Politiek denken

De NAVO is een militair bondgenootschap, en dus past het in de doctrine dat de afzonderlijke partners elkaar helpen als dat nodig is. Eén voor allen en allen voor één, luidt vrij vertaald het beroemde artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag, de oprichtingsakte van de NAVO. Ook in Afghanistan, waar de alliantie het bevel voert over een internationale troepenmacht, wordt dit principe in acht genomen. De commandant van de Nederlandse militairen in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan heeft dan ook gelijk met zijn opmerking dat het getuigt van „militair denken” wanneer Nederlandse eenheden buiten Uruzgan Britse en Canadese troepen zouden gaan helpen. Deze bondgenoten zijn gelegerd in de buurprovincies Helmand en Kandahar, waar ze vrijwel dagelijks slag moeten leveren met Talibaan-strijders. In Uruzgan is het relatief rustig.

Met de mogelijkheid van de inzet van Nederlandse troepen op andere plaatsen in Afghanistan dan Uruzgan is wellicht rekening gehouden, maar dit lijkt veel verder te gaan. De beslissing daarover mag niet één pennestreek zijn. Bovendien, zo merkte staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) eerder terecht op, zijn de Nederlanders in Uruzgan nog maar net begonnen. Laat ze eerst hun eigen zaken op orde brengen. Van de installatie van Kamp Holland tot de uitvoering van hun werk – helpen bij de wederopbouw. De betrekkelijke rust in Uruzgan kan overigens altijd omslaan. In slechte scenario’s zal hopelijk van wederkerigheid sprake zijn: NAVO-partners die de Nederlandse troepen hulp bieden.

Nederland is met een bepaald idee naar Afghanistan gegaan. Bekend was dat het om een riskante missie ging. Maar evengoed is het uitgangspunt steeds het bieden van veiligheid aan de Afghaanse bevolking gebleven. Daar verwijst de afkorting van de vredesmacht ook naar: International Security Assistance Force (ISAF). In Afghanistan blijkt in toenemende mate dat deze omschrijving ruim moet worden genomen. Vredesmissies in dit land zijn een andere manier van oorlog voeren, met de onaangename gevolgen van dien. Zie de gewelddadigheden waarmee de Britten en de Canadezen worden geconfronteerd.

Het is niet verwonderlijk dat de strategie aan dit gegeven lijkt te worden aangepast. Militaire commandanten zouden falen als ze niet tijdig de bakens weten te verzetten. Met het volharden, soms tegen beter weten in, in achterhaalde strategieën zijn veldslagen verloren. De Britse NAVO-commandant van de ISAF-troepen in Afghanistan, David Richards, vindt kennelijk dat het zwaartepunt van de vredesoperatie nu in het zuiden van Afghanistan moet liggen. Ook zou hij van mening zijn dat statische, grote bases – zoals Kamp Holland in Uruzgan – beter plaats kunnen maken voor een flexibeler troepeninzet, die uitgaat van de stationering van militairen op plekken met veel guerrillastrijders.

Improvisaties moeten altijd mogelijk zijn, maar als Nederland te maken krijgt met een ingrijpend veranderende militaire aanpak in Afghanistan, zal de Tweede Kamer zich daarover dienen uit te spreken. „Militair denken” van Nederlandse of Britse commandanten, hoe zinnig ook, behoeft een politiek mandaat.