Militairen: zonodig ook buiten Uruzgan

De Nederlandse militaire top heeft er geen bezwaar tegen wanneer in de relatief rustige Afghaanse provincie Uruzgan gelegerde Nederlandse eenheden buiten Uruzgan de Britten en Canadezen gaan helpen.

In de belendende provincies Helmand en Kandahar vinden vrijwel dagelijks gevechten met de Talibaan plaats, terwijl het in Uruzgan relatief rustig is. In politiek Den Haag leven echter grote bedenkingen om in te gaan op zulke verzoeken tot assistentie.

„Het past binnen het mandaat van Isaf-III [de NAVO-operatie in Zuid-Afghanistan, red.]”, zegt kolonel Vleugels, de commandant van de Nederlandse troepen in Uruzgan vandaag in een interview met deze krant. „Dat is militair denken.” Ook andere hoge militairen in Uruzgan hebben zich in deze zin uitgelaten.

Staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) vindt het evenwel nog „te vroeg” om op zulke verzoeken in te gaan. „Onze eigen militairen staan voorop, en we zijn in Uruzgan nog maar net begonnen”, zei hij donderdag na een onderhoud in de Afghaanse hoofdstad Kabul met de Britse generaal Richards, commandant van ISAF-III. Daarin waren de verlangens van de ISAF-commandant omtrent Nederlands optreden buiten Uruzgan aan de orde gekomen. Een politieke beslissing daarover is op het ministerie van Defensie nog niet gevallen.

Welke verzoeken concreet aan de Nederlanders zijn gedaan, wordt door het ministerie van Defensie geheimgehouden. Maar algemeen bekend is Richards’ mening dat het zwaartepunt van de ISAF-operatie in het zuiden van Afghanistan moet worden verlegd: van de inrichting van statische bases in soms relatief rustige gebieden (zoals het Nederlandse kampement in opbouw bij Tarin Kowt) naar een meer bewegelijke opzet waarbij troepen kunnen worden ingezet op plaatsen waar veel Talibaan-strijders zijn – in de provincies Helmand en Kandahar.

Provincieoverschrijdend optreden van troepen was al voorzien in de plannen voor Uruzgan zoals het Nederlandse kabinet die eind vorig jaar aan de Kamer presenteerde – zij het dat daarbij vooral de nadruk viel op eventuele hulp van Britten en andere troepen, mochten de Nederlanders in Uruzgan in moeilijkheden raken. Commandant Vleugels acht het overigens mogelijk dat aan de relatieve rust in Uruzgan een einde komt: „De Talibaan zijn (..) niet blij met onze komst, dus we mogen oppositie verwachten.”

vleugels: pagina 3