De islam en het nieuwe fascisme

Een gevaar dat de burgervrede in de afzienbare toekomst bedreigt, is de identificatie van de islam met het islamitisch terrorisme. Daar mogen we niet intrappen. Het lijkt mij een urgente taak van verantwoordelijke politici, van de samenleving als geheel en van de moslimgemeenschappen, de al bijna vanzelfsprekende associatie van de islamitische geloofsovertuiging met politiek geweld van de hand te wijzen en tegen te gaan.

Fundamentalisten in de islamitische wereld, op wie de term islamofascisten van toepassing is, – de Ahmedinejads, de Nasrallahs, de Bin Ladens – en hun handvol ellendige volgelingen in immigrantengemeenschappen in het Westen – prediken en bedrijven het geweld als een dienst aan Allah. Waarom zouden rationeel denkende mensen hun daarin gelijk geven? Elke bevestiging van de gemakzuchtige redenering dat Allah het martelaarschap beloont en dat derhalve in elke moslim een terrorist schuilt, is koren op de molen van het islamofascisme. Een dergelijke benadering is niet alleen contraproductief (omdat met deze onvermijdelijkheid een legitimatie aan de Mohammed B.’s van deze wereld wordt gegeven), zij is ophitsend, discriminerend, stigmatiserend en een ondermijning van de godsdienstvrijheid.

Ik gebruik niettemin zonder aarzelen het woord islamofascisme in navolging van Afshin Ellian. Diens waarschuwingen tegen het aan de politieke islam inherente gevaar zijn steekhoudend en hij verzet zich terecht tegen elke vorm van struisvogelpolitiek. „De politieke islam is een totalitaire beweging die geenszins mag worden verward met het gewone despotisme of met tirannie”, betoogde Ellian in zijn column van 19 augustus. „Totalitaire bewegingen willen in tegenstelling tot de gewone tirannie alle aspecten van het leven van hun onderdanen beheersen.” Bovendien legt de radicale islam een verband tussen het terrorisme als godsdienstig martelaarschap en de strijd voor een godsdienstige wereldordening.

Volkomen juist, deze redenering rechtvaardigt het gebruik van de term islamofascisme, waarin de oproep ligt besloten daar geen duimbreed aan toe te geven en het compromisloos te bestrijden.

Maar ik kan Ellian niet volgen als hij het politieke kwaad dat de mensheid bedreigt impliciet gelijkstelt aan de islam als zodanig. „De islam had reeds bij zijn geboorte een politieke verschijning”, schrijft hij, daarmee suggererend dat de politieke verschijningsvorm een intrinsiek kenmerk van deze godsdienst is. Volgens mij is het eerder zo dat politieke en maatschappelijke conflicten in de geschiedenis veelal een religieuze verschijningsvorm aannemen. Bijvoorbeeld die van de Talibaan in Afghanistan, opgekweekt en bewapend door de VS ter bestrijding van de sovjetbezetters. Zo bezien is het moslimterrorisme een uitwas van de Koude Oorlog, toen de supermogendheden in de periferie van elkaars invloedssferen weinig scrupules kenden.

Maar hoe men ook denkt over het verband tussen politiek en godsdienst, de redenering islam = politieke islam = radicale islam = politiek geweld = terrorisme doet geen recht aan de overgrote meerderheid van de gelovige moslims en biedt geen enkel perspectief op integratie, of zelfs maar een vreedzame coëxistentie van bevolkingsgroepen.

Ik hoop van harte dat Ellian mijn zorg over de consequenties van zijn redenering kan begrijpen en op dit punt bereid is een grotere terughoudendheid in acht te nemen. Men kan immers niet tegen zijn islamitische medeburger zeggen: jij bent in diepste wezen terrorist, maar even zo vrolijk van harte welkom in dit land van godsdienstvrijheid.

Maar het totalitaire karakter dan van de islam? Bij de vaststelling van de Nederlandse grondwet is een onderscheid gehandhaafd tussen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst omdat de godsdienst ligt op het terrein van een samenhangende levensbeschouwing die de hele levensopvatting doortrekt. De vrijheid van belijden kreeg daarom de nadruk in het artikel over godsdienstvrijheid. In het belijden worden twee aspecten onderscheiden: het huldigen (van een godsdienst) en het zich ernaar gedragen in het maatschappelijke leven. Vrijheid van godsdienst houdt dus ook vrijheid in van een collectief maatschappelijk gedrag (zoals altijd behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet). Impliciet gaat de Grondwet er dus van uit dat elke godsdienst een totalitair aspect heeft, in zover de belijders zich ook buiten de cultusbeoefening naar religieuze voorschriften moeten voegen.

Dit is allemaal niet specifiek voor de islam.

Laten verstandige mensen, waartoe ik Ellian reken, zich alsjeblieft hoeden voor de associatie van het reëel bestaande terrorisme met de geloofsovertuiging van een bevolkingsgroep.

Want wat wil men, als de islam intrinsiek gevaarlijk is? Verbieden? De gelovigen isoleren? Marginaliseren? Op één hoop gooien met het islamofascisme?

Een van de politieke ijsdwergen die in de buitenste ringen van het fortuynistische planetarium rondzwerven, ik weet even niet of het Wilders, Pastors of Nawijn was, heeft voor de komende verkiezingen al het voorstel gelanceerd een moratorium in te stellen op de bouw van moskeeën. Overbodig uit te leggen dat dit in flagrante strijd is met de Grondwet. Maar dat doet er niet toe voor mensen die hopen te profiteren van islamofobie door de strijd te voeren tegen uiterlijke verschijningsvormen ervan.

Je kunt geen krant opslaan, of iemand legt uit hoe slecht de islam is, dat er geen gematigde, geen verlichte, geen op de rechten van het individu toegesneden, vorm van islam bestaat of zelfs maar kan bestaan. Zelf ben ik ervan overtuigd dat de mens de religie maakt en niet omgekeerd, de religie de mens. En dat mensen zich kunnen bevrijden van aan hun godsdienst verbonden achterlijke verschijnselen door zich politiek en maatschappelijk te emanciperen. Ik denk niet dat men die emancipatie vooruit brengt door van moslims te eisen dat zij hun geloof opgeven.

Het kokette islamgezwam van Naema Tahir, die zaterdag in deze krant paginagroot bekende: ‘Ook ik had een martelaar voor Allah kunnen worden’, zegt me niets. Het had gekund. Het is niet gebeurd. Gefeliciteerd, meid. „Ooit wilde ik naar het paradijs [...] Ik bevrijdde mij van de mythe van het hiernamaals.” Zij heeft zich geëmancipeerd van de godsdienst, maar dat lijkt me geen reden mensen die geloven in het paradijs tot potentiële martelaren van Allah te bestempelen.

Vraag aan Afshin Ellian: als er geen gematigde islam bestaat, maar er bestaan wel gematigde moslims (wat niet valt te ontkennen), zijn dezen dan afvallig? Wilt u hen uitleveren aan ‘de baardmannen’?