In Turkije was slopen goedkoper

Het asbestschip Otapan zal vermoedelijk toch niet bij Izmir worden gesloopt. Nu er veel meer asbest in het schip zit dan op de papieren staat, wil Turkije niet meer.

Jarenlang hebben twee asbestschepen in de Amsterdamse haven stil gelegen. De Sandrien en de Otapan. De Sandrien wordt nu in de haven gesloopt. De Otapan is zo ver nog niet. Gisteren hoopte staatssecretaris Van Geel (Milieu, CDA) met een bliksembezoek in Ankara zijn Turkse ambtgenoot ertoe te bewegen akkoord te gaan met sloop van de Otapan door de Simsekler Groep in de buurt van Izmir. Dat lijkt vooralsnog niet door te gaan. „Nederland heeft een aanbod gedaan op grond waarvan het schip op een milieuvriendelijke wijze in Turkije kan worden gesloopt. Maar de Turken hebben het genegeerd”, aldus de woordvoerder van Van Geel.

Van Geel heeft nu een probleem, waarvan hij juist dacht eindelijk verlost te zijn. De dubbelwandige tanker Otapan werd gebruikt om chemicaliën zoals vloeibare zwavel te vervoeren, en werd zeven jaar geleden aanvankelijk ter reparatie aangeboden in Amsterdam. In de loop der jaren werd duidelijk dat uiteindelijk sloop de beste optie was.

Het schip was aanvankelijk aan de ketting gelegd nadat de VROM-Inspectie in totaal zo’n 70 ton asbesthoudend materiaal aantrof. Dit materiaal was door de bemanning zelf al tegen de regels in verwijderd, deels op zee. Er volgde een volgens het ministerie „jarenlang juridisch steekspel” tussen de toenmalige eigenaar en de Nederlandse overheid. „Voornaamste vraag: waar moet het schip gesloopt worden en wie draait op voor de kosten?” aldus een persbericht van VROM van 25 juli 2006. De toenmalige eigenaar is failliet.

Nederland werd deels eigenaar van het schip, en de nieuwe mede-eigenaar, Basilisk uit Mexico, kreeg van Van Geel een exportvergunning om het schip in Izmir te laten slopen. Dit om kosten te besparen, schreef Van Geel vorig jaar in antwoord op bezorgde vragen van de SP in de Tweede Kamer. „De reden voor de keuze van een ander land heeft vooral met de arbeidskosten en de staalprijzen te maken en niet met de eisen van de arbeidsinspectie”, aldus Van Geel.

Maar nu mag het schip Turkije vermoedelijk definitief niet in. Op de exportvergunning staat dat het schip één ton asbest aan boord heeft. In werkelijkheid, zo is uit onderzoek gebleken, bevat het 54 ton asbesthoudend materiaal. Greenpeace is nu naar de Raad van State gestapt. En PvdA-Kamerlid Diederik Samsom heeft een plenair spoeddebat aangevraagd. Samsom: „Het is erg merkwaardig dat Van Geel ineens zegt dat hij nooit heeft geweten dat er veel meer dan 1 ton asbest in het schip zit; 54 ton betekent dat het tussen alle dekken en in alle kabelgoten zit. Als je er een snijbrander in zet, krijg je gegarandeerd ellende.”

Greenpeace vindt dat het schip niet in Turkije mag worden gesloopt vanwege de gezondheidsrisico’s voor de werknemers van de werf in Izmir, zo stelt Greenpeace-directeur Liesbeth van Tongeren, vooral omdat de faciliteiten daar ontbreken. „Ze hebben er niet eens een droogdok”, aldus Van Tongeren. De woordvoerder van Van Geel zegt dat medewerkers van de Nederlandse ambassade zich op de hoogte hebben gesteld van de werkomstandigheden. „Ook Greenpeace was daarbij betrokken.” Greenpeace zegt Van Geel aanvankelijk „het voordeel van de twijfel” te hebben gegeven, omdat Nederland doorgaans een „voortrekkersrol” vervult bij het asbestbeleid in Europa. „Maar toen ik van vakantie terugkwam en hoorde hoeveel asbest er werkelijk in dat schip is verwerkt, was ik erg verbaasd, en hebben we actie ondernomen”, aldus Van Tongeren.

Kamerlid Samsom wijst erop dat de werf in Izmir „in geen enkel opzicht” voldoet aan de normen die Nederland zelf hanteert bij de verwijdering van asbest. Samsom: „Er is in deze Turkse baai een groot getijdenverschil. Ze varen bij vloed het het strand op en beginnen te slopen. Vervolgens loopt het asbest gewoon de zee weer in. Dat kan echt niet.” Samsom stelt voor het schip in de Eemshaven bij Delfzijl te laten slopen. „Daar zijn sinds kort goede faciliteiten.”