Cao à la carte heeft veel te veel opties

Bedrijven moderniseren hun secundaire arbeidsvoorwaarden. Maar in de praktijk blijken werknemers er nauwelijks gebruik van te maken.

Het cafetariamodel, flexpakket, cao á la carte. Elk bedrijf geeft het een andere naam, maar de strekking is hetzelfde: een ingewikkeld systeem voor secundaire arbeidsvoorwaarden, waar medewerkers bepaalde ‘bronnen’ in kunnen zetten voor bepaalde ‘doelen’. Je vakantiedagen verkopen voor een fiets, of je overuren gebruiken voor ouderschapsverlof.

Het klinkt aantrekkelijk: optimale keuzevrijheid, met fiscaal voordeel. Maar er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. Bij postbedrijf TPG, de grootste particuliere werkgever van Nederland, maakt slechts 1 procent er gebruik van. Bij financieel dienstverlener ING is dat een kwart van de werknemers – het gemiddelde. Uit onderzoek blijkt dat nog niet de helft de uitruil van arbeidsvoorwaarden belangrijk vindt. Ter vergelijking: een prettige werkplek en een reiskostenvergoeding wil bijna iedereen wel. Maar weinig opties worden minder noodzakelijk gevonden dan flexibele arbeidsvoorwaarden, met als hekkensluiter de mogelijkheid om meer dan fulltime te werken.

Jos Benders van de faculteit managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen deed onderzoek naar het gebruik van het cafetariamodel. Zijn conclusie: gemiddeld gebruikt slechts een kwart van de werknemers het actief.

„Wat ons opviel, is dat veel mensen een cafetariamodel aantrekkelijk vinden, maar dat de participatie laag is”, zegt Benders. „Veel hoger opgeleiden hebben een stuwmeer aan vrije dagen en overuren. Daarom zou je verwachten dat in het bedrijfsleven en masse gebruik wordt gemaakt van het uitruilen van arbeidsvoorwaarden. Maar dat is niet zo.”

Volgens Benders vinden de meeste werknemers ‘het wel goed zo’. „Ze vinden de systemen lastig. Er zijn te veel opties.” Benders bracht de animo op zijn eigen universiteit in kaart. „De beste regeling was het cashen van vakantiedagen. Maar die is wegens succes weer afgeschaft.”

Consultancybedrijf Berenschot heeft een cafetariamodel, waar adviseurs een kleinere of grotere leaseauto kunnen kiezen. „We horen geluiden, van leden van de directie en van medewerkers, waarom we niet het hele pakket overboord zetten”, vertelt personeelsmanager Helma Nijssen. „We vroegen ons af: waarom geven we medewerkers niet gewoon een zak met geld waar ze zelf hun arbeidsvoorwaarden mee kunnen regelen?”

De behoefte van werknemers heeft het consultancybedrijf nog niet in kaart gebracht. Maar, betoogt Nijssen, zo’n systeem past beter bij deze tijd. „Je moet de minimumvoorzieningen wel blijven aanbieden, maar medewerkers willen zelf een keuze kunnen maken. Het is een kwestie van modern werkgeverschap, individualisering, en een veranderende arbeidsmarkt.”

Berenschot denkt aan een model dat ABN Amro begin volgend jaar invoert. In een vereenvoudigd systeem krijgen alle medewerkers een budget – in plaats van hun dertiende maand, vakantiegeld en een aantal vakantiedagen – dat ze zelf flexibel kunnen inzetten. Een grote hoeveelheid regelingen is afgeschaft, zodat werknemers niet langer verdwalen in het ‘oerwoud aan arbeidsvoorwaarden’, laat de bank weten.

Geen gedoe meer met bronnen en doelen dus, maar Jos Benders blijft sceptisch. „Bedrijven zeggen dat ze het doen om een goede werkgever te zijn. Maar zo’n model is geen reden om voor een werkgever te kiezen, of erbij te blijven werken. Er zit geen werknemer op te wachten.”