De vakbond als kapitalist: hoe ruig mag je beleggen?

Nieuw kapitaal werkt op dit moment als katalysator bij Nederlandse bedrijven. Zit uw pensioenkapitaal erbij? Openheid is ver te zoeken. Juist bij enkele vakbonden.

Kapitalistische koopkracht trekt zijn sporen door Nederland. De afgelopen acht maanden hebben vijf concerns zichzelf of grote dochters verkocht aan de klasse van het ‘nieuwe kapitaal’, de private-equityfinanciers. Prijskaartje: meer dan een miljard euro elk. Twee concerns (Stork en Ahold) liggen onder vuur van zwerfkapitalisten (zogeheten hedgefondsen), die met hun geld over de wereld zwerven op zoek naar het snelste rendement. Een derde (Akzo Nobel) ontmantelt zijn eigen verf- en farmaconglomeraat door de farmadivisie naar de beurs te brengen. Opnieuw: miljardenwinst.

De verkopen zijn het antwoord van de managers op de macht van private equity, zwerfkapitaal en zeggenschap van aandeelhouders. Beleggers hebben meer te zeggen dan vijf jaar geleden, de managers weten dat en de private-equitybeheerders zijn rijker, zelfverzekerder en opportunistischer dan ooit. Geld moet rollen.

Maatschappelijk rumoer is het logische gevolg. Opeens is er politieke discussie. Maar niet het ‘werknemers’-departement van Sociale Zaken doet mee, maar de ‘zaken’-ministeries kiften. Wijn (CDA) versus Zalm (VVD).

Als minister van Financiën staat Zalm vanzelfsprekend voor open grenzen voor kapitaal en arbeid. Voor hem, voor de financiële wereld en voor adviesbureaus die goud geld verdienen is de heilzame werking van private equity vanzelfsprekend.

Van minister van Economische Zaken Wijn zou je hetzelfde verwachten. Maar hij heeft meer verwarring gezaaid dan rust gebracht. Zijn uitlatingen over sprinkhanen die bedrijven aanvreten is een echo van de woede van de Duitse sociaal-democraat Müntefering, maar de minister bleek het toch anders bedoeld te hebben. Zijn oplossing is wel oer-Hollands: een bijeenkomst, praten, consensus zoeken. Maar helaas, de vakbonden vergeten. Valse start, zegt voorzitter Henk van der Kolk van FNV Bondgenoten, dé vakbond in de marktsector die aan den lijve ondervindt wat het betekent als kapitaalkrachtige opkopers hun werk doen. Van der Kolks reactie is begrijpelijk. Wijns CDA is bij uitstek de partij die een onderneming ziet als een samenwerking van de productiefactoren kapitaal en arbeid, wier belangen in haar visie parallel lopen.

Wie roeren zich liever niet in de hele discussie? De vakbonden in de publieke sector. Meer dan twee miljoen leraren, ambtenaren, verpleegkundigen en welzijnswerkers sparen, verplicht, bij de pensioenfondsen ABP en PGGM, de grootste financiers van private-equityfondsen en zwerfkapitalisten. Hun bonden, AbvaKabo FNV en CNV Publieke zaak, zitten in de besturen van ABP en PGGM. Zij kampen met het klassieke dilemma van vakbond als kapitalist. Voor hun werknemers willen zij het beste rendement op de pensioenbeleggingen. Maar als vakbonden willen zij geen ruige kapitalistische praktijken gebruiken. De oplossing die de bonden de afgelopen jaren hebben bedacht is Hollands: interne beleggingscodes, met afspraken wat slecht is (kinderarbeid, wapenhandel) en wat goed moet (duurzaam beleggen).

Van der Kolk zette afgelopen weekeinde vraagtekens bij het beleid dat steeds meer pensioenkapitaal in nieuwe financiers wordt geïnvesteerd. Hij loopt op eieren. En hij weet het. Dit weekeinde adverteerde MN Services, de beheerder van het Metaal en Techniek pensioenfonds waarbij vele van Van der Kolks leden zijn aangesloten bijvoorbeeld voor een medewerker hedgefondsen. De advertentie belooft een portefeuille van meer dan een miljard euro.

Van der Kolk heeft bedenkingen bij pensioengeld voor zwerfkapitaal. Maar hij tast, net als de rest van Nederland, in het duister over het wie, wat en hoeveel. ABP en PGGM steken, met integrale steun van de vakbondsmensen in hun besturen, wel meer kapitaal van werknemers en gepensioneerden in nieuwe financiers, maar hun publieke verantwoording is minimaal. Openheid is gezond. Dan weet iedereen waarover het gaat. Maar de vakbonden willen daarvoor niet op de bres klimmen.