Kempen & compliance

Keihard, zo is het oordeel van toezichthouders De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) over de topman van de bank Kempen & Co. Bestuursvoorzitter Wiet Pot van de bank moet zijn functie eind dit jaar neerleggen, omdat hij diverse privé-effectentransacties niet intern bij Kempen heeft gemeld. Dat had hij wel moeten doen, bij de zogenoemde compliance officer, de interne controleur die kijkt of de transacties zich verdragen met de activiteiten van de bank.

Het besluit van de toezichthouders is opvallend, omdat de commissarissen van Kempen het eind vorig jaar, toen de zaak uitkwam, hielden bij een boete. Zij stellen dat met de transacties niets mis was, anders dan dat Pot ze niet heeft gemeld. Toezichthouders DNB en AFM beslisten anders.

Het toezicht op financiële instellingen en hun bestuurders is de laatste jaren duidelijk verhard. Dat spoort met het steeds strakkere keurslijf waarin bestuurders van ook andere ondernemingen worden gesnoerd. De schandalen van de afgelopen jaren in binnen- (Ahold) en buitenland (Enron) hebben deze ontwikkeling verder versterkt. Inmiddels komt in de Verenigde Staten een discussie op gang of de draconische maatregelen tegen falende bestuurders, vastgelegd in de zogenoemde Sarbanes-Oxleywet, niet te voortvarend zijn en moeten worden verzacht.

In de financiële wereld ligt dat van oudsher al anders. Het bancaire systeem staat of valt met vertrouwen. Bestuurders in deze sector worden vooraf dan ook uitgebreid doorgelicht door DNB. Als zij tegen de regels handelen, dan moeten daar zware sancties op staan. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is dat, als de topman er mee wegkomt, dat een slecht voorbeeld is voor het overige personeel. Het principe van gelijke monniken, gelijke kappen gaat hier niet op. Voor de abt gelden strengere regels dan voor zijn ondergeschikten.

De tweede reden is het publieke vertrouwen. Geen burger kan om de financiële sector heen, de bedrijfstak vormt een deel van de maatschappelijke infrastructuur. Vandaar dat toezicht, en toetsing van bestuurders, altijd al strenger zijn geweest dan bij de rest van het bedrijfsleven. Juist het publieke belang roept in de zaak-Kempen vragen op. De bank gaf afgelopen weekeinde openheid van zaken over het aftreden van Pot, omdat de geruchtenmachine er voor zorgde dat het toch in de openbaarheid dreigde te komen. Maar waarom was de beslissing van DNB en AFM van begin af aan niet openbaar? Zij werd in februari al genomen. Kennelijk is het de bedoeling geweest om de zaak in stilte op te lossen.

Dat is niet juist. Als het publieke vertrouwen gediend wordt met het wegsturen van een falende bankier, dan moet het publiek daar ook van op de hoogte worden gesteld. Het resultaat is nu dat datzelfde publiek reden heeft zich af te vragen of er misschien niet méér aan de hand was, of hoe vaak er al andere bankiers in stilte het veld hebben moeten ruimen. Dat verkleint het vertrouwen in de financiële sector eerder dan dat het dit vergroot. En dat kan niet de bedoeling zijn.