Topman Kempen weg op last DNB

Topman Wiet Pot van zakenbank Kempen & Co moet aftreden onder druk van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit heeft Kempen & Co gisteren bekendgemaakt.

De twee toezichthouders kwamen in februari al tot de conclusie dat Pot weg moest, omdat hij onzorgvuldig had gehandeld. Pot heeft diverse transacties gedaan op de aandelen- en obligatiemarkt, zonder hiervoor toestemming te vragen. Medewerkers van banken moeten zulke transacties eerst voorleggen aan de afdeling compliance, een interne controleafdeling die er onder meer voor moet zorgen dat medewerkers geen misbruik maken van voorkennis.

Van het misbruiken van voorkennis is in het geval van Wiet Pot geen sprake, meent Kempen. De transacties zouden alle zijn goedgekeurd als er toestemming was gevraagd en er was ook geen belangenverstrengeling, aldus de bank. Het ging onder meer om het verkopen van aandelen Goldman Sachs, de voormalige werkgever van Pot, en aandelen Koninklijke Olie. Ook verkocht hij Nederlandse staatsleningen.

Dat een bestuursvoorzitter weggaat onder druk van toezichthouders, is zeldzaam. Als er al inmenging is van DNB en de AFM, is dat vrijwel altijd voordat een bankier wordt aangesteld.

Pot, die in 2004 de leiding kreeg bij Kempen, heeft zijn overtredingen in november 2005 gemeld en op dat moment ook zijn ontslag aangeboden. De raad van commissarissen stelde destijds een onderzoek in, vond dat Pot kon aanblijven en legde hem alleen een boete op. DNB en de AFM, die een eigen onderzoek instelden, kwamen tot een andere conclusie dan de commissarissen en lieten Kempen in februari al weten dat Pot uiterlijk op 31 december van dit jaar moet terugtreden. Omdat er ‘geruchten’ over de zaak zouden zijn, maakte Kempen het vertrek gisteren bekend. Pot blijft aan tot een opvolger is gevonden.

Kempen & Co: pagina 10