Nu geen student meer

Nederland won gisteren het vierlandentoernooi in Ham-burg, de laatste serieuze test op weg naar het WK hockey.

Roderick Weusthof is daar het geheime wapen.

Rugnummer 66 had hem niet misstaan. Als een ode aan het corpshuis in Utrecht, waar de huisoudste – tophockeyer of niet - nog altijd woont. Niet voor niets riep Roderick Weusthof vorig najaar, na de benefietwedstrijd voor Pakistan, dat hij zelf een bedrag van 66 euro zou overmaken ten behoeve van de aardbevingslachtoffers. Het was, voor het oog van de camera van de regionale omroep, een ferme knipoog naar zijn huisgenoten van Voorstraat 66.

De komende weken zullen zijn elf collega-bewoners van Huize Jetset – een verwijzing naar de eerste ‘burgerbewoner’ (tante Jet) – het moeten doen zonder Weusthofs spitsvondigheden, want de vierdejaars student rechten heeft andere plannen. Morgen maakt bondscoach Roelant Oltmans officieel zijn selectie bekend voor het wereldkampioenschap, dat over negen dagen in Mönchengladbach begint. „Ik heb nog niets gehoord, maar ik ga zeker mee”, verklaarde de spits gisteren op zelfverzekerde toon, na de overwinning (1-2) op Duitsland waarmee Nederland de eindzege veiligstelde in het vierlandentoernooi van Hamburg.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek bij de blonde aanvaller van SCHC, die afgelopen seizoen dankzij 34 treffers (25 strafcorner- en 9 velddoelpunten) uitgroeide tot topscorer van de hoofdklasse. Het was vooral aan zijn schotvaardigheid te danken dat de club uit Bilthoven voor het tweede jaar op rij doordrong tot de play-offs om de landstitel. „Ik weet wat ik kan, want dat heb ik afgelopen seizoen bewezen. En als ik het daar kan, dan moet dat ook kunnen bij het Nederlands elftal. Zo simpel is het.”

Als geen ander lijkt Weusthof te profiteren van het aangescherpte regime onder Oltmans, die zijn selectie dit voorjaar vooral fysiek onder handen nam. „Ik ben sterker geworden en heb een langere adem dan voorheen”, erkent de spits, die drie jaar geleden zijn debuut maakte voor de nationale ploeg, maar pas sinds anderhalf jaar zeker is van een min of meer vaste plaats in de selectie.

‘Eindelijk’ neemt Weusthof zijn sport serieus. Zelf wenst hij vooral niet de indruk wekken een fuifnummer te zijn geweest, al wil de oud-speler van Nijmegen best bekennen dat hij tegenwoordig nog maar zelden wordt gesignaleerd in het Utrechtse nachtleven. En een ontgroeningsborrel? Grijnzend: „In principe niet, of mijn programma moet het toestaan. Maar dan nog ga ik eerder weg. Ik moet keuzes maken.”

Ook in mentaal opzicht heeft Weusthof een metamorfose ondergaan. Ruim vier maanden geleden, in het competitieduel tegen Oranje Zwart (5-4), viel hij met zijn mond bovenop de stick van een tegenstander. Delen van zijn bovengebit belandden in het kunstgras. Onverstoorbaar zocht het slachtoffer de afgebroken deeltjes bijeen, gaf die aan zijn moeder en keerde vervolgens doodleuk terug in het veld om vlak voor tijd het winnende doelpunt aan te tekenen.

Gisteren, op de slotdag van het vierlandentoernooi in het regenachtige Hamburg, nam hij de openingstreffer voor zijn rekening. Maar tevreden bleek Weusthof naderhand niet. Bij absentie van ‘eerste cornerman’ Taeke Taekema (irritatie in de linkervoet) had Weusthof, geprezen om zijn zuiverheid en harde push, in Noord-Duitsland graag laten zien dat de korte hoekslag ook bij hem in goede handen is. ‘Slechts’ één doelpunt uit vijf strafcornerpogingen (drie duels) duidt daar niet op. Weusthof: „Dat kan en dat moet echt beter.”

Zijn vader Hans, bijgenaamd De Knoest, speelde eveneens voor het Nederlands elftal, maar kwam in 1974 niet verder dan vier interlands. Toen zijn zoon dat aantal had overtroffen, grapte die dat „mijn carrière nu al geslaagd is”. In Terrassa, vorige maand het decor van de strijd om de door Nederland gewonnen Champions Trophy, benadrukte Weusthof senior dat zijn zoon (55 interlands) de wilde jaren achter zich heeft liggen. „Ro is gaandeweg volwassen geworden.”

Dat vindt ook bondscoach Oltmans, die aan de toernooizege geen conclusies wilde verbinden met het oog op het naderende WK. Weusthof daarentegen heeft „grote vorderingen” gemaakt. „En niet alleen als strafcornerspecialist, maar ook als veldspeler. In de cirkel zorgt hij vrijwel constant voor gevaar.”

Ook Taekema prijst zich gelukkig met de ontbolstering van het ‘geheime wapen’, dat toch te boek staat als zijn concurrent. „Maar zo ervaar ik het niet. Roderick zorgt juist voor minder druk, omdat ik weet: als ik m’n dag niet heb, dan staat hij klaar.”