‘Ik ben een technocraat die toevallig ook vrouw is’

De Liberianen noemen haar Ellen. Maar volgens haar stafleden is ze een ijzeren dame die de wind eronder heeft. „Ik ben me ervan bewust dat ik de aspiraties van vrouwen in heel Afrika vertegenwoordig.”

In de palaverhut in de tuin van de president van Liberia barst een man van middelbare leeftijd in snikken uit. Hij is zijn baan kwijt en zijn vrouw heeft hem het huis uit gegooid. Twee vrouwelijke activisten die ook wachten op een onderhoud, spreken hem vermanend toe. „Niet huilen, want dan verpest je het voor jezelf. Je moet wóórden gebruiken, geen tranen.”

De ochtendzon wint langzaam aan kracht. De president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, gaat zometeen naar kantoor. De soldaten van de vredesmacht van de Verenigde Naties, die haar villa bewaken, staan op het gras hun tanden te poetsen. Buiten zit een groep bedelende plattelandsvrouwen die door norse bewakers op veilige afstand van de poort wordt gehouden. „Ze komen iedere zaterdag”, zegt de persattaché en beste vriendin van Johnson-Sirleaf, die schuin tegenover haar woont. „En ze werken me verschrikkelijk op de zenuwen.”

De Liberianen noemen haar Ellen. Tijdens haar verkiezingscampagne vorig jaar benadrukte ze haar warme, moederlijke kant. Volgens haar stafleden is ze een technocraat. Een ijzeren dame die de wind eronder heeft en geen geklets aan de vergadertafel duldt. „Ze is een heel goede manager, maar ze is niet erg diplomatiek”, zegt een naaste medewerker.

De voormalige minister van Financiën trad in januari aan met de belofte dat ze de door oorlog en corruptie uitgeholde staat weer zou opbouwen. Liberia heeft een buitenlandse schuld van drie miljard dollar en geen publieke voorzieningen. Vorige maand werd de straatverlichting in het centrum van de hoofdstad voor het eerst in jaren aangestoken. Prompt brak er een brandje uit in het presidentiële paleis. Kortsluiting. Nog steeds zitten grote delen van de stad zonder elektriciteit, en nog steeds moeten de drie miljoen Liberianen het zonder kraanwater stellen. Johnson-Sirleaf wordt alom gerespecteerd, maar ze moet onpopulaire maatregelen nemen. Het meest omstreden is haar voornemen om bijna de helft van alle ambtenaren te ontslaan. Op de loonlijst staan duizenden ambtenaren die nooit op kantoor verschijnen, niet kunnen lezen en schrijven, of allang dood zijn. Critici vinden het plan overhaast. De overheid is de belangrijkste werkgever van Liberia: 85 procent van de bevolking is werkloos. Als compromis schroefde de regering het ambtenarensalaris op van zestien dollar naar dertig dollar per maand.

Johnson-Sirleaf, een kleine vrouw, ontvangt in een salon met reusachtige banken. Ze geeft geen hand, slaat de plichtplegingen over. Op de gang kiest haar zus het gewaad uit dat ze die middag zal dragen.

In de tweede ronde van de verkiezingen versloeg u de ex-voetballer George Weah, die de meeste stemmen kreeg van voormalige strijders. Hoe is uw verstandhouding met de oppositie?

„Die is problematisch. We hebben niet zo’n goede verstandhouding met Weah en we zijn nog op zoek naar manieren om die te verbeteren. Intussen proberen we tegemoet te komen aan de behoeftes van Weahs achterban, die inderdaad vooral uit jongeren bestaat. Het gaat hun niet om politiek. Zij moeten gewoon worden betrokken bij de wederopbouw, zij moeten naar school, ze moeten aan het werk.”

Wat beschouwt u als uw grootste succes tot nu toe?

„We hebben ruim tachtig contracten geannuleerd die de overgangsregering had gesloten, met als resultaat dat de Verenigde Naties het embargo op de export van hout hebben opgeheven. De inkomsten van de overheid zijn met dertig procent gestegen. De regering is geherstructureerd, we hebben een aantal integere mensen in dienst genomen.

„De eerste stappen zijn gezet, maar we zijn er nog lang niet. Ik had anders gehoopt, maar het geld en de technische hulp waren gewoon niet aanwezig. De Wereldbank heeft zestig miljoen dollar beschikbaar gesteld om de wegen op te knappen zodra het regenseizoen voorbij is. En we hebben een staff monitoring program met het IMF, zodat we over een jaar hopelijk in aanmerking komen voor schuldenverlichting. Maar momenteel is het creëren van werkgelegenheid voor jongeren onze grootste zorg.”

U krijgt veel steun van donoren, maar de buitenlandse investeerders kijken de kat uit de boom. Hoe verklaart u dat?

„Het gebrek aan infrastructuur: elektriciteit, water, wegen. Bedrijven kunnen niet opereren zonder een goede infrastructuur. En we hebben wel veel toezeggingen van partners gekregen, maar het duurt lang voordat die toezeggingen in geld worden vertaald.”

Uw voorganger Charles Taylor staat binnenkort terecht in Nederland voor zijn aandeel in de burgeroorlog in Sierra Leone. Bent u niet bang dat de rechtszaak spanning zal veroorzaken in Liberia?

„De rechtszaak is niet een probleem van Liberia, maar van de Verenigde Naties. Charles Taylor is niet aangeklaagd door een Liberiaanse rechtbank, maar door het Speciale Hof voor Sierra Leone. Wij wilden niet dat de rechtszaak in West-Afrika zou worden gehouden omdat dat een risico was voor de regio. Ik hoop alleen dat de rechtszaak eerlijk zal verlopen, en dat hij het recht krijgt zichzelf te verdedigen.”

U bent de eerste vrouwelijke president van Afrika. Staat het feit dat u een vrouw bent u weleens in de weg?

„Nee. Ik heb bij de Wereldbank en de VN gewerkt. Ik heb mijn sporen verdiend in een mannenwereld. Ik zeg altijd: ik ben een technocraat die toevallig ook een vrouw is. Wel hoop ik dat ik een extra dimensie aan deze baan kan geven. Ik ben een vrouw en een moeder, en dat betekent dat ik meer aandacht heb voor vrouwen en kinderen. Ik zie het als iets positiefs omdat ik veel steun krijg van vrouwen, zij zijn mijn belangrijkste achterban. Natuurlijk, de verwachtingen zijn hooggespannen. Ik ben me ervan bewust dat ik de aspiraties van vrouwen in heel Afrika vertegenwoordig. Voor hen moet ik slagen. Dat is opwindend en intimiderend tegelijk.”