Museum voor gesproken kunst

Vijf jaar na de aanslagen van 2001 zijn de eerste concrete stappen naar een museum op ‘ground zero’ gezet. Het moet „fijngevoelig” worden, maar ook „choquerend”.

Twee vrouwen, twee doelstellingen, één museum. Museumdirecteur Alice Greenwald wil het World Trade Center Memorial Museum vooral „beschrijvend” maken want „een monument op de plek van een gruweldaad vereist fijngevoeligheid”. Debra Burlingame klinkt minder fijnbesnaard. „Ik duw Alice telkens weer richting de grens van hoever je kunt gaan met beeld.” Burlingame is naast medebestuurder van het museum ook zus van de piloot van het American Airlines-vliegtuig dat het Pentagon invloog. „Het museum moet bezoekers aangrijpen en choqueren.”

Bouwvakkers zijn twee weken geleden begonnen met de fundering van het museum dat over drie jaar zou moeten openen. Een eerste fototentoonstelling is vorige week onthuld. En het eerste stuk groter dan een helm is verworven. Aan de huidige vooruitgang gingen lange jaren vooraf, gaven Greenwald en Burlingame gisteren toe in een persbijeenkomst in een kantoortoren aan de rand van ‘ground zero’. Hier zetelt de ‘Memorial Foundation’, het museum in oprichting.

In 2003 werd het ontwerp Reflecting Absence gekozen uit 5.200 ontwerpen uit 63 verschillende landen. Blikvangers van het ontwerp van de Israëliër Michael Arad en de Amerikaanse landschapsarchitect Peter Walker zijn de twee leemtes op de plaats waar de Twin Towers stonden. Aan de zijden van deze vierkanten komt een constante waterval, vanaf kniehoogte de diepte in. Op straatniveau zijn de namen van de 2.979 slachtoffers te lezen. „Het wordt een monument in de stad, maar afgesloten van de stad”, zegt Greenwald. „Het wijkt af. Geen beton, niet verticaal. En het wordt een bebost terrein.”

Het huidige bouwplan is direct al een forse aanpassing van het origineel. Niet langer kunnen bezoekers door galerijen achter de waterval langs lopen, niet langer staan de namen van de slachtoffers daar in de muren gegraveerd. Al snel bleek dat de kosten overschreden dreigden te worden. De afgelopen maart begonnen constructie werd daarom twee maanden later alweer stilgelegd. Beleidsmakers vonden de ruim 1 miljard dollar (780 miljoen euro) voor het museum plus monument te veel.

De bestuursvoorzitter van de stichting zag zich gedwongen af te treden, het ontwerp moest aangepast en de Memorial Foundation werd verantwoordelijkheden ontnomen. Nu ziet overheidsorganisatie Port Authority, de voormalig eigenaar van het WTC en de aanstaande exploitant van de Freedom Tower, toe op de bouw. Huidige schatting van de kosten: 740 miljoen dollar. Daarvan moet de stichting er nog zelf 170 vergaren. Vorige maand kregen negenhonderdduizend huishoudens een bedelbrief thuisgestuurd.

De collectie van het museum is nog verwaarloosbaar. Op dezelfde twintigste verdieping van het kantoorpand waar Greenwald ontvangt, is een zaaltje vrijgemaakt voor artefacten. Veel is er niet te zien. Een brandweerhelm, enkele briefkaarten, briefjes van geliefden dat ze nog leven. Ook staat er een drie meter groot plastic Vrijheidsbeeld, een ding dat normaliter gebruikt wordt door winkeliers met toeristenprullaria. In de dagen na de aanslagen kwam het op de een of andere manier bij een brandweerkazerne terecht. New Yorkers gebruikten het om er briefjes aan te hangen en de stad te eren. Nu is het een pas verworven pronkstuk.

Volgens Greenwald hebben andere musea direct na de aanslagen toegezegd hun collecties ter beschikking te stellen aan een later museum op de plek van het World Trade Center. Maar in het huidige ontwerp ontbreekt tenminste 1.800 vierkante meter aan opslagruimte. De oplossing? Het museum richt zich vooralsnog op gesproken kunst. Op zijn website zijn podcasts van brandweermannen binnen te halen, muziekbestanden die op computer of MP3-speler afgespeeld kunnen worden.

De lijst met complicaties lijkt oneindig en Greenwald onderkent dat „we harde keuzes moeten maken”. De nabijheid van het exploiteren van het monument en de emoties van de mondige achterblijvers zorgen namelijk voor constante frictie. Het museum wil de namen van de slachtoffers willekeurig weergeven, net zoals hun dood was. De nabestaanden willen ze gegroepeerd zien per werkgever. En dan is er nog de groep nabestaanden die het wachten zat was. Ze richtten het deze zomer geopende ‘Tribute Center’ op „voor 8,1 miljoen bezoekers van zuidelijk Manhattan vóór de opening van het museum”, schrijft de organisatie in een verklaring.

Of neem het meest recente vraagstuk. Het museum schat dat exploitatie van het museum op jaarbasis 50 miljoen dollar gaat kosten. Maar wie moet dat betalen? De overheid wil niet en de stichting sluit het heffen van entree niet uit. Slachtoffers kunnen ondertussen de gedachte te moeten betalen om de sterfplek van hun familieleden te mogen bezoeken maar moeilijk verdragen.

here: remembering 9/11. T/m oktober bij Ground Zero, New York. Inl: www.buildthememorial.org.