Rebellen komen uit de bush

De Oegandese regering en het Verzetsleger van de Heer hebben zaterdag een akkoord gesloten. Hiermee eindigt mogelijk na 20 jaar een van de gewelddadigste conflicten van Afrika.

Kampala, 28 aug. - Er bestaat gematigd optimisme over de vredeskansen in de twintig jaar oude oorlog na het zaterdag getekende deelakkoord tussen de Oegandese regering en het Verzetsleger van de Heer (LRA). „Als het LRA zich aan het bestand houdt, betekent dit een doorbraak”, reageerde een diplomaat in de Oegandese hoofdstad Kampala. En een waarnemer betrokken bij het overleg in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba: „Dit kan het einde inluiden van de oorlog.”

Alle LRA-strijders, inclusief de beruchte topcommandanten Joseph Kony en Vincent Otti, beloven zich in twee kampen in Zuid-Soedan te zullen verzamelen. Hun handtekeningen staan echter niet onder het gesloten akkoord; uit angst voor arrestatie blijven ze weg bij het overleg in Juba. „Er is steeds telefonisch overleg geweest met de leiders in de bush”, verzekert een deelnemer bij de besprekingen. „Ze hebben hun fiat aan dit akkoord gegeven.”

Met het akkoord geeft het LRA zich in feite over, een indicatie van het besef aan de zijde van de occulte rebellen dat hun opstand is mislukt. In de wandelgangen bij de besprekingen zoeken de onderhandelaars druk naar een uitweg wat te doen met de leiders. Er wordt vanuit gegaan dat de vier door het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag aangeklaagde leiders amnestie zullen krijgen in Zuid-Soedan of in Oeganda. „Het meest voor de hand ligt hen te laten berechten volgens de tradities van de noordelijke Acholistam”, vertelt een waarnemer bij het overleg in Juba.

De meeste westerse landen, waaronder Groot-Brittannië en Nederland, blijven opvallend afstand houden van het vredesproces wegens het heikele punt van de amnestie in plaats van een enkele reis naar het ICC in Den Haag. Zij willen ieder contact met de door Interpol gezochte LRA-leiders vermijden. Behalve de regeringsdelegatie doen verscheidene burgergroepen en religieuze groepen mee aan parallelle besprekingen met de LRA-leiders en zij allen zijn vóór amnestie en tegen het ICC. En ook de leider van de regeringsdelegatie, minister Ruhakana Rugunda, onderhandelde onlangs voor het eerst over de telefoon met LRA’s tweede man, Vincent Otti.

De politicus Norbert Mao bezocht vorige maand met honderden noorderlingen de LRA-leiders in de jungle: „Eerst verscheen Kony in militair tenue, hij sprak opgewonden en hij gaf ons een lange lezing. In de avond zaten we met zijn allen rond het kampvuur, hij kwam er op zijn slippers gezellig bijzitten en we hebben tot diep in de nacht zitten kletsen. Het ijs is gebroken, ik geloof niet dat er nog een weg terug is bij de dit vredesproces.”

Na de afhandeling van de militaire aspecten van het conflict met de LRA is de volgende stap om burgers te laten meebeslissen. Norbert Mao was tien jaar lang parlementslid, hij is nu voorzitter van het Guli-district en een uitgesproken tegenstander van de Oegandese president Museveni. Hij zegt: „Kony vertelde aan het kampvuur dat hij al jaren de leeuw bij de staart vasthoudt en dat wij burgers nu onze taak moeten opvatten.” Norbert Mao wil de fakkel van het LRA overnemen voor het politieke gevecht. „De LRA-leiders zijn dwazen, maar ze delen de wrok van de bewoners in Noord-Oeganda over de achterstelling van hun gebied door de regering van Museveni”, betoogt hij. Hij steekt een dreigend vingertje op naar de Oegandese regering: „Onze taal en cultuur in het noorden passen meer bij de bewoners van Zuid-Soedan dan bij die van onze landgenoten van Zuid-Oeganda. Afscheiding van het noorden en aansluiting bij Zuid-Soedan is een optie. Laat Museveni ervan doordrongen raken dat onze politieke problemen snel moet worden opgelost.”

De voormalige minister Betty Bigombe komt net als Mao uit het noorden, maar zij staat politiek dicht bij Museveni. Ook zij houdt een vurig pleidooi tegen de achterstelling van het noorden. „Het LRA is slechts een klein onderdeel van het conflict. Noord-Oeganda is gemarginaliseerd, kijk alleen maar naar het beperkte aantal noorderlingen in de overheid. De regering moet een grootschalig rehabilitatieprogramma voor het noorden opzetten en gaan werken aan verzoening. Of dit vredesproces met het LRA nu slaagt of niet, de achtergrond van het conflict in het noorden moet aan de orde komen.”

De oorlog is een gevolg van de noord-zuidtegenstelling in het land. Die tegenstelling gaat terug tot ver voor de onafhankelijkheid in 1962. Het noorden was het minst ontwikkeld, maar leverde de soldaten en de politici. Totdat in 1986 de guerrillastrijders van Museveni de macht grepen in Kampala en het zwaartepunt van de macht naar het zuiden verschoof. Museveni’s soldaten misdroegen zich in het noorden en de inwoners voelden zich mishandeld als de verliezers. Het LRA buitte deze onvrede uit. De beweging heeft nooit de macht gehad over grondgebied. Zij mishandelde bewoners en rekruteerde duizenden kinderen als soldaten. De strijd ontaardde in een van de meest brute oorlogen van Afrika, met ruim 1,5 miljoen ontheemden die onder miserabele omstandigheden in kampen wonen.