Somberheid krijgt weer de overhand in De Kuip

Feyenoord0Heracles0

Geel: Bahia, Tiendalli, Green, Lucius (Feyenoord), Boakye, Schilder, Tanghe (Heracles). Schds: Van Sichem. Tsch: 40.000.

Erik van der Walle

Twee minuten na rust werd gisteren in De Kuip duidelijk hoe dicht succes en falen in het voetbal bij elkaar kunnen liggen. En euforie en somberheid. Op het moment dat Feyenoord-spits Pierre van Hooijdonk een vrije trap recht voor het doel kreeg, kwamen de tussenstanden van andere wedstrijden op het scorebord. Ajax en PSV op achterstand, en plotseling kreeg het legioen er weer zin in. Vergeten was even de bloedeloze eerste helft, waarin Feyenoord nauwelijks een kans kreeg tegen het bescheiden Heracles. Vergeten was het verlies tegen FC Groningen vorige week, het vertrek van Dirk Kuijt en het ontbreken van een waardige opvolger. Zou het dan toch niet allemaal zo ellendig zijn gesteld met de club?

Helaas voor Feyenoord eindigde de vrije trap van Van Hooijdonk op de paal en trok aartsrivaal Ajax toch nog aan het langste eind. En toen doelpunten in De Kuip uitbleven, kreeg de somberheid weer de overhand. „Zo lang het goed gaat, is het hier heerlijk werken”, zei trainer Erwin Koeman over de dreigende crisissfeer. „Gaat het minder goed, dan begint het publiek zich te roeren. Dat weet je.”

Een dag eerder was Koeman met zijn selectie nog door fans opgesloten op het trainingsveld. Zij wilden uitleg over de financiële situatie bij Feyenoord van voorzitter Jorien van den Herik. „Je moet alles een keer meemaken”, verklaarde de trainer glimlachend. „Het is belangrijk in deze situatie om de eenheid te bewaren.”

Uiteindelijk mocht Feyenoord helemaal niet ontevreden zijn met het eerste puntje van het seizoen. „Het enige waar we tevreden over kunnen zijn, is dat we geen tegendoelpunt hebben gehad”, verklaarde Koeman zonder een spier te vertrekken. Zo cynisch was die opmerking niet eens, want scheidsrechter Tom van Sichem had de bal twee minuten voor het eind op de stip moeten leggen. Bij de zoveelste uitval van Heracles gaf verdediger André Bahia de ‘Almelose’ spits Everton Ramos da Silva zo’n duw dat hij voor open doel niet kon scoren. „Je ziet dat de scheidsrechter zijn fluitje naar de mond brengt, maar hij haalde hem er ook weer uit. Het zij zo”, zei Heracles-trainer Ruud Brood berustend.

Van Sichem leek onder de indruk van een bijna volle Kuip en floot een aantal keren vergevingsgezind voor de thuisploeg. Dat Brood mild was voor de arbiter was terecht: een kwartier voor rust moet de scheidsrechter uit Almere de schrik om het hart zijn geslagen toen grensrechter Thijs Rozeboom naast hem in elkaar zakte. Vanochtend leek de toestand van de 49-jarige lijnsman mee te vallen, maar op het veld was het beeld dramatisch. Desondanks werd een kwartier later de wedstrijd hervat.

De schande van een thuisnederlaag bleef Feyenoord bespaard, maar dat Koeman reeds in augustus „een heel moeilijk seizoen” verwacht, is veelzeggend. Al kan het deze week nog allemaal ten goede keren als er voor donderdag om 12 uur ’s nachts– dan sluit de transfermarkt – een goede vervanger voor de vertrokken Kuijt en Salomon Kalou zijn gevonden. „Ik heb wel aangegeven dat versterking van één of twee spelers noodzakelijk is, maar garanties heb ik niet.” Tot nu toe zijn alleen de verdedigers Philippe Léonard en de gisteren matig debuterende Dwight Tiendalli binnengehaald.

De noodzaak van versterking kon iedere beleidsmaker gisteren zien: Feyenoord heeft tegen Groningen en Heracles nog niet gescoord. Met de hardwerkende Van Hooijdonk in de spits, met Tim Vincken op rechts en Joonas Kolkka op links slaagde de aanvalslinie er nauwelijks in om de bal vast te houden of tot een goede combinatie te komen. Benjamin de Ceulaer, Pascal Bosschaart en Stein Huysegems waren door Koeman gepasseerd, maar tot beter spel leidde dat nauwelijks.

Zondebokken wilde Koeman niet zoeken. Niet bij zijn spelers, niet bij het bestuur. „We leven in een wereld waarin het heel makkelijk is om elkaar de schuld te geven. Dat is niet mijn mentaliteit, ook al weet ik dat aan het eind van de rit de trainer de lul is. C’est la vie.”