Splitsing woningcorporaties is vrijwel zeker van de baan

Hans Buddingh’ en

Mark Duursma

Een volledige scheiding van commerciële en sociale activiteiten van woningcorporaties is zeer onwaarschijnlijk. Minister Dekker (Volkshuisvesting, VVD) is bereid haar plan voor een volledige juridische splitsing te laten vallen. „Ze gaat voor een juridische scheiding, maar ze heeft natuurlijk te maken met de Tweede Kamer”, zei de woordvoerster van Dekker vanochtend desgevraagd. Donderdag spreekt de Kamer over de kwestie.

Een ruime Kamermeerderheid van regeringspartij CDA en oppositiepartij PvdA is fel gekant tegen een volledige splitsing, omdat het voor corporaties dan moeilijker wordt hun winst uit commerciële activiteiten (zoals de bouw van dure huurwoningen en koopwoningen) te gebruiken voor de sociale sector en stadsvernieuwing. Ook de woningcorporaties zelf verzetten zich. Voorzitter Van Leeuwen van koepelorganisatie Aedes vreest dat corporaties bij een volledige splitsing in BV’s „geen gemêleerde woonwijken” voor uiteenlopende welstandsgroepen meer kunnen bouwen.

Volgens de fractiewoordvoerders Van Bochove (CDA) en Depla (PvdA) kan worden volstaan met een boekhoudkundige scheiding. Ook zo’n minder vergaande splitsing komt volgens hen tegemoet aan de bezwaren van eurocommissaris Kroes (Mededinging), die eerlijke concurrentie op de commerciële woningbouwmarkt wil. Nu betalen woningcorporaties in tegenstelling tot ‘gewone’ bouwbedrijven geen vennootschapsbelasting (vpb). Over commerciële activiteiten moeten wooncorporaties straks wel vpb betalen, iets waartegen zij zich niet verzetten.

Volgens de woordvoerster van Dekker zal de minister „beide opties” van een juridische en boekhoudkundige scheiding in het Kamerdebat voorleggen. „Ze gaat in gesprek met de Kamer over de twee mogelijkheden.”

Corporaties: pagina 2