Mannenoverschot is gevaarlijk

In enkele Aziatische samenlevingen, waar ouders een traditionele voorkeur hebben voor zonen, is sinds de jaren tachtig een mannenoverschot ontstaan dat deze samenlevingen nu voor problemen stelt. China en India krijgen de komende decennia te maken met 12 tot 15 procent meer mannen dan vrouwen. Het gaat vooral om laag opgeleide jonge mannen van het platteland, die zo goed als kansloos zijn op de huwelijksmarkt en wie een bestaan in de marge wacht. Marginalisering op zo’n grote schaal kan een destabiliserende uitwerking hebben op deze samenlevingen.

Dit schrijven twee onderzoekers, de Britse Therese Hesketh en de Chinese Zhu Wei Xing, vandaag in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Voorkeur voor zonen bestaat al lang in delen van Azië en Afrika, maar pas in de jaren tachtig ontstond de mogelijkheid via echoscopie het geslacht van een ongeboren kind vast te stellen. Sindsdien hebben selectieve abortus van meisjes, naast de verwaarlozing van vrouwelijke zuigelingen, een grote vlucht genomen in Azië. Dit gebeurde vooral in China, waar in 1979 de één-kindpolitiek van kracht werd.

Het groeiend overschot aan jonge, laaggeschoolde mannen, waarschuwen de auteurs, kan leiden tot antisociaal, gewelddadig gedrag. „Waar ongetrouwde jongemannen zonder maatschappelijke vooruitzichten elkaar opzoeken”, schrijven Hesketh en Zhu, „neemt de kans op georganiseerde misdaad en terreur toe.” Daar staat tegenover dat een dalend percentage vrouwen de status van vrouwen kan versterken, en dat zij op den duur profiteren van een stijgende waardering.

De onderzoekers menen dat uiteindelijk de traditionele voorkeur voor zonen zal verminderen. De komende decennia, schrijven ze, blijven stringente maatregelen geboden om sekseselectie terug te dringen.

overschot: pagina 9