‘Modern Times’ is de beste Dylan sinds 1975

Op het vandaag verschenen album ‘Modern Times’ is een hardnekkig wantrouwen tegen vrouwen het voornaamste thema van Bob Dylan.

Vrouwen, vertrouw ze nooit. Bob Dylan scoort ook op zijn 65ste, niet erg hoog op de feministische index. Maar een hardnekkig wantrouwen tegen de vrouwen in zijn leven, is zelfs het voornaamste thema van zijn indrukwekkende nieuwe album Modern Times. Het album behoort tot de Dylan-top 3 aller tijden, na Blonde on blonde (1966) en Blood on the tracks (1975).

Moderne Tijden, de titel klinkt als een postmodern pamflet. Het album bevat alleen maar uiterst ouderwetse muziek, geënt op blues en western swing uit de eerste helft van de vorige eeuw.

Dylan blijft intrigeren. Zijn stem knerpt en kraakt als nooit tevoren. Enkele tekstfragmenten:

‘Some young lazy slut has charmed away my brains’ (Rollin’ and tumblin’)

‘I want some real good woman to do just what I say’ (Thunder on the mountain)

‘Sometimes I wonder why you can’t treat me right/ you do good all day then you do wrong all night’ (Spirit on the water).

Vijf jaar geleden ontmoette ik Bob Dylan in Rome, toen het album Love & Theft op verschijnen stond. Er waren nog twaalf andere ondervragers uit evenveel landen, die vooral van hem wilden weten waarom hij in de jaren zestig zo’n gezaghebbend protestzanger was geweest. Dylan had daar geen mening over: „Ik schreef liedjes in de hoop dat ze langer dan een paar weken mee zouden gaan.” Ik vroeg hem naar de titel Love and Theft. „Mister Dylan, gaan liefde en diefstal voor u altijd samen?” Hij keek me aan met geknepen ogen en zei: „Exactly, sir. Like a hand in a glove.”

In mijn tas brandde het cadeau dat ik voor hem had meegebracht, een Engelstalig The Friendship van Connie Palmen. Uit een net verschenen biografie had ik begrepen dat Bob Dylan helemaal geen vrienden meer had; niemand die hij kon vertrouwen. Het boek aanvaardde hij in dank. Zou hij het ooit hebben gelezen?

Het verhaal gaat dat Dylan ondanks zijn zeventien huizen op vijf verschillende continenten nergens kan aarden, en dat hij gedurende zijn ‘Never Ending Tour’ altijd in zijn luxe tourbus verblijft. Daar bewaart hij zijn meest dierbare boeken en maakt hij zijn radioprogramma. In het wekelijks op een Amerikaans kabelstation uitgezonden Theme Time Radio Hour behandelt hij met grote autoriteit en hoorbaar plezier thema’s als het weer, baseball, het huwelijk en de duivel in popteksten. De muziek die hij draait varieert van zeer oude folk tot recent werk van collega-singer/songwriter Mary Gauthier.

Intussen is er veel gebeurd. In 2004 verscheen het eerste deel van Bob Dylans autobiografie Chronicles, waarin hij zeldzaam openhartige anekdotes ophaalt over zijn leven en werk. Martin Scorsese maakte de televisiedocumentaire No Directin Home, waarin Dylans sleutelpositie in de popmuziek van de jaren zestig naar voren komt. De zanger kwam uitgebreid aan het woord en sprak over alles behalve zijn persoonlijk leven. In de speelfilm Masked and Anonymous (Larry Charles, 2003) speelde Dylan een artiest op zijn retour. Bij concerten verscheen hij steeds vaker zonder gitaar en staand achter een elektronisch keyboard. Na een hartkwaal die hem in 1997 bijna het leven kostte – hij herstelde voorspoedig – werd hij gekweld door pijn in de maagstreek die hem het gitaarspelen onmogelijk maakte.

Het goede nieuws is dat Bob Dylan weer gewoon gitaar speelt. Ook de pianopartijen op Modern Times neemt hij – enigszins elementair – voor zijn rekening. Net als Love and Theft is het nieuwe album geproduceerd door een zekere Jack Frost, iemand over wie eerst nog geheimzinnig werd gedaan maar die na wat detectivewerk gewoon Dylan zèlf blijkt te zijn. In 2001 stak Dylan de loftrompet over Frost, „de eerste producer die me werkelijk begrijpt en die er in geslaagd is mijn stem zo droog en natuurlijk mogelijk op te nemen.”

Inderdaad klinkt Dylan uiterst direct, alle nuances in zijn knauwende, ongepoetste voordracht zijn hoorbaar. Steeds dichter komt hij in de buurt van de manier waarop tijdgenoot Willie Nelson zijn woorden met neuzelige intonatie en gortdroge expressie aan de microfoon toevertrouwt.

Countrymuziek en western swing, zoals Robert Allen Zimmerman ze in zijn jeugd in Hibbing, Minnesota op de radio gehoord moet hebben, nemen een steeds groter deel van Dylans muzikale horizon in. Spirit on the water en Beyond the horizon zijn jazzy countrysongs; zijn mondharmonica klinkt milder dan de scheepstoeter die in de oude protestsongs voorbij kwam. Vroege rock’n’roll in de geest van de Sun-studio echoot door in Thunder on the mountain en Rollin’ and tumblin’. Met The levee’s gonna break grijpt Dylan onomwonden terug op een bluesssong van Kansas Joe McCoy uit de jaren twintig, hoewel jongere rockliefhebbers er ook When the levee breaks van Led Zeppelin in zullen herkennen. Dylan geeft Led Zep een koekje van eigen deeg, want ook hij claimt het lied als een eigen compositie, terwijl de oorsprong toch echt bij McCoy ligt. Zo zette hij vroeger wel vaker oude folksongs uit het publieke domein naar zijn hand.

Het sterkst is Modern Times in zijn ballads: het desolate Nettie Moore over een wanhopig verlangen naar een verloren liefde en het duistere slotnummer Ain’t talkin’, over een wandeling door een ‘mystic garden’ die zomaar het leven zelf zou kunnen verbeelden. Dylan maakt geen geheim van de verliezen die hij heeft geleden. Ze hebben diepe kraters in zijn ziel geslagen. ‘Heart burning, still yearning’, zingt hij smachtend, ‘someday you’ll be glad to have me around.’ Er is nog hoop voor Bob Dylan, zelfs in de liefde.

Bob Dylan: Modern Times (Columbia/Sony)