Oud-Hollandse opera nu gekuist

Concert: Bacchus, Ceres en Venus van Johan Schenck en Govert Bidloo door Camerata Trajectina. Gezien: 27/8 MC Vredenburg, Utrecht. Herh.: 13, 14/9 Muziekgebouw aan ‘’t IJ, Amsterdam. Inl.: www.muziekgebouw.nl .Radio 4: 27/9 13 uur Avro.

‘Een opera van zuipen, zwelgen en brassen’. Zo beschimpten de zeventiende-eeuwse critici Bacchus, Ceres en Venus (1680), de eerste Nederlandse opera die ooit werd uitgevoerd. Zoveel dronkenschap en bloot waren niet eerder in de Amsterdamse Schouwburg vertoond.

Ruim driehonderd jaar later bracht Camerata Trajectina het stuk gisteren op het Festival Oude Muziek voor het eerst weer tot leven. In een relatief kuise uitvoering: bloter dan een Venus in nat T-shirt en een buikige Bacchus in boxershort wordt het niet, het drankgebruik leidt tot niet meer dan een koddig dronkemansdansje.

Librettist Govert Bidloo en componist Johan Schenck maakten in 1686 met Bacchus, Ceres en Venus niet eens de eerste Nederlandse opera; dat was De triomfeerende min van Dirck Buysero en Carel Hacquart, uit 1678. Die werd echter nooit opgevoerd. Omdat Bidloo de Regent van de Amsterdamse Schouwburg was, lukte het hem wél zijn productie ook daadwerkelijk op de planken te krijgen.

In de uitvoering van Camerata Trajectina wordt Bidloo zélf ten tonele gevoerd, als een zeventiende-eeuwse John de Mol. ‘Ik weet wat Jantje Modaal wil’, spreekt hij de zaal toe. Spektakel, drinkgelagen en vooral veel ‘wulpse wendingen’. De opera zien we vervolgens als raamvertelling: Bidloo laat het publiek alvast vol trots meekijken naar zijn creatie, die zogenaamd nog niet helemaal af is. Regisseur Marc Krone (die ook met verve de rol van Bidloo speelt) en scriptschrijver Louis Peter Grijp vonden hiermee een elegante oplossing voor het feit dat de opera onvolledig is overgeleverd, en bovendien niet volledig geënsceneerd wordt uitgevoerd.

Het is ook de redding van de voorstelling, die zonder Bidloo op het podium ronduit saai zou zijn geweest.

Het verhaal is namelijk flinterdun: wijngod Bacchus en vruchtbaarheidsgodin Ceres zijn boos op Venus, die zonder hun medewerking machteloos is. Oppergod Jupiter stuurt Mercurius voor een lijmpoging, die het grootste deel van de opera in beslag neemt, maar eigenlijk zonder veel moeite slaagt. Moraal van het verhaal: ‘zonder spijs en wijn kan er geen liefde zijn’. Het zal voor Bidloo allemaal inderdaad niet veel meer zijn geweest dan een kapstok voor seks, zuipen en zwelgen.

Componist Schenck moet desondanks met eergevoel te werk zijn gegaan, want zijn muziek is steeds verre van banaal; eerder wat ambachtelijk. Niettemin zijn er veel prachtige uitschieters, zoals meteen aan het begin al de allegorische samenzang van ‘Dichtkunde’, ‘Maatzang’ en ‘Danskunst’, of later een ontroerende solo-aria van Venus.

Omdat een deel van de oorspronkelijke muziek verloren is gegaan, gebruikt Camerata Trajectina andere composities uit Schencks oeuvre als voor- en tussenspelen. Enkele recitatieven werden door Grijp bovendien opnieuw gecomponeerd. Dit is allemaal zo smaakvol en stijlgetrouw gedaan dat het nergens opvalt.

De vocale prestaties zijn voortreffelijk. Vooral de sopranen Renate Arends, Hieke Meppeling en Mariët Kaasschieter excelleren in ontroerende solo’s en zoete samenzang.

De instrumentalisten van Camerata Trajectina verstaan hun vak bovendien als geen ander. De kostuums van Freia Wouters zijn niet alleen een lust voor het oog, maar nemen deels ook de rol over van het afwezige decor.