De radiodocumentaire leeft

Als de trend doorzet, wint een Belg opnieuw een belangrijke Nederlandse radioprijs. Belgen kiezen een persoonlijke verhaal, Nederlanders een maatschappelijk onderwerp.

Een confrontatie tussen een vader en de dochters die hij seksueel misbruikte, twee vriendinnen die tegelijkertijd zwanger zijn maar andere keuzes maken, en de zoektocht naar de man die 31 jaar geleden een tienjarig meisje doodreed. Persoonlijke verhalen voeren de boventoon tijdens de vijftiende aflevering van de RVU Radioprijs, de stimuleringsprijs voor jonge documentairemakers in Nederland en België.

De elf genomineerde documentaires worden deze week tussen elf en twaalf uur uitgezonden op Radio 747. De jury, met daarin onder andere Tweede-Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) en presentator Jeroen Pauw, maakt vrijdagmiddag de winnaar bekend.

Als de trend van de afgelopen jaren doorzet, dan wint ook dit jaar een Belg. De laatste zes jaren leverden de Belgische RITS in Brussel en het Antwerpse Herman Teirlinck Instituut de winnaars. België heeft de prijs al acht keer gewonnen, Nederland zes keer.

Het Belgische succes ligt mogelijk aan de opleiding van de radiomakers. Deze lijkt eerder op een kunstacademie dan op de Nederlandse school voor journalistiek. Zo leren de Belgische studenten Woordkunst aan het Antwerpse instituut niet alleen de techniek van het monteren, maar worden ze ook getraind in dramaturgische kwaliteiten. Een belangrijk deel van de opleiding staan ze op het podium en leren ze een verhaal vertellen voor publiek.

„Belgen kiezen vaker persoonlijke verhalen”, zegt Klaas Vos, radiomaker van de VPRO. „Misschien spreekt dat tegenwoordig meer aan. Nederlanders zijn toch geneigd om meer algemeen maatschappelijke en journalistieke onderwerpen te kiezen.” De vier genomineerden van de Belgische opleidingen vallen allemaal in de categorie persoonlijk/cultureel. Een van die vier is Freek Vielen, de eerste Nederlander van een Belgische opleiding die voor de prijs is genomineerd. Van de zeven Nederlandse nominaties hebben vier jongeren de andere categorie (journalistiek/nieuwsgeoriënteerd) gekozen.

Marwil Straat, projectcoördinator radiodocumentaires bij de publieke omroep, ziet ook verschillen. „De Belgen besteden veel meer aandacht aan de vorm, terwijl Nederlanders meer op de inhoud letten. Wij leren op onze opleiding meer rigide journalistiek. Hoor en wederhoor, objectiviteit en betrouwbaarheid, daar gaat het om. Het is jammer dat er niet meer ruimte is voor experiment en vorm, zoals in België.”

Eén ding hebben Belgische en Nederlandse radiodocumentairemakers gemeen; ze klagen dat steeds minder documentaires op de radio te horen zijn. De Nederlandse publieke omroep heeft alleen nog het Radio Atelier op zondagavond en De Avonden van de VPRO voor langere documentaire’s. Kortere documentaires zijn vaker te horen, bijvoorbeeld in het geschiedenisprogramma OVT of het Radio 1Journaal.

Klaas Vos is somber over de toekomst van de Nederlandse radiodocumentaires. Het genre wordt verwaarloosd. Het is te tijdrovend en daardoor te duur, vinden de meeste omroepen. „Terwijl juíst de documentaire zo’n mooie manier is om een onderwerp ruimer aandacht te geven”, zegt Vos.

Marwil Straat vindt de documentaire de ultieme vorm van radio. „Je hebt de tijd en ruimte om te experimenteren. Nieuwe vormen en technieken worden uitgevonden die ook bij andere programma’s worden gebruikt. Zonder die invloed van documentaires, wordt het medium niets anders dan een quote en een tekst.”

Straat ziet zeker kansen voor de radiodocumentaire. „Jongeren zijn niet gewend om naar de radio te luisteren. De RVU-prijs kan dat stimuleren. Bovendien komen er steeds meer nieuwe mogelijkheden.”

Zo wint het hoorspel weer aan populariteit, zegt Straat. „Via podcasts kun je altijd naar documentaires luisteren, waar je maar wilt. Of met interactieve opties je eigen verhaal kiezen. De podcast is de tweede jeugd voor documentaires.”