jongeren. Nieuw is het niet, want jongeren krijgen nu al tegoedbonnen voor toegangskaartjes. Daar hoort geen bioscoopbezoek mee te worden gesubsidieerd. De jongeren gaan wel uit zichzelf naar de film Miami Vice als ze daar zin in hebben. Als het bezoek daalt, hebben de bioscoopconcerns genoeg geld om het te stimuleren. Overheidssubsidie is bedoeld om kunstsectoren die zichzelf niet kunnen bedruipen in stand te houden. Als de overheid geld over heeft voor de kunsten, moet ze ook haar best doen om door onderwijs en speciale voorzieningen het belang daarvan duidelijk te maken aan jongeren.

Daar schort het aan. Overheidssubsidie is bedoeld voor bezoek aan musea, muziek of theaters en niet voor een avondje Pathé. In tegenstelling tot wat Van der Hoeven stelt, gaat het wel degelijk om hogere cultuur. Anders zou de overheid net zo goed het bezoek aan voetbalwedstrijden kunnen subsidiëren want die zijn ook populair onder jongeren.

Beter dan het ontwikkelen van een nieuwe chippas zou Van der Hoeven de culturele mogelijkheden van het Cultureel Jongerenpaspoort (CJP) kunnen vergroten. Daar moet de aandacht op worden geconcentreerd. Dit paspoort, dat aan alle vierdeklassers van de middelbare school gratis wordt verstrekt en door anderen kan worden gekocht, wordt ook gebruikt als marketinginstrument voor cultuurvreemde bedrijfstakken, zoals de zorgverzekering en de computerspelletjesbranche. Bedrijven moeten vooral die kortingen en voordeeltjes blijven geven aan CJP-houders, zolang die bedrijven er zelf voor betalen. Het staat ook aan de bioscoopbranche vrij om dat te doen. Maar de overheidsuitgaven moeten zich beperken tot kortingen op gesubsidieerde cultuur. Helaas zit daar nu te weinig systeem in. Het is belangrijker dat musea goedkoop worden gemaakt voor jongeren dan dat ze gratis worden voor alle Nederlanders met uitsluiting van buitenlanders. Ook het onderwijs draagt bij aan de waardering van kunst door leerlingen, maar het vergt goed opgeleide leraren die leerlingen kunnen stimuleren. En die worden schaarser.

Gelukkig hecht de nieuwe CJP-directeur, Walter Groenen, meer belang aan de hogere cultuur dan de minister. Het is hoopgevend dat hij de traditie van het CJP als toegang tot hogere culturele instellingen in ere wil herstellen. Hij verdient alle steun en geld. Dat is belangrijker dan een elektronische rijksconsumptiebon.