Ik had nog nooit een lantaarnpaaldeskundige gezien

Mijn vrienden gaan voort en vermenigvuldigen zichzelf, en in hun zoektocht naar de ware komen zij interessante mensen tegen. Zo kreeg mijn vriendin E. een relatie met B., lantaarnpaaldeskundige van beroep. Ik had nog nooit een lantaarnpaaldeskundige gezien, maar dat hij serious business was, werd me duidelijk toen hij in mijn huis op een lamp wees en zei: „Je moet een ronder peertje nemen.” Ik schaamde me diep. (Het hoekige peertje zit er nog steeds in. Die rotpeertjes gaan echt jaren mee, ik kan er ook niks aan doen. Elke keer als B. in mijn huis is, wijs ik hem er zelf maar op, want je kunt je zonden beter meteen opbiechten in plaats van wachten tot anderen erachter komen.)

Andere lantaarnpaaldeskundige opmerkingen: „Ze hebben hier geen lantaarnpalen. De verlichting is verwerkt in de gebouwen.” (In Almere-Centrum, en verdomd als het niet waar was.) En: „Vreemd, sommige lampen in deze lantaarns komen uit Duitsland, en andere niet.” (In Italië. Niemand wist of het klopte, maar het werd luidkeels beaamd.)

B. werd dit weekend dertig, en op zijn feest, in het nieuwe huis van E. en B., lette ik extra op de verlichting. Tot mijn opluchting gaan zelfs lantaarnpaaldeskundigen weleens voor de schoolfeest-look (tl-buizen met roze plastic eromheen). Ook spotte ik de Ikea-frommellamp die in elke Nederlandse huiskamer aanwezig is: die staande lamp die is gemaakt van een koker verfrommeld papier. Opluchting.

Na een tijdje dansen riepen een paar vrienden B. naar buiten. Een auto met aanhangwagen kwam voorgereden, en daarop lag, inderdaad, een levensgrote lantaarnpaal, model Amsterdamse gracht. B. reageerde er een stuk rustiger op dan ik (ik gilde het uit in een mengsel van verbazing en pure jaloezie) en ging met zijn vrienden deskundig aan de slag met schoffels en verlengsnoeren. Dit is het verschil tussen de vrienden van een in Delft afgestudeerde lantaarnpaaldeskundige en de vrienden van, bijvoorbeeld, mijzelf: de lantaarnpaal stond binnen tien minuten, hij brandde, en er was intussen niemand doodgegaan.

Na het opzetten van de lantaarnpaal wilde ik weten waar zijn vrienden die in godsnaam gehaald hadden. „Gewoon, bij die ene aannemer die een heel terrein vol lantaarnpalen heeft”, zei B., alsof iedereen die ene aannemer kende. „Gratis.” Over cadeaus hoef ik de komende jaren niet meer na te denken. Iedereen aan de lantaarnpaal.

Aaf Brandt Corstius