Oplopende emoties, in België en Nederland

Het is wat met Nederland, maar België kan er ook wat van hoor. En de Belgen brengen dat zelf uitstekend in kaart. De reconstructie, op Canvas, van de ontsnapping van kinderverkrachter en -moordenaar Marc Dutroux, onderdeel van een serie over keerpunten in de recente Belgische geschiedenis was, hoewel de afloop vaststond, reuze spannend. Dat wil zeggen: oerkomisch. Een aaneenschakeling van onachtzaamheid, suikerzieke bewakers en al dan niet geladen dienstpistolen leidde op 23 april 1998 tot het ondenkbare: ‘s lands beruchtste misdadiger poetste de plaat. Eerst te voet, vervolgens per en passant geroofde auto. De knap gereconstrueerde achtervolging was pure slapstick, Louis de Funès waardig. Hoe langer hoe meer mensen renden onbestemd dezelfde richting op, terwijl – de makers brachten het bijna malicieus in beeld – het nationale parlement zich even loom als dikkedeurderig opmaakte voor het vragenuurtje met toenmalig premier Jean-Luc Dehaene. Binnen werd gegaapt en doelloos gerommeld in paperassen, buiten nam de klopjacht wat je noemt vormen aan. Het signalement van de misschien wel bekendste Belg aller tijden ging uit. Zo en zo lang. Bril. Snor. Langzaam werd het parlement wakker, en schrikte uiteindelijk zelfs op. Zo snel als zijn beentjes hem dragen konden haastte de premier zich naar zijn „bureel”. Van bovenaf gefilmd, prachtig. Zo tegen de ontknoping zagen we, bloedstollend als in The Shining maar dan met Swiebertje in de hoofdrol, een boswachter zijn laatste rondje maken. Hij wist van de ontsnapping en ook wist hij, nadat hij Dutroux gesignaleerd had: daar en daar ligt een boom over het pad. Daar dreef hij de voortvluchtige heen. Maar boswachters hadden toen nog geen gsm: terug naar het dorp dus. Nu ja, het liep goed af. Ook voor Dehaene. Die liet twee ministeriële koppen rollen en kreeg naar eigen zeggen van de weeromstuit en in een sfeer van nationale verbroedering controversiële hervormingen aangenomen. Slapstick, het woord viel al, maar ook een heus keerpunt – en aanstekelijke geschiedschrijving.

Villa Historica dat gisteravond bij de NCRV zijn laatste aflevering beleefde, valt er bij in het niet, hoe aardig de archiefbeelden, in dit geval van de eerste vrouwelijke politieagenten, uit 1953, ook waren. De hele programmering van de NCRV lijkt uit die tijd te stammen. Het na elkaar uitgezonden Memories en Hello Goodbye hebben behalve een Engelstalige titel ook hun tranentrekkende ambitie gemeen. Emoties, dat willen de mensen in het land, en die krijgen ze: goed beschouwd zien ze van negen uur tot half elf slechts medemensen elkaar snotterend in de armen vallen. Het even later uitgezonden Coma, over de revalidatie van twee vegetatieve patiënten en het verdriet en de dilemma’s van hun familie, ontsteeg het Libelle-niveau, maar deed dat van het tranendal wel toenemen.

Nova had Ben Verwaayen te gast, topman van British Telecom en schrijver van het verkiezingsprogamma van de VVD. Hij noemde zichzelf in een grappige verspreking „een groot, optimistisch mens”. Refererend aan de typering door VVD-ministers Zalm en Hoogervorst van hun collega Verdonk – respectievelijk „takke”- en „kutwijf” – vroeg interviewer Twan Huys wanneer het eens afgelopen was met dat „gesodemieter”. Dat was geen verspreking.