Gestolen

We lopen naar de auto van mijn man. Oprit leeg, auto weg. Verbijsterd kijken we elkaar aan. Dit overkomt toch alleen anderen? Met mijn auto gaan we naar het politiebureau om aangifte te doen.

Wanneer na twee uur de klus is geklaard gaan we, nog steeds verslagen, ergens koffie drinken. Na de eerste slokken zie ik de ogen van mijn man opeens oplichten.

„Weet je nog”, zegt hij, „dat ik gisteren frieten ging halen? Ik ben er met de auto heengegaan, maar ben terug komen lopen!” We bellen het politiebureau om de aangifte ongedaan te maken.

Drie maanden later houdt de politie mijn man aan wegens het bezit van een gestolen auto.