‘Ro’ is nu volwassen

Roderick Weusthof is het geheime wapen van de nationale hockeyploeg die gisteren een vierlandentoernooi in Hamburg won, de laatste test voor het WK.

Mark Hoogstad

Rugnummer 66 had hem niet misstaan. Als een ode aan het corpshuis in Utrecht, waar de huisoudste – tophockeyer of niet – nog altijd woont. Niet voor niets riep Roderick Weusthof vorig najaar na het benefietduel voor Pakistan dat hij zelf een bedrag van 66 euro zou overmaken voor de slachtoffers van de aardbeving. Het was, voor het oog van de camera van de regionale omroep, een ferme knipoog naar zijn huisgenoten van Voorstraat 66.

De komende weken zullen zijn elf collega-bewoners van Huize Jetset – een verwijzing naar de eerste ‘burgerbewoner’ (tante Jet) – het moeten doen zonder Weusthofs spitsvondigheden, want de vierdejaars student rechten heeft andere plannen. Morgen maakt bondscoach Roelant Oltmans zijn selectie bekend voor het WK in Mönchengladbach (6-17 september). „Ik heb nog niets gehoord, maar ik ga zeker mee”, zei de spits gisteren, na de zege (1-2) op Duitsland waarmee Nederland de eindzege veiligstelde in het vierlandentoernooi van Hamburg.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek bij de aanvaller van SCHC, die vorig seizoen dankzij 34 treffers uitgroeide tot topscorer van de hoofdklasse. Het was vooral aan zijn schotvaardigheid te danken dat de club uit Bilthoven voor het tweede jaar op rij doordrong tot de play-offs om de landstitel.

Als geen ander lijkt Weusthof te profiteren van het aangescherpte regime onder Oltmans, die zijn selectie dit voorjaar vooral fysiek onder handen nam. „Ik ben sterker geworden en heb een langere adem dan voorheen”, erkent de spits, die drie jaar geleden zijn debuut maakte voor de nationale ploeg, en pas sinds anderhalf jaar zeker is van een min of meer vaste plaats in de selectie.

Eindelijk neemt Weusthof zijn sport serieus. Zelf wenst hij vooral niet de indruk wekken dat hij een fuifnummer is geweest, al wil de oud-speler van Nijmegen best bekennen dat hij nog zelden wordt gesignaleerd in het Utrechtse nachtleven. En een ontgroeningsborrel? Grijnzend: „In principe niet, of mijn programma moet het toestaan. Maar dan nog ga ik eerder weg. Ik moet keuzes maken.”

Ook mentaal heeft Weusthof een metamorfose ondergaan. Ruim vier maanden geleden, in het competitieduel tegen Oranje Zwart (5-4), viel hij met zijn mond bovenop de stick van een tegenstander. Delen van zijn bovengebit belandden in het kunstgras. Onverstoorbaar zocht het slachtoffer de afgebroken deeltjes bijeen, gaf die aan zijn moeder en keerde vervolgens doodleuk terug in het veld om vlak voor tijd het winnende doelpunt aan te tekenen.

Gisteren nam hij de openingstreffer voor zijn rekening. Maar tevreden bleek Weusthof naderhand niet. Bij absentie van ‘eerste cornerman’ Taeke Taekema had Weusthof, geprezen om zijn zuiverheid en harde push, graag laten zien dat de korte hoekslag ook bij hem in goede handen is. ‘Slechts’ één doelpunt uit vijf strafcornerpogingen duidt daar niet op. Weusthof: „Dat moet beter.”

Zijn vader Hans, De Knoest, speelde eveneens voor het Nederlands elftal, maar kwam in 1974 niet verder dan vier interlands. Toen z’n zoon dat aantal had overtroffen, grapte die dat „mijn carrière nu al geslaagd is”. In Terrassa, waar Nederland vorige maand de Champions Trophy won, benadrukte Weusthof senior dat zijn zoon (55 interlands) de wilde jaren achter zich heeft liggen. „Ro is gaandeweg volwassen geworden.”

Dat vindt ook bondscoach Oltmans, die aan de toernooizege geen conclusies wilde verbinden met het oog op het WK. Weusthof heeft volgens hem „grote vorderingen” gemaakt.

Ook Taekema prijst zich gelukkig met het ‘geheime wapen’, tegelijkertijd zijn concurrent. „Maar zo ervaar ik het niet. Roderick zorgt juist voor minder druk, omdat ik weet: als ik m’n dag niet heb, dan staat hij klaar.”