Lang leve de nieuwe vrijheid

Op het strand zijn de oud-internationals nog steeds mooi-weer-volleyballers

Mentaal is het zwaar, omdat een beachvolleyballer volledig op zichzelf is aangewezen

Die rotwind, dat waren Reinder Nummerdor en Richard Schuil niet gewend. Beschermd door sporthallen speelden de volleyballers ruim tien jaar overal ter wereld hun wedstrijden. De tegenstand kwam van spelers aan de andere kant van het net, niet van het weer. Maar sinds de twee oud-internationals hebben gekozen voor beachvolleybal, merken ze hoezeer de wind het spel kan beïnvloeden. Als er een briesje opsteekt zijn ze kwetsbaar; Nummerdor en Schuil behoren op het strand tot de categorie mooi-weer-volleyballers.

Maar dat gaat veranderen, voorspelt het tweetal. Want ze hebben olympische ambities voor 2008 en om die te verwezenlijken moeten ze allroundspelers worden, zo eenvoudig is het. ‘Peking’ leek afgelopen weekeinde evenwel een onbereikbare bestemming, zo slecht speelden Nummerdor en Schuil op de Europese kampioenschappen in Scheveningen. Maar het was dan ook koud en guur. Geen weer voor de zonliefhebbers die na drie wedstrijden, inclusief een herkansing, uit het toernooi lagen. En de week ervoor verspeelden ze ook al de Nederlandse titel mede als gevolg van stormachtige omstandigheden.

Het is wennen spelers in het zand te zien zwoegen die hun bekendheid ontlenen aan het klassieke volleybalspel. Bij elkaar opgeteld hebben Nummerdor en Schuil een decennium lang 741 interlands gespeeld. Zij waren na de generatie die in 1996 de gouden medaille won op de Spelen in Atlanta de dragende spelers van het Nederlandse team. Met wisselend succes, maar nooit meer op het niveau van een olympische kampioen. „En als ik eerlijk ben hadden we ook niet de kwaliteit om iets te winnen”, zegt oud-aanvoerder Nummerdor. „We kwamen op veel vlakken iets te kort.”

Nadat Nummerdor en Schuil het spectrum aan clubcompetities en toernooien met de nationale ploeg meermalen hadden meegemaakt, trad de verzadiging op. De geest was rijp voor de stap naar het strand, waar het tweetal vorig jaar zomer op nationaal niveau al had proefgedraaid. Wat hen vooral aansprak was de levensstijl. Niet het keurslijf van een team, maar de vrijheid om zelf te bepalen met wie, waar en hoe je speelt. „Ik kan nu tijdens een toernooi alleen ontbijten en hoef niet meer op twaalf man te wachten”, zegt Schuil. „Het klinkt misschien stom, maar ik was het gewoon zat, een heel team om me heen.”

In de loop van de Italiaanse competitie was Schuil er al uit. Hij besloot te stoppen en na het seizoen de stap naar een fulltime bestaan als beachvolleyballer te maken. Alleen al bij de gedachte aan het strand kwamen de muren steeds vaker op hem af. „Hoewel het bij Taranto in Italië een prachtig seizoen werd en we kampioen werden van de Serie A2, vond ik het tijd om te stoppen. En ik vond het wel gepast om af te sluiten met een titel. Mijn leeftijd speelde ook een rol. In de zaal word ik niet veel beter, terwijl ik als beachvolleyballer nog veel kan winnen. Mijn voorkeur ging uit naar samenwerking met Reinder. Maar als hij het niet had gedaan, had ik een andere partner gezocht.”

Complicerende factor voor Schuil was dat hij bij Taranto een doorlopend contract van één jaar had. En Nummerdor hikte tegen de financiële gevolgen aan. Een lucratief contract inruilen voor het modale bestaan van een beachvolleyballer doe je niet zomaar. „Dat was een zwaarwegend punt, want volleybal is wel mijn werk. Ik heb geen opleiding; niks achter de hand dus. En je levert veel geld in. Maar dat was eigenlijk het enige tegenargument. Alle andere overwegingen vielen in het voordeel van het beachvolleybal uit. Dat gold vooral voor de terugkeer naar Nederland, dat telde zwaar.”

Nummerdors gevoel overwon het verstand, waarna alleen nog het contract van Schuil een obstakel was. „Ik heb de trainer gebeld en gezegd: ‘Ik trek het niet langer’”, vertelt Schuil. „En hij had zowaar begrip. Ik had eerlijk gezegd een zware boete verwacht. Maar zelfs die kreeg ik niet. In mijn voordeel was dat ik van veel waarde voor de club ben geweest en ze al snel een goede Braziliaan als vervanger wisten aan te trekken.”

Na een aarzelend begin op het strand ontpopten Nummerdor en Schuil zich tot de runners-up van het Europese wedstrijdencircuit. Ze versloegen menig topteam, wonnen het toernooi van Valencia en waren in de vier keer dat ze aan de World Tour meededen zeer competitief. „Na wat ik heb gezien, moeten we de Spelen van Peking kunnen halen”, vindt Nummerdor. „Ik heb de wereldtop zien spelen en weet welk niveau we moeten halen. En daar zitten wij al dichtbij. Een voordeel is dat van ons geen klassering in de topacht wordt verlangd. Een plaats bij de beste 24 op de wereldranglijst is in principe toereikend voor kwalificatie. Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, maar het moet wel kunnen.”

Want de Olympische Spelen zijn het ultieme doel van Nummerdor en Schuil, die hebben afgesproken tot die tijd bij elkaar te blijven, ook als er onderlinge wrijvingen optreden. Schuil: „Ik vind het bijzonder om zowel in de zaal als op het strand aan de Spelen te hebben deelgenomen. Dat kunnen er weinig zeggen. Ja, de Amerikaan Karch Kiraly, die in beide disciplines zelfs goud won. Na mijn gouden medaille van ‘Atlanta’ zou ik dat kunnen evenaren. Maar eerlijk gezegd lijkt me dat te hoog gegrepen.”

Nummerdor en Schuil erkennen dat de grondslag van de overstap naar het strand het zeer positieve saldo van hun bankrekening is. Zonder die zekerheid hadden ze het risico gemeden. „Voor het geld hadden we in de Italiaanse competitie moeten blijven spelen”, zegt Schuil. „Ja, ik kan het financieel gemakkelijk tot en met de Spelen uitzingen. Maar dat is niet de bedoeling. Dit jaar is kostendekkend, maar in de volgende jaren willen we er toch wel iets aan overhouden. Daarom zijn we naarstig op zoek naar een sponsor. Maar dat wil niet vlotten. Het is ook moeilijk, want Nederland is geen land van sportsponsors.”

En Nummerdor zou niet graag ruilen met spelers als Gijs Ronnes en Jochem de Gruijter, die het prijzengeld hard nodig hebben. „Zij bewijzen dat het op die manier ook kan. Hoewel ik niet weet hoe zorgelijk de situatie bij andere teams is, speelt het toch anders als je, zoals ik, aardig wat centen aan het zaalvolleybal hebt overgehouden of als je voor brood op de plank moet zorgen.”

En beachvolleybal is een onvoorspelbaar spel, heeft Nummerdor ervaren. Waar de verhoudingen in de zaal redelijk vastliggen, kan een respectabel team er op het strand in de eerste ronde van elk toernooi uitvliegen. Nummerdor spreekt van een zware sport, fysiek omdat bewegen in het zand kracht kost, maar ook mentaal omdat een speler vooral op zichzelf is aangewezen. „Daar schrok ik wel van. Als het niet loopt of de tegenstander heeft door hoe je speelt, moet je er zelf uitkomen. Je kunt niet, zoals in de zaal, worden gewisseld. Dat mentale aspect springt er uit.”

Voor Schuil is het wennen om alle facetten van het spel te beheersen. In de zaal was hij als diagonaalspeler gespecialiseerd in aanvallen. Maar op het strand moet hij alles doen. Dat hij die andere facetten behoorlijk tot goed beheerst, hadden weinig kenners verwacht. „Ik ben nu een allrounder. Ik wist dat het in me zat, maar was de enige”, zegt hij niet zonder ironie. „Ja, ik kan ook passen. Ik deed het alleen nooit. Maar ik zal nooit een specialist worden. Ik houd me goed staande op het strand. Behalve als het waait dan.”