Oorlog niet voorbij voor ontvoerde soldaten

De kanonnen zwijgen in Libanon en het noorden van Israël, de doden zijn begraven en de reservisten keren terug naar huis. Maar voor de twee ontvoerde Israëlische militairen en hun families is de oorlog nog niet voorbij.

Het uitwisselen van hun ontvoerde zoon Ehud (31) en zijn lotgenoot Eldad Regev (26) tegen vijftien Libanese gevangenen, dat is, beseffen Shlomo en Miki Goldwasser in het Noord-Israëlische Nahariyah de enige oplossing.

„De oorlog werd helaas onvermijdelijk toen Hezbollah Israël aanviel met katjoesja’s, maar wij wisten ook meteen dat we met een oorlog onze zoon niet zouden terugkrijgen. We hebben daarom iedere dag gebeden voor een staakt-het-vuren. Het was een hele opluchting dat het schieten ophield’’, zegt Miki, die haar best doet om politiek getinte uitspraken te vermijden. „Het is verschrikkelijk, iedereen heeft verloren, in Israël en in dat mooie land Libanon. Behalve Hezbollah.”

De kanonnen van augustus zwijgen, de reservisten keren terug, de Israëlische en Libanese doden zijn begraven, maar voor de op 12 juli ontvoerde reservisten Ehud Goldwasser en Eldad Regev (26) en hun families is de oorlog nog niet voorbij. Bij zondagse koffie en appeltaart wegen Shlomo, directeur van een Zuidafrikaans-Israëlisch koopvaardersbedrijf, en Miki, galeriehoudster en pottenbakster, het nieuws van deze ochtend. Het Egyptische Al-Ahram meldt met grote stelligheid dat er een gevangenenruil in de maak is. Hezbollah-leider Nasrallah zegt dat er via Duitse en mogelijk ook Italiaanse kanalen wordt onderhandeld met Israël. Jeruzalem ontkent de berichten.

Shlomo die op het punt staat te worden geïnterviewd door de Libanese televisie: „Er zijn eigenlijk alleen maar geruchten, we weten niet eens zeker of zij nog in leven zijn. Een levensteken, dat is wat wij wensen.”

Miki, tenger en het tegendeel van moedeloosheid: „Premier Olmert heeft ons bezworen dat hij alles, maar dan ook alles zal doen om Ehud en Eldad vrij te krijgen. Daar hoort het uitwisselen van gevangenen bij. Ik vertrouw hem op zijn woord. Hij heeft gezegd dat Ehud en Eldad als zoons voor hem zijn. Hij heeft hun foto’s op zijn bureau staan. Hij heeft een speciale assistent benoemd die zich met de ontvoering bezighoudt. We hebben met elkaar afgesproken niets te geloven zonder concrete bewijzen dat zij nog in leven zijn.”

Shlomo en Miki waren op de ochtend van de ontvoering in hun appartement in het Zuid-Afrikaanse Durban, waar zij in verband met zijn werk tijdelijk wonen. De avond tevoren hadden zij onder het genot van een glaasje wijn nog geconstateerd dat het leven „goed en mooi” was, „Lehayim”, wensten zij elkaar toe. Hun vier zonen waren goed terecht gekomen, hadden hun diensttijd in de Palestijnse gebieden overleefd en zijn bezig gezinnen te stichten. „Ik wist dat Ehud, Udi zeggen wij, snel thuis zou zijn van zijn reservedienst. Ik was nog zo blij dat hij niet naar Gaza moest. Ik heb vier zoons en bij de geboorte van ieder van hen dacht ik: ik hoop dat deze niet het leger in moet.”

De op een na jongste, Yair, was thuis in Nahariyah toen een officier die ochtend aanbelde met het slechte nieuws. Miki: „We weten niets zeker, maar vanaf het eerste moment heb ik gevoeld dat hij nog in leven is en dat voel ik nog steeds. Ik ben niet voor niets een Pools-joodse moeder. Je weet daar zijn boeken over geschreven, dat zijn leeuwinnen.”

Praten over haar zoon met zijn vrienden, die voortdurend op bezoek komen, met haar drie andere zoons en journalisten, houdt haar overeind. Wat kan zij anders doen? Slapen kan zij toch niet vanwege „de gedachten en de fantasieën, die iedereen wel kan raden”. En, ter relativering: „Moeders van gesneuvelde soldaten hebben het oneindig zwaarder.”

De Goldwassers vertellen dat Ehud en Eldad werden ontvoerd tijdens de laatste patrouille van hun een maand durende, jaarlijkse reservedienst. Ehud had het bevel over de twee jeeps die op een halve kilometer van de grens met Libanon in een hinderlaag liepen. Drie soldaten werden gedood, twee raakten gewond en twee werden door Hezbollah meegenomen. Ehud is vrijwel zeker ook gewond geraakt.

„Hij zou die middag naar huis gaan. De eenheid die hen zou vervangen was al aangekomen en Ehud had zijn tas met kleren al zijn auto gezet.” Over de toedracht van de ontvoering is weinig bekend. Dat Ehud en Eldad per ongeluk in Libanon terecht waren gekomen en als gevolg van een afscheidsfeestje minder alert waren, noemt Yair „een van de vele kwaadaardige geruchten”. En: „Dit is Israël, dus iedereen heeft wel iets op te merken, meestal nonsens.”

Toen de oorlog uitbrak moest Yair, ook een reservist, thuisblijven van de generale staf. „Vonden de generaals beter voor mijn moeder. Ik was en ben het er nog steeds niet mee eens, maar ja.” Uit solidariteit met hun zoon en broer bleef de familie wel in Nahariyah, ook toen het daar katjoesja’s regende. Zij gingen zelfs de schuilkelder niet in.

Was zoon en broer niet ontvoerd dan hadden de Goldwassers omstreeks deze tijd een feestje gevierd omdat Ehud zijn masters milieukunde aan het Technion, de technische universiteit in Haifa, heeft behaald. „Hij is zeer begaan met het milieu. Hij weet alles van planten, dieren en de zee. Daarom stemde hij ook op de Groenen”, vertelt Yair.

De Goldwassers vrezen dat Ehud en zijn vriend Eldad in de maalstroom van het Midden-Oosten makkelijk in de vergetelheid kunnen raken. In de preambule van VN-resolutie 1701 wordt gesproken over de „onvoorwaardelijke vrijlating” van de Israëlische soldaten, maar in de operationele paragrafen ontbreekt deze eis. Miki: „Dat was natuurlijk wel teleurstellend, maar aan de andere kant hadden wij onze hoop op hun vrijlating niet op de Verenigde Naties gevestigd.”

Shlomo: „Wij hopen dat landen die Libanon gaan helpen bij de wederopbouw als eis zullen stellen dat wij een teken van leven krijgen. Vrijlating zal alleen gebeuren na onderhandelingen, maar een teken van leven in ruil voor miljoenen dollars moet toch mogelijk zijn”. Hij zou de Europese Unie dankbaar zijn als aan de hulpverlening aan Libanon de voorwaarde wordt verbonden opheldering te geven over zijn zoon.

Miki, die in Parijs is geweest om een dergelijk verzoek in te dienen bij president Chirac: „We hebben een brief aan Ehud gestuurd via het Internationale Rode Kruis. Maar niemand in Libanon wil deze brief aannemen, ook de ministers en parlementariërs van Hezbollah niet.” Ook een oproep op Al-Jazeera en de Arabisch-talige afdeling van de BBC leverde niets op.

De angst dat hun zoon door „de hoge politiek en de diplomatie” zal worden vergeten, wordt gedeeld door de reservisten van de Givati Brigade, waartoe Ehud en Eldad behoren. Zij hebben daarom een grote manifestatie georganiseerd op het Rabinplein in Tel Aviv. „Het mag donderdag beslist geen politieke demonstratie tegen de regering worden”, zegt Miki.

Maar in een diep teleurgesteld, gefrustreerd Israël, waar boze reservisten en familieleden van gesneuvelde militairen aandringen op het aftreden van de regering en het ontslag van de chef-staf, lijkt dat haast onvermijdelijk. Miki: „Het is geen politieke zaak, maar een kwestie van humaniteit.”