Arts en allochtoon vallen stil in de spreekkamer

Hoewel de communicatie tussen huisartsen en allochtone patiënten als moeizaam wordt beschouwd, duren de consulten met allochtonen bijna twee minuten korter dan met autochtonen. De dokters compenseren de communicatieproblemen dus niet door meer tijd te nemen voor het gesprek.

Dat is de onverwachte conclusie van een onderzoek waarin bij 31 huisartsen in Rotterdamse achterstandswijken video-opnames werden gemaakt. De Rotterdams-Utrechtse studie, die vorige week online verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Social Science & Medicine, laat ook zien dat huisartsen de allochtonen minder empathisch reageren: ze zijn vooral bezig met het begrijpen van de patiënt en het verzamelen van informatie.

Uit onderzoek in binnen- en buitenland is gebleken dat artsen en niet-westerse allochtonen moeilijk communiceren. Hierdoor zijn allochtonen gemiddeld minder tevreden over het contact met de dokter. Bovendien, zo liet dezelfde Rotterdamse studie vier jaar geleden zien, begrijpen ze minder goed wat in het consult is verteld, waardoor ze de voorgeschreven behandeling minder goed volgen.

De Utrechtse psycholoog dr. Ludwien Meeuwesen, gespecialiseerd in medische communicatie, zag nu dat allochtone patiënten (van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse komaf) regelmatig ‘stilvielen’. Ook de huisarts sprak minder. Meeuwesen: „De huisarts denkt: die heeft het begrepen. Maar toen we patiënten achteraf interviewden, bleek dat juist allochtonen stilvielen als het ‘wederzijds begrip’ slecht was.” Dat wil zeggen dat artsen en patiënten verschillend antwoordden op de vraag wat er tijdens het consult besproken was.

Hoewel stilvallende patiënten volgens Meeuwesen baat zouden hebben bij een arts die aanmoedigt, gebeurde dat niet. Empathische reacties, zoals hummen en geruststellen, waren er vooral in consulten met autochtonen. „De huisarts was bij hen vooral bezig met het verzamelen van informatie. Een andere mogelijke reden is dat de huisarts minder vertrouwd is met hun manier van reageren: hij krijgt andere reacties krijgt dan hij verwacht. De arts verwacht assertieve patiënten, tegengas.”

De psycholoog denkt dat taalproblemen minstens evenzeer bijdragen aan de problemen als cultuurverschillen. Hoe beter de taalbeheersing van de patiënt, des te beter was het wederzijds begrip. Vanwege de taalproblemen stelt de onderzoeksgroep voor om vaker tolken in te zetten: dat kan een familielid van de patiënt zijn, of een tolk van de telefonische tolkendienst voor huisartsen.

Uit de studie volgde vorig jaar al een andere aanpak, gericht op cultuurverschillen, die enig effect had. Voor patiënten werden educatieve video’s gemaakt om hen op het consult voor te bereiden; huisartsen kregen een cursus van enkele dagen. Die wordt in verkorte vorm nog steeds gegeven.