Voetbalbruiloft

Terwijl de cipressen op de heuvel lange schaduwen maken over de gedekte tafels, laat de ober tijdens het opscheppen van de ravioli doorschemeren dat voetbal een serieuze zaak is in Italië. Ook al ben ik genodigd buitenlander op het huwelijksfeest van de Rotterdamse Italiaan Bruno Giuntoli, géén grapjes per favore over Juventus, dat dit seizoen misschien in de serie B speelt.

Ik ken Bruno al vanaf zijn vijfde jaar. Hij hing als jongetje rond in de pizzeria van zijn vader aan de Schiekade. Ik tipte hem als Italiaans voetbaldier bij Villa BvD in Frankrijk en sindsdien verschijnt hij regelmatig op tv. Afgelopen zomer holde hij huilend een rondje rond de televisietafel van Titisee toen Italië de halve finale won van Duitsland.

Achter me zie ik hoe de bruidegom van zijn bord wordt weggerukt en door zijn jeugdvrienden uit zijn geboortedorp Crasciana in de lucht wordt gegooid. Er hangt een voetbalsfeertje op de heuvel. In een lied wordt Marcello Lippi voor de duizendste maal bedankt. De Rotterdamse tafel antwoordt met Hand in hand, kameraden, door de Giuntoli’s – van huis uit Toscanen – uit volle borst meegezongen.

Eerder op de zaterdag kwam ik aan bij het gemeentehuis van Lucca. Bruno’s moeder zag de kleur van mijn pak: donkerpaars. ‘Brengt ongeluk’, zei ze. Enigszins verlegen stond ik even later in de sala verde te wachten op de trouwplechtigheid. Bruno was al binnen, het hoofd afgewend van de entree. ‘Waar is papa!’ riep hij in het Italiaans tegen zijn oom Angelo. ‘De ringen, babbo heeft de ringen op zak. Ga ’m zoeken, Angelo, alsjeblieft.’

Ik masseerde de zweterige nek van Bruno, de jongeman die over tien minuten echtgenoot zou worden. ‘Je moeder vertelt net dat ik het verkeerde pak aanheb, paars brengt ongeluk.’ Bruno wenkte een tante. Ze droeg een paarse jurk. Gelukkig. ‘Tante, dit is Wilfried, hij is één van ons, hij draagt net als u de clubkleur van Fiorentina.’

De bruid was in aantocht, Müge Demir, een Turkse parel uit Rotterdam. Ze zweefde in haar witte jurk binnen en ging naast Bruno staan. Ik zag hun handen naar elkaar zoeken. Het rode doosje met ringen stond op tafel. Na twee keer ‘si’ zoenden ze vol overgave. Ik veegde een rollende traan weg met mijn Fiorentina-mouw.

Laat op de avond drinken en dansen we in de open lucht. De Italo-sound weerkaatst tegen de Toscaanse heuvels. De dj zet een Turkse discoplaat op. Bruno snelt naar de microfoon. Hij schreeuwt loeihard de naam van de beroemdste Turkse spits: ‘Hakan Sükürrrr!’ Ik zie het verschil niet meer tussen Turken en Italianen, mediterranen voor het leven. Mijn buikdans mislukt faliekant.

Ik loop de villa in. Bij het toilet staat een televisie aan met de Italiaanse supercup. In de verlenging scoort Figo voor Inter. 4-3. De baas van het landgoed juicht. Het huwelijk en de bal hebben hier een innige band.

Zondagmiddag zit ik in het vliegtuig terug. Er is vertraging. Door het gangpad zie ik een paar laatkomers zoeken naar hun plek. Het zijn Bruno en Müge. Ik roep. Bruno draagt een blauw T-shirt met daarop de namen van alle Italiaanse voetballers die de wereldbeker binnensleepten. Campioni del Mondo, staat er op zijn borst.

Hij gaat naast zijn vrouw zitten. Müge legt haar hoofd op Bruno’s schouder als we opstijgen. Daar gaan ze, terug naar Holland, ze wanen zich de kampioenen van de wereld.