Mannenoverschot in Azië gevaar voor samenleving

In China en andere Aziatische landen is een overschot aan mannen ontstaan. Zij zijn meest laag geschoold, vinden moeilijk een vrouw en vervallen licht in asociaal gedrag.

Rotterdam, 29 aug. - Sinds de jaren tachtig is in China en andere Aziatische landen een groot mannenoverschot ontstaan. Dat is het resultaat van een traditionele voorkeur voor mannelijk kroost en de moderne mogelijkheid om het geslacht van een kind vóór de geboorte vast te stellen. Als gevolg van selectieve abortus en verwaarlozing van vrouwelijke zuigelingen is de natuurlijke ratio tussen jongetjes en meisjes in deze landen verstoord. In delen van China en India kan het overschot aan jongemannen de komende jaren oplopen tot 12 tot 15 procent.

Deze cijfers staan vandaag in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. De auteurs van het artikel, Therese Hesketh (University College, Londen) en Zhu Wei Xing (Zhejiang Universiteit, China), waarschuwen dat deze demografische scheefgroei een destabiliserend effect kan hebben op de samenlevingen in kwestie. Als steeds meer mannen beseffen hoe gering hun kansen op de huwelijksmarkt zijn, kan dit leiden tot antisociaal gedrag en kunnen haarden ontstaan van georganiseerde misdaad en terrorisme.

De getalsverhouding tussen mannen en vrouwen is in de meeste samenlevingen tamelijk constant. Er is hoogstens sprake van een – nooit bevredigend verklaarde – toename van het percentage mannelijke borelingen tijdens en kort na een oorlog. Een gezaghebbende studie naar geboorten in Europa in de periode 1962-1980 wees uit dat de sekseratio – het aantal mannelijke levend geborenen per 100 vrouwelijke – gemiddeld 106 bedroeg, met een afwijking van 1. Dat cijfer geldt sindsdien als ‘normaal’.

In veel landen, van Oost-Azië tot Noord-Afrika, wijkt de sekseratio af van deze standaard. Ouders hebben liever zonen, omdat die voor meer inkomen zorgen, de familielijn voortzetten en voorrang krijgen bij het erven van bezit. Meisjes gelden als een kostenpost, omdat ze op den duur deel gaan uitmaken van de familie van hun man – en dan geen verantwoordelijkheid meer dragen voor hun eigen ouders – en vaak een bruidsschat moeten meebrengen. Toen in de jaren tachtig de mogelijkheid ontstond om met behulp van echoscopie het geslacht van een ongeboren kind vast te stellen, raakte in enkele Aziatische landen de sekseratio uit het lood in het voordeel van mannen. Dat begon in Zuid-Korea, vooral via selectieve abortus. In de jaren negentig begon hier de sekseratio weer te dalen, maar in China bleef die stijgen. In dat land werd in 1979 de één-kindpolitiek gelanceerd en sindsdien gaan Chinese ouders voor een zoon. Volgens de statistieken worden in China jaarlijks 1 miljoen meer jongetjes geboren dan meisjes. Dat is het gevolg van selectieve abortus, maar ook van niet registreren, te vondeling leggen en verwaarlozing van vrouwelijke zuigelingen.

Volgens Hesketh en Zhu krijgen China en delen van India de komende decennia te maken met een mannenoverschot van 12 tot 15 procent. Deze jongemannen vinden geen vrouw – en dat in samenlevingen waar iemand zonder gezin geen aanzien heeft. Dit lot treft vooral mannen van het platteland, met weinig inkomen en opleiding. Gezien hun schaarste trouwen vrouwen ‘omhoog’ en de minder verkieslijke mannen zijn kansloos. In China is 94 procent van de ongehuwden tussen 28 en 49 jaar man en van hen heeft 97 procent geen middelbare schooldiploma. In deze gemeenschappen heeft het groeiende aantal jongemannen zonder kansen op de huwelijksmarkt geen uitlaatklep voor zijn seksuele energie.

In de meeste culturen worden geweldsmisdrijven gepleegd door jonge, ongetrouwde mannen met een lage status. Recent onderzoek in Indiase deelstaten wees op een verband tussen de sekseratio en het aantal moorden. In sommige Chinese steden zijn jonge, mannelijke trekarbeiders verantwoordelijk voor 80 procent van de misdaad.

Autoriteiten zijn zich bewust van deze risico’s. In China en India bestaan strenge wetten tegen het doden, te vondeling leggen en verwaarlozen van meisjes, maar het schort aan de handhaving. In China zijn prenatale vaststelling van het geslacht en selectieve abortus verboden. In Zuid-Korea hadden zulke verboden in de jaren negentig een afschrikwekkende werking op medisch personeel en de sekseratio daalde. Hesketh en Zhu verwachten op den duur het meest van mentaliteitsverandering. In een recente enquête zei 39 procent van de Chinese vrouwen geen voorkeur te hebben voor een zoon.