‘Kunst en cultuur kun je niet googlen’

„Nederland moet de luiken opengooien. Er is nu tien miljoen euro beschikbaar om Nederlandse kunst in het buitenland te promoten. Dat is me niet genoeg. Laten we eerst goed kijken wat we willen doen, maar het mag van mij best 25 miljoen zijn.” Het was een opmerkelijke uitspraak van VVD’er Hans van Baalen, gisteren tijdens het Uitmarktdebat tussen de culturele woordvoerders van de politieke partijen, waarmee de verkiezingsstrijd voor de kunstensector werd geopend. De rightwinger van de liberalen, die zijn best deed zich als kunstliefhebber te profileren, werd meteen geattaqueerd door Kees Vendrik van GroenLinks, die erop wees dat zijn partij toch de luiken zelf had dichtgedaan. Waarop Van Baalen onverstoorbaar opmerkte dat buitenlandse studenten en kunstenaars makkelijker toegang moeten krijgen tot Nederland.

Het debat werd gegoten in de vorm van pitches, waarbij drie kamerleden konden reageren op stellingen – over cultuur in combinatie met ruimte, economie, buitenland en onderwijs – die steeds als strekking hadden dat er meer geld moest komen. PvdA-kamerlid John Leerdam zorgde als gebruikelijk voor een hilarische noot door te stellen dat de Cubaanse dictator Castro, „met wie ik het niet altijd eens ben”, toch maar een verplichte cultuureducatie had ingevoerd op scholen in zijn land, waardoor er daar „betere mensen” waren gevormd.

De behoefte om kinderen dwingender te informeren en te laten deelnemen aan kunst werd algemeen gevoeld, alleen over de manier waarop werd van mening verschild. „Kunst en cultuur kun je niet googlen, dat moet je leren”, aldus Fenna Vergeer (SP), die pleitte voor de terugkeer van de vakdocent. Nicolien van Vroonhoven (CDA) zag meer in extra geld voor muziekscholen en Van Baalen dacht dat de magie van kunstenaars die scholen bezoeken onmisbaar was.

De bijeenkomst bood ook de ruimte aan het eerste openbare optreden van Maria van der Hoeven (CDA) als minister van Cultuur, die de afgetreden staatssecretaris Medy van der Laan de komende maanden vervangt. Zij presenteerde haar plan voor een cultuurkaart voor de jeugd van 12 tot 18 jaar (zie inzet). En passant veegde zij de motie van tafel waarin een meerderheid van de Kamer stelt dat de toegang voor rijksmusea gratis moet worden. „Dat brengt ons Europees-rechtelijk in problemen. En als we buitenlanders wél laten betalen, leidt dat tot grenscontrole en tolheffing bij musea. Dat willen we toch niet.” Ze gaat die motie niet uitvoeren. „Dat lijkt me iets voor een volgend kabinet.”