De jeugd van Belfast voelt zich Europees – en is bang voor de Brexit

Noord-Ierland

Op de Belfast Royal Academy vrezen leerlingen voor de gevolgen van de Brexit voor het vredesproces op het eiland. „Ik ben woedend dat oudere Britten met hun keuze uit de EU te stappen onze toekomst benadelen.”

Scholieren lopen in Belfast langs de Harland & Wolff scheepswerf, waar onder andere de Titanic is gebouwd (boven). Rechts straatbeelden uit de Noord-Ierse hoofdstad. Foto’s Merlin Daleman

Wie Maia Hamilton door de lange gangen van de Belfast Royal Academy volgt, krijgt niet de indruk dat dit een baken van verlichting in Noord-Ierland is. De 16-jarige scholier draagt een plooirok tot haar enkels en een wijde, alles verhullende blazer, het standaarduniform voor meisjes. Aan de muren strenge portretten van de presbyteriaanse dominee James Crombie, die 1785 de school oprichtte. Het gebouw doet denken aan de tovenaarsacademie Hogwarts uit Harry Potter. „Dat zegt iedereen die op bezoek komt”, vertelt Hamilton.

Toch is Belfast Royal Academy vooruitstrevend voor Noord-Ierse begrippen. De 1.400 tieners hier zitten in klassen met scholieren uit zowel unionistische gezinnen (die bij het Verenigd Koninkrijk willen blijven) als nationalistische (die een verenigd Ierland wensen). Daarmee zijn deze scholieren extreem in de minderheid. Slechts 8,6 procent van Noord-Ierse leerlingen krijgt gemengd onderwijs – het bewijs dat het vredesproces eerder gestold dan voltooid is. Van de 1.150 scholen in Noord-Ierland zijn er slechts 65, net als de Belfast Royal Academy, ‘geïntegreerd’, zoals Noord-Ieren het noemen.

Maia Hamilton gaat voor, de kantine in. Een groep jongens en meisjes vertelt over hun achtergronden en dromen. Hamilton is deels van Poolse komaf. Een jongen zegt meteen dat hij dolgraag aan Cambridge wil studeren. De buttons op hun revers etaleren hun prestaties en verraden hun talenten. Een is head girl. Een ander speelt eerste viool in het schoolorkest. Ze praten honderduit over de Brexit, over hun zorgen. Wat absoluut niet ter sprake komt: hun geloof. Ze weigeren een van de twee hokjes in te kleuren

Rookgordijn

Decennialang deden mensen hier niets anders, vertelt Paul Porter, hun leraar Frans. „Iedereen die je ontmoette, ging je scannen. Wat was hun achternaam? Kon je er iets aan afleiden? Waar kwamen ze vandaan? Welke woorden gebruikten ze? Ik kom uit een katholiek gezin in Derry. Als ik wilde vermijden dat ik meteen als zodanig werd weggezet, gebruikte ik Londonderry, de Britse naam, als een rookgordijn om mijn identiteit te verhullen.”

Wij zijn van de vredesgeneratie en groeiden op met die blauwe vlag met twaalf gele sterretjes

Paul McGrath, leerling op de Belfast Royal Academy

De leerlingen luisteren. Paul McGrath, een lange en spontane jongen, neemt het woord. „Voor ons is dat compleet anders. Wij zijn de vredesgeneratie. Wij groeiden op met die blauwe vlag met twaalf gele sterretjes op alle renovatieprojecten, straten en lantaarnpalen. Wij weten wat de EU voor Noord-Ierland betekend heeft en voelen ons Europees.”

Lees ook: De Noord-Ieren beseffen: alles draait nu om ons

De bovenbouw hield zijn eigen Brexit-referendum. Ruim 70 procent (246 leerlingen) stemde tegen de Brexit. Slechts 26 procent was voor. Daarmee toonden de jongeren zich meer Europees gezind dan de gemiddelde Noord-Ier (55 procent tegen de Brexit). Net als de jeugd aan de overkant van de Ierse Zee vrezen ze de persoonlijke gevolgen. Kunnen ze nog wel makkelijk reizen in de EU? Kunnen ze nog op Erasmus-uitwisseling? „Ik ben woedend dat oudere Britten met hun keuze uit de EU te stappen onze toekomst benadelen”, zegt Edward Finnan (16).

Anders dan de Engelse, Schotse en Welshe ambitieuze jeugd, vreest de groep in Belfast de gevolgen voor het vredesproces. Identiteit is belangrijker geworden. De kans dat in de nabije toekomst meer kinderen naar gemengde scholen gaan, acht de groep klein. Dat betreuren de tieners aan tafel. De Brexit brengt nieuwe verdeeldheid met zich mee.

McGrath geeft een voorbeeld. „Neem de verkiezingen voor het Europees Parlement”, zegt hij. Iedereen geboren op Noord-Ierse grondgebied heeft het recht op een Iers en een Brits paspoort. Dat werd geregeld in het Goede Vrijdagakkoord van 1998, dat een einde maakte aan The Troubles. Doordat beide landen EU-lid waren, was er inhoudelijk geen verschil. De Britse en Ierse nationaliteit brachten dezelfde rechten en plichten met zich mee. Na de Brexit verandert dat. „Mensen met een Iers paspoort behouden het recht om te stemmen in de verkiezingen voor het EU-parlement, terwijl Noord-Ieren met een Britse pas dat recht kwijtraken”, zegt McGrath. „Je kunt denken dat dit niet van wereldschokkend belang is, maar hier ligt dat anders. Het idee dat twee mannen die elkaar op straat passeren, die er hetzelfde uitzien en die dezelfde bus nemen, niet dezelfde rechten hebben, ligt gevoelig.”

Goede Vrijdagakkoord

McGrath roert een onderwerp aan dat belangrijk, onderbelicht en gecompliceerd is. „De basis van het vredesakkoord is dat iedereen in Noord-Ierland gelijke rechten heeft”, zegt Paddy Kelly, directeur van The Children’s Law Centre, een non-gouvernementele organisatie in Belfast die zich inzet voor kinderen. „Vergeet niet dat de oorsprong van The Troubles vijftig jaar geleden lag in de burgerrechtenbeweging. Katholieken eisten gelijke behandeling.” Het Goede Vrijdagakkoord legde vast dat iedereen hier voor de wet gelijk is. „Ik begrijp werkelijk niet waarom je daar opnieuw aan wilt tornen”, zegt Kelly.

Lees ook: De vette Ierse eend is nu al de dupe van Brexit

Vorig jaar december sprak May in Brussel af dat „de Ierse burgers in Noord-Ierland hun rechten als EU-burgers konden blijven genieten”. Dit zou betekenen dat Noord-Ieren met Ierse paspoort het recht behouden zich te kandideren en stemmen voor het Europarlement, toegang behouden tot het Europees Hof van Justitie en bescherming genieten van het Handvest voor de grondrechten van de EU.

Voor het eerst hoor ik dat 16- en 17-jarigen zichzelf zien als Noord-Iers, niet Brits of Iers

Paddy Kelly, leidt praatgroepen met protestantse en katholieke jongeren

Experts twijfelen of die belofte van May standhoudt. „Dit is een lakmoesproef om te zien wat die rechten waard zijn”, zegt Colin Harvey, hoogleraar mensenrechten aan Queen’s University in Belfast. Na haar aanvankelijke verklaring zwakte May haar belofte af. En ook aan de andere kant van de grens worstelt men met de zaak.

Neem de verkiezingen voor het Europees Parlement. De regering in Dublin maakt geen haast met plannen om te regelen dat Ieren in Noord-Ierland kunnen stemmen. Door het vertrek van de 73 Britse volksvertegenwoordigers uit het Europees Parlement krijgen sommige lidstaten meer Europarlementariërs. Ierland gaat van elf naar dertien zetels. Opvallend genoeg besloot de regering van premier Leo Varadkar om die extra volksvertegenwoordigers toe te voegen aan kiesdistricten in Dublin en Zuid-Ierland (graafschappen Cork, Kerry, Limerick en Waterford).

„Het wordt nog erg spannend of Dublin bereid is zich hard te maken voor deze zaak”, zegt Harvey, die geregeld met de Ierse vicepremier Simon Coveney praat om druk uit te oefenen. Politiek gezien zijn Coveney en Varadkar, van de rechts-conservatieve partij Fine Gael, niet gebaat bij meer invloed van kiezers in het noorden van het Ierse eiland, waar de linkse concurrent Sinn Fein het vaak goed doet.

Harvey had het logisch gevonden als de twee extra zetels werden toegevoegd aan het Ierse kiesdistricht aan de grens met Noord-Ierland, zodat daar makkelijker gestemd kon worden door Ieren die in Noord-Ierland wonen.

Dat Dublin huiverig is om af te dwingen dat Noord-Ieren hun Ierse europarlementariërs in een eigen district kiezen, snapt hoogleraar Harvey wel. Dat zou door de Britten al snel gezien worden als een poging van de Ierse regering om Noord-Ierland politiek in te lijven, eveneens een verstoring van het zorgvuldige evenwicht dat het Goede Vrijdagakkoord schiep.

Paddy Kelly vindt het een trieste situatie. Ruim twintig jaar runt zij praatgroepen met protestantse en katholieke jongeren. „Voor het eerst hoor ik dat zestien- en zeventienjarigen zichzelf niet zien als Brits of Iers, maar als Noord-Iers. Dat is een belangrijke stap”, zegt ze.

Kleine stapjes

Dat is bijzonder. Je kunt dagen in Noord-Ierland reizen zonder iemand tegen te komen die zichzelf Noord-Iers noemt. Ouderen zien zichzelf nog steeds als Brits of Iers. Alleen jongeren vinden dat Noord-Ierland iets meer is dan een staatkundige aanduiding, zij verlenen er een identiteit aan. Volgens Kelly zijn dat de kleine stapjes die ze koestert, met de hoop dat ze ooit uitmonden in grotere veranderingen, zoals meer kinderen die naar geïntegreerde scholen gaan.

In de kantine van de Belfast Royal Academy gaat het Brexit-bashen verder. Meaghan Hughes (19) schuifelt ongemakkelijk op haar stoel. „Ik ging lang mee met wat mijn ouders vonden. Daar heb ik nu spijt van”, zegt ze. Ze spreekt het niet uit, maar het is duidelijk: zij steunde een tijdje de Brexit. Daar heeft ze nu spijt van, misschien is ze echt op andere gedachten gekomen, misschien is ze vatbaar voor de groepsdruk van haar klasgenoten. Ze kijkt naar de grond. McGrath neemt het meteen voor haar op. „Door de Brexit is Noord-Ierland een politiek slagveld geworden en staan wij op een bizarre manier in de schijnwerpers”, zegt hij. „Het is ongemakkelijk voor iedereen.”

    • Melle Garschagen