Natascha Kampusch waarschuwt de pers

De 18-jarige Oostenrijkse Natascha Kampusch, die vorige week na ruim acht jaar gevangenschap aan haar ontvoerder wist te ontsnappen, heeft gisteren in een open brief geschreven zich goed te kunnen voorstellen hoe „choquerend en beangstigend de gedachte is dat zoiets mogelijk is”.

In de brief, voorgelezen door haar psychiater, vraagt ze journalisten om geduld en om te stoppen met speculaties, „met de eeuwige laster, de verkeerde interpretaties, het beter weten en het gebrek aan respect voor mij”. Antwoord op „intieme vragen of persoonlijke details” zal ze nooit geven en ze dreigt met gerechtelijke stappen als iemand grenzen overschrijdt. „Wie dat probeert, kan zijn borst natmaken.”

Kampusch zelf zal het moment bepalen waarop ze met journalisten zal spreken. Ze is tevreden met haar begeleidingsteam, onder wie een jeugdadvocaat, twee jeugdpsychiaters en het politieteam. Met haar familie wil ze – voorlopig – slechts telefonisch contact.

In de brief beschrijft Kampusch hoe haar dagelijkse routine „verbonden [was] met de angst voor de eenzaamheid”. Haar ontvoerder, de 44-jarige Wolfgang Priklopil die op de dag van haar ontsnapping zelfmoord pleegde, wilde dat ze hem ‘meester’ noemde, maar dat heeft ze nooit gedaan. „Ik was net zo sterk”, aldus de vrouw, „symbolisch gezegd, heeft hij mij op handen gedragen en met voeten getreden.” Haar situatie heeft haar, schrijft ze, behoed voor zaken als roken, drinken en slechte vrienden. „Natuurlijk was mijn jeugd anders dan die van anderen, maar in principe heb ik niet het gevoel, dat ik iets heb gemist.”

Kampusch zegt dat ze na haar ontsnapping niet heeft gehuild, zoals sommige kranten schreven. „Er was geen reden voor verdriet.” Volgens haar was Priklopils dood „niet nodig” geweest. Ze zegt daar op een bepaalde manier verdriet over te hebben. „Hij was een deel van mijn leven”, schrijft ze.