Een belletje of een bedreiging?

Was het verbale „bagger”, zoals er elke dag zoveel op websites wordt geschreven, of was het een bedreiging van de premier, die schadelijk is voor de democratie? De politierechter in Den Haag, die vanochtend moest beslissen over een dreigtelefoontje naar een CDA-partijbureau, koos voor het laatste.

Hij legde Eduard J. veertien uur werkstraf op voor bedreiging van minister-president Balkenende. Afgelopen november had de 41-jarige man „in een impulsieve bui” het eerste het beste CDA-nummer wat hij op internet kon vinden gebeld, en tegen de telefoniste gezegd: „Die Balkenende, die man haat ik zo. Die ga ik vermoorden.”

Eduard J. ontkende het dreigement. Hij was heel boos op de politiek, en had gebeld. Wat de precieze aanleiding was, wist hij niet meer. Het was „een ongelofelijk stom telefoontje”, maar: „Ik geloof er niets van dat ik heb gezegd dat ik hem zou vermoorden.”

Had de verdachte zich afgevraagd „wie de dupe is als de hele samenleving zoals u zou doen?”, vroeg de rechter. Hij gaf zelf het antwoord: „De sociaal zwakkeren waarvoor u op wil komen. Dan gaat de grote bek regeren.”

Het telefoontje moest gezien worden tegen de achtergrond van de politieke bedreigingen en ondergedoken politici van de afgelopen jaren, vond de officier van justitie. Aan de ontkenning van Eduard J. dat hij over moord had gesproken hechtte ze weinig waarde. Hij had gebeld, was boos. Dat hij niet meer wist wat hij gezegd had, maakte niet uit. De aangifte was „precies en stellig”.

Advocaat J. Leliveld maakte bezwaar tegen de „saus van het gevoel in de samenleving”. „Er wordt nou eenmaal veel bagger over politici heen gestort, maar dat is nog geen bedreiging”. De rechter moest kijken naar de feiten: de aangifte was misschien „precies en stellig”, maar ook een verklaring uit „vierde of vijfde hand”.

Leliveld kon zich niet voorstellen dat Balkenende zich serieus bedreigd had gevoeld door het telefoontje van zijn cliënt. De beveiliging was pas na meer dan een uur ingeschakeld. Hoewel Eduard J. gezegd zou hebben dat hij Balkenende „vandaag nog” wilde vermoorden, werd hij pas de volgende dag aangehouden. „Maar dan wel al om 00:25 uur”, zei rechter Kuijer, zijn blik op de aanwezige journalisten. „25 minuten te laat dus, het is te hopen dat ze bij een echte bedreiging een stapje harder lopen”, zei Leliveld.

Twijfels over wat er gezegd was, of over de dreiging die daarvan uitging, had de rechter niet. „Je kunt veel zeggen, maar dit gaat ver over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.” „Je kan zeggen, het is de zoveelste gek, maar met tien van zulke berichten per week, krijgen we niet de democratie die we willen.”