U leest dit artikel

In de VS zijn sinds 11 september 2001 talloze gegevens van burgers opgeslagen in databanken.

‘Datamining’ is de trend.

Ze heeft last van gevoelloze vingers, is op zoek naar een vrijgezel van zestig en heeft een hond die overal plast. Maak kennis met Thelma Arnold, 62, weduwe en wonend in Lilburn, Georgia. Om informatie op internet te vinden, gebruikte ze tot voor kort de zoekmachine van America On Line (AOL).

Deze grootste internetaanbieder van de Verenigde Staten plaatste onlangs 20 miljoen zoektermen voor wetenschappelijke doeleinden online – zonder toestemming te vragen aan de 657.000 gebruikers van wie de zoektermen afkomstig waren. Doel: experimenteren met datamining, het geautomatiseerd analyseren van grote hoeveelheden gegevens op profielen, patronen en trends.

De zoektermen stonden per persoon geclusterd onder een uniek, willekeurig nummer. Maar omdat Thelma Arnold (nummer 4417749) ook haar eigen achternaam had ingetikt en informatie over haar woonplaats had opgezocht, kon een verslaggever van The New York Times haar identiteit achterhalen. Had mevrouw Arnold toevallig op „numb fingers”, „dog that urinates everything” en „60 single men” gezocht? Arnolds reactie: „Lieve hemel, mijn hele persoonlijke leven… ik had geen idee dat er iemand over mijn schouder meekeek.”

In de VS liggen bedrijven en instanties die databanken aanleggen en analyseren steeds vaker onder vuur. „Een tikkende privacy-tijdbom”, zei de directeur van het Electronic Privacy Information Center in The New York Times. AOL, dat eerst volstond met excuses, ontsloeg na hevige kritiek van proprivacygroepen vorige week alsnog drie medewerkers.

De Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU spande onlangs een zaak aan tegen de veiligheidsdienst NSA (National Security Agency). Sinds 2001 luisterde de NSA miljoenen telefoongesprekken af en sloeg belgegevens op in een gigadatabank. Dit gebeurde ten behoeve van data-analyse in de strijd tegen terrorisme. Een plotselinge toename in telefoontjes naar een bepaald gebied kan erop duiden dat een terroristische aanslag wordt voorbereid.

In Nederland wordt het gebruik van datamining intussen steeds populairder. Supermarkten, banken en andere commerciële bedrijven onderwerpen hun klantgegevens al jaren aan patroononderzoek om reclames op maat te ontwikkelen. Ook de Nederlandse Spoorwegen willen de gedetailleerde gegevens die de binnenkort in te voeren OV-chipkaart over reisgedrag moet opleveren, gaan gebruiken. Bijvoorbeeld om te bepalen op welke trajecten langere treinen moeten worden ingezet.

In een wetsvoorstel dat op dit moment bij de Tweede Kamer ligt, zouden de Algemene en de Militaire Inlichtingendiensten (AIVD en MIVD), net als de NSA in de VS, de mogelijkheid krijgen complete databanken te vorderen van de transportwereld, de telecommunicatie en de financiële sector. Het doel is, aldus de memorie van toelichting, data-analyses uit te voeren „aan de hand van profielen of het vergelijken van gegevens met het oog op patronen”.

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, kunnen ook de Nederlandse veiligheidsdiensten risicogroepen gaan opsporen op basis van gegevens verzameld door, onder meer, de NS, telecombedrijven en banken.