Er is nog geen opiumdoctrine

De Nederlandse militairen in Uruzgan zijn gebonden aan de ‘opbouwopzet’ van de missie, vindt de Tweede Kamer. Steun aan Britse en Canadese troepen kan alleen incidenteel.

DEN HAAG, 29 AUG. - Nog geen maand is de missie van Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan oficieel bezig, of de eerste politieke dilemma’s dienen zich reeds aan. Een grote Kamermeerderheid meent dat structurele bijstand door Nederlandse militairen aan de benarde Britse en Canadese troepen in de belendende provincies Helmand en Kandahar buiten het politieke mandaat valt dat de Kamer begin dit jaar aan de regering heeft verstrekt inzake de missie in Uruzgan.

Het kan wel zijn, menen vrijwel alle partijen, dat de NAVO-militairen in Zuid-Afghanistan de NAVO-missie ISAF als een provinciegrens-overschrijdende operatie zien, maar Nederland dient vast te houden aan de opzet van een ‘opbouwmissie’ in Uruzgan. Dat sluit incidentele, provinciegrens-overschrijdende bijstand aan de Britten en Canadezen niet uit – tenslotte wil Nederland in Uruzgan ook graag uit de brand worden geholpen als het mis zou gaan. Meer structurele formules behoeven echter een standpunt van de Nederlandse regering en instemming van de Tweede Kamer. Nog niet bekend is welke houding minister Kamp (Defensie, VVD) inneemt. Staatssecretaris Van der Knaap (CDA, Defensie) heeft van grote aarzeling blijk gegeven.

Kamp komt wel deze week, in een interview met Elsevier, met een opmerkelijk standpunt in een ander beleidsdilemma in Zuid-Afghanistan: de manier van bestrijden van de papaverteelt, die de basis vormt voor de meeste in West-Europa verhandelde heroïne. Kamp suggereert actieve ‘ondersteuning’ door Nederlandse militairen van de vernietiging van de papavervelden en de bestrijding van drugstransporten. Die bestrijding is formeel geen taak van ISAF, maar van de Afghaanse autoriteiten.

Dat ISAF er formeel buiten blijft, heeft gronden. De lokale bevolking in Zuid-Afghanistan heeft niet veel meer andere inkomsten dan de papaverteelt, zodat vernietiging van de velden hen vermoedelijk in de armen van de Talibaan of andere oppositie tegen de westerse troepen drijft, zolang er geen andere economische activiteiten zijn.

Kamps ijver, zo blijkt uit het interview, wordt door een andere redenering ingegeven: de beweging van de Talibaan, die zich in het zuiden van Afghanistan tot een formidabele militaire tegenstander van de NAVO ontwikkelen, ontleent haar inkomsten goeddeels aan die papaverteelt – een boer die aan de Talibaan geen commissie afdraagt, ziet zijn veldje spoedig platgebrand.

Dat inzake de papaverteelt de landen van de ISAF-missie geen duidelijke gemeenschappelijke doctrine hebben, is geen verrassing. Opmerkelijker is dat er grote verschillen blijken te bestaan in de manier waarop de deelnemende NAVO-landen ‘hun’ provincie in de greep proberen te krijgen.

De Nederlanders werken in Uruzgan volgens het ‘inktvlek-principe’ – langzaam van dorpje naar dorpje voorzichtig aftasten totdat, hopelijk over twee jaar, ISAF in heel Uruzgan vrienden heeft. De Britten hebben dat in ‘hun’ provincie Helmand heel anders aangepakt: zij hebben verspreid over het gehele provinciegebied kleine militaire bases willen inrichten.

De gevolgen daarvan blijken desastreus: avond aan avond voeren de Talibaan een soort stormloop uit op deze posten. Het is echter ook niet zo eenvoudig voor de Britten om hun opzet en de posten in plaatsen als Musa Qala of Sangin op te geven, omdat de Talibaan zeker niet zullen nalaten zo’n terugtrekking als een overwinning te vieren – vergelijkbaar met de manier waarop de Afghanen in de negentiende eeuw herhaaldelijk de Britse kolonisatoren in de pan hakten en tenslotte buiten de deur wisten te houden. Nederland staat de Britten in hun benarde positie overigens nu al bij: geheel overeenkomstig de opzet zijn de Nederlandse F-16’s avond aan avond bezig boven Helmand. Dat past overigens wel binnen de met de Kamer afgesproken bijdrage aan ISAF in het zuiden van Afghanistan.

Alles over de missie in Dossier Uruzgan: www.nrc.nl/Uruzgan