Zo zegt een regisseur iets over zijn land

De Amsterdamse Uitmarkt geldt als onofficiële opening van het culturele seizoen.

Wat is er te verwachten in het theater?

Hoe moet je een goed mens zijn? Die vraag houdt veel mensen bezig, en dus ook Nederlandse theatermakers in het nieuwe seizoen. En als het even kan, willen ze natuurlijk ook iets zeggen over de ontevreden staat waarin ons land verkeert.

Pieter Kramer maakt bij het Ro Theater een toneelbewerking van de film Dogville (première 23 december). Gangstermeisje Grace wordt een goedwillende dienster in een afgelegen dorp. Het wordt een experiment in goeddoen. Maar is weerloos slachtoffer zijn van ploegendienstverkrachting hetzelfde als een goed mens zijn? De vraag moet dus zijn: hoe moet je goed zijn zonder dat je het slechtste in de ander wakker maakt?

In De graaf van Monte Christo ligt de vraag weer net even anders: hoe kun je een goed mens blijven als je eerst wraak wil nemen op alle slechte mensen? Het Nationale Toneel bewerkt de roman van Alexandre Dumas, met Stefan de Walle in de hoofdrol van de vrolijke zeeman die na jaren onschuldig gevangen te hebben gezeten, terugkeert als een grimmige god die langzaam en subtiel wraak neemt op al zijn vijanden. Première 24 april 2007.

Toen de Griekse tragediedichter Aeschylos 2.500 jaar geleden zijn Oresteia schreef, lag het wat eenvoudiger: wie terecht wraak nam, wás een goed mens. Tenzij het om je man of moeder ging. Johan Simons regisseert dit tragediedrieluik bij zijn eigen gezelschap NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Première 25 november.

Het Dogville-experiment lijkt op dat in De goede mens van Sezuan van Bertolt Brecht, over drie goden die naar een Chinese stad afdalen om een goed mens te vinden. De voorstelling is nu te zien in het Amsterdamse Bos, en wordt ook opgevoerd door de Appel. Première 9 december. Dit Brechtjaar (hij is vijftig jaar dood) wordt verder nog opgeluisterd door De kaukasische krijtkring (première 28 november) van het Noord Nederlands Toneel.

De geest van Brecht is aanwezig in de politieke toneelstukken dit seizoen. Gerardjan Rijnders schreef Drakengebroed (première 30 september) over de tweelingdochters van de Duitse terroriste Ulrike Meinhoff. Na Jezus en de aartsvaderen verplaatst Helmert Woudenberg zich in Fortuyn (16 januari). Growing up in Public verplaatst zich in een andere omstreden vaderlander in De grote Anton Mussert Show (16 september). De groep Annette Speelt gaat verder waar Geert Mak ophield in De eeuw van mijn dochter (17 maart), het toneeldebuut van dichter Ilja Leonard Pfeijffer, die (O tempora! O mores!) onlangs het huwelijk van Annette-leider Thijs Römer en Katja Schuurman inzegende.

Gelukkig doet niet iedereen aan politiek: er zijn altijd burgerlijke schrijvers die in de huiskamer blijven en het huwelijk onder vuur nemen. Gerardjan Rijnders doet Albee’s Wie is er bang voor Virginia Woolf? (première 27 januari 2007) met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek. Albee’s Een wankel evenwicht (5 januari 2007) gaat ook over de visite die een echtpaar aan het wankelen brengt. In Bedrog (4 januari 2007) van Pinter zijn we al diep in het overspel beland, net als in Closer (28 september) van diens navolger Patrick Marber. In de huwelijkskomedie Het wijde land van Schnitzler (23 februari), door de Theatercompagnie, tracht een echtpaar de seksuele trouw helemaal af te schaffen. Allemaal cynische stukken waar Thijs Römer zijn jeune mariée beter niet mee naartoe kan nemen.

Maria Goos combineert huiskamer én maatschappij. Vier jaar na haar succesrijke Cloaca heeft zij een nieuw toneelstuk geschreven, De geschiedenis van de familie Avenier (première 25 januari 2007). Dit drieluik volgt de belevenissen van een Nederlands arbeidersgezin vanaf de jaren vijftig tot nu, en geeft een kleine geschiedenis van het naoorlogse Nederland. Zoals al haar werk wordt het waarschijnlijk een aanklacht tegen de manier waarop wij met elkaar omgaan, en een oproep om een goed mens te worden.

Ivo van Hove sluit het seizoen met drie Romeinse tragedies van Shakespeare (juni). Verder doet Johan Doesburg Othello (28 oktober), met Thijs Römer als de jaloerse pasgetrouwde macho. En niemand doet Tsjechov! Doorgaans toch een schrijver die net als Shakespeare niet weg te slaan is uit in de theaters. Hij had goed bij het how-to-be-good-thema gepast. Heeft dramaturg Tom Blokdijk toch gelijk met zijn stelling dat Tsjechov niet bij deze woelige tijden hoort?