Ga concurrentieslag met Hezbollah aan

Er moeten voldoende soldaten in Zuid-Libanon komen, maar ook moet de Libanese staatsmacht worden hersteld, menen Thomas Milo en Rolf van Uye.

Terwijl er internationaal gebakkeleid wordt over aantallen soldaten, rules of engagement, gevechtskracht en andere militaire begrippen, is Hezbollah al begonnen met haar win the hearts and minds -offensief onder de shi’itische bevolking in Zuid-Libanon en de Beka’a-vallei. Wie dacht dat Hezbollah fors aan populariteit zou inboeten door haar provocatie aan het adres van Israël komt vooralsnog bedrogen uit. Nu de wapens zijn neergelegd zijn ze er als de kippen bij om eventuele pr-schade bij de bevolking terug te winnen.

De acute crisis, veroorzaakt door de Israëlische aanslag op de infrastructuur, tracht Hezbollah te lenigen door de vlotte distributie van levensmiddelen en eerste levensbenodigdheden. Bovendien keert Hezbollah aanzienlijke sommen geld uit voor de geleden schade. Dat diezelfde Hezbollah zich tegelijkertijd weer stevig aan het herbewapenen en ingraven is, lijkt de bevolking vooralsnog niet te deren.

Wij weten uit eigen ervaring dat het voor buitenlandse militairen zeer moeilijk is om effectief in Zuid-Libanon te opereren. Maar ook niet-ingewijden is het niet ontgaan dat de in Zuid-Libanon gestationeerde VN-troepen en waarnemers de laatste decennia grootschalig geweld niet hebben kunnen tegenhouden. Kennelijk kunnen ze zelfs niet eens verhinderen dat Hezbollah raketposities inricht.

Men moet echter wel bedenken dat een VN-macht niet meer kan doen dan waartoe de lidstaten bereid zijn. Zo is het de afspraak dat de vredesmacht niet fungeert als militair inlichtingenapparaat. Het gevolg is dat UNIFIL-waarnemingen niets toevoegen aan wat bij de intelligence community allang bekend is.

De vele oorlogen en bezettingen en de demografische veranderingen als gevolg daarvan hebben bijgedragen tot het ontstaan van radicale groepen als Hezbollah. Christenen en sunnieten zijn er sinds de jaren zeventig grotendeels weggetrokken en de achterblijvers vormen er nog slechts een marginale minderheid. Zelfs de shi’itische bevolking, tegenwoordig de meerderheid in het zuiden en aanvankelijk zeer positief tegenover de UNIFIL, is als gevolg van al deze turbulentie sceptisch geworden.

Maar het is te eenvoudig om alle schuld van die radicalisering aan de Israëliërs te geven. Het zuiden heeft nooit echt deel uitgemaakt van de nationale Libanese identiteit en het centrale gezag heeft zich in de zuidelijke uithoeken nooit meer dan oppervlakkig gevestigd. In het Libanon waar de sunnieten en de maronieten de dienst uitmaakten, beschouwden de shi’ieten zich als de ‘onterfden’.

Tegen die achtergrond heeft de Iraanse revolutie wel degelijk een enorme invloed gehad op de bewustwording van de Zuid-Libanese shi’ieten. Het zuiden bleef een door voortdurende conflicten geteisterd gezagsvacuüm, zonder investeringen, stimuleringsprojecten of zelfs maar nationale identiteit waar het Hezbollah wel erg gemakkelijk werd gemaakt de bevolking voor zich te winnen – en om een staat binnen de staat te creëren.

Er moeten eindelijk eens voldoende soldaten in het zuiden worden gestationeerd. Immers, de huidige wapenstilstand moet zo spoedig mogelijk worden geconsolideerd door het opleggen van effectieve wapencontroles en het inzamelen van wapens. Aldus kan een volgende uitbarsting op de lange baan worden geschoven.

Maar veel belangrijker is het dat de VN én de Libanezen zich inzetten voor het terugwinnen van de hearts and minds van de zuiderlingen. Dat kan bijvoorbeeld door direct de concurrentieslag aan te gaan met Hezbollah. Financiële hulp voor burgers wier levens zijn ontregeld door de oorlog is van groot belang. Voorts kan gedacht worden aan een programma van State and Institution Building zoals dat bijvoorbeeld in Bosni/Herzegovina wordt uitgevoerd door organisaties als de EU, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de VN. In dit scenario zou voor Libanon een nationaal programma moeten worden opgesteld dat tot doel heeft het land te helpen bij het opzetten van een professionele rechterlijke en politiemacht, een verder gedemocratiseerde regeringsstructuur en op de lagere niveaus goed functionerende bestuursstructuren. Kernbegrippen hierbij zijn: Rule of Law en Good Governance.

Hopelijk luidt de terugkeer van het Libanese leger het begin in van een serieus herstel van de Libanese staatsmacht, zodat het zuiden niet langer kan fungeren als arena voor buitenlandse machtsspelletjes.

Thomas Milo is taalkundige en ondernemer, gespecialiseerd in Arabische informatietechnologie. Rolf van Uye is arabist en directeur van de OVSE in Mostar, Bosnië. Beiden zijn in de jaren ’80 verschillende keren uitgezonden als kapitein-tolk Arabisch bij het NL detachement UNIFIL van de Koninklijke Landmacht.

Eerder schreef Thomas Milo samen met Augustus Richard Norton over ‘Twijfels aan effectiviteit nieuw UNIFIL’. Dit stuk is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.